Formuleer een duidelijke boodschap, met aandacht voor deze drie aspecten: ‘what?’, ‘so what?’, ‘now what?’

  • ‘What’: breng de sleutelinformatie van de boodschap duidelijk over.
  •  ‘Now what’: definieer duidelijk het gewenste gedrag. Het moet voor de doelgroep duidelijk zijn wat er precies verwacht wordt, en hoe eventuele handeling moeten uitgevoerd worden.
  • ‘So what’: benoem duidelijk de voordelen van de aanbevolen gedrag voor de doelgroep. Als je slaagt in de verandering, hoe ziet de toekomst er dan uit? Wat zijn de consequenties van het ongezonde gedrag? En wat gebeurt er als er geen actie wordt ondernomen? 

Eén duidelijke kernboodschap

Zorg er steeds voor dat er één duidelijke kernboodschap is, die de ontvanger van de boodschap kan vinden aan het begin of bovenaan het communicatiemateriaal.

Toegankelijke taal 

Daarnaast is het belangrijk duidelijke en toegankelijke taal toe te passen (link toolkit). Gebruik woorden die de doelgroep ook in het dagelijkse leven gebruikt, en hanteer geen of zo weinig mogelijk technisch jargon.

Werk met beeld

Illustraties en pictogrammen kunnen je boodschap extra duidelijk en toegankelijk maken, zeker bij mensen met een lage(re) geletterdheid.

Formuleer je boodschap positief

Zorg er tot slot voor dat de kernboodschap actief en positief geformuleerd is. Ook al is het doel van je boodschap te informeren, denk dan na over waarom het belangrijk is dat het publiek over deze informatie beschikt (het ‘so what’) en vertaal dit naar een concrete ‘call to action’ (het ‘now what’: bijvoorbeeld verdere informatie opzoeken, zich informeren bij of via een bepaald kanaal,…).