Sociale verbondenheid is een basisbehoefte, waarop je in je communicatie op verschillende manieren kan inspelen. 

Het is een goed idee om een positieve sociale norm te stellen. We toetsen ons gedrag immers steeds aan dat van anderen uit onze sociale groep of omgeving.

Twee dimensies van sociale norm 

Een sociale norm heeft twee dimensies:

• Een descriptieve dimensie, waarbij het gaat over het gedrag dat het frequentst gesteld wordt binnen de groep (bijvoorbeeld: je ziet leden van je groep gaan vaak sporten, dus ‘sporten is goed’).

• Een injunctieve dimensie, waarbij het gaat over het gedrag dat acceptabel of onacceptabel is binnen de groep (bijvoorbeeld: je hoort leden van je vaak positief praten over sporten, dus ‘sporten is goed’). 

Positieve norm

Een positieve norm stellen kan mensen (onbewust) overtuigen van het gezonde gedrag. Een positieve norm stellen doe je door aan te geven dat de meerderheid van de doelgroep voor het gezonde gedrag kiest.  

Een voorbeeld: “65% van de volwassenen tussen 25 en 65 jaar gaat twee keer per jaar naar de tandarts”

Ook wanneer de meerderheid het gezonde gedrag niet stelt, is het vaak beter positief te communiceren (bijvoorbeeld: 40% doet het wél, i.p.v. 60% doet het niet). 

Soms is het niet mogelijk een positieve descriptieve norm te stellen, als bijvoorbeeld 9 op de 10 mensen minder dan de aanbevolen hoeveelheid groente en fruit eten, of als slechts 2,4% van de 10- tot 13-jarigen voldoende lichaamsbeweging krijgt. In dat geval is het een goed idee om een positieve injunctieve norm te activeren door bijvoorbeeld te communiceren dat de meerderheid van de groep meer groente en fruit wil eten of positief staat tegenover lichaamsbeweging. 

Groep benoemen

Denk er ook aan de groep waarover en waarnaar je communiceert zo specifiek mogelijk te benoemen. Bijvoorbeeld: “Nu al kiezen dagelijks 200 werknemers van ons bedrijf die in de cafetaria komen eten voor fruit als dessert”. 

Rolmodellen en ambassadeurs

Je kan ook een positieve sociale norm stellen door te werken met rolmodellen en ambassadeurs. Dit zijn (al dan niet bekende) mensen die het gewenste gedrag al stellen en anderen aansteken om te volgen. De beoogde reactie is: “als die het doet, dan doe ik het ook”. 

Via gemedieerde communicatie is het niet altijd vanzelfsprekend om sociale steun te bieden. Toch kan je dit, afhankelijk van het communicatiekanaal en hoe uitgebreid je boodschap is, enigszins doen. Door met rolmodellen te werken die een gedrag demonstreren of vaardigheden aanleren, bijvoorbeeld. Of via ‘tips & trics’ die je meegeeft in je boodschap. Een andere manier is verwijzen naar hulplijnen en aanmoedigen om die ook op te zoeken.