Een gezondheidsboodschap kan gebruik maken van twee soorten frames:

  • Positief frame of ‘winstframe’: je benadrukt je de positieve eigenschappen of gevolgen van een keuze (‘wat heb je te winnen?’). 
  • Negatief frame of ‘verliesframe’: je legt de focus op de nadelen van een keuze (‘wat heb je te verliezen?’). 

Welk frame kies je?

Welk frame het meest efficiënt is, hangt af van het soort gedrag dat je wil aanmoedigen. Er is voldoende evidentie om te stellen dat een winstframe het beste gebruikt wordt om preventief gedrag aan te moedigen waardoor negatieve effecten op de gezondheid worden vermeden, denk bijvoorbeeld aan voldoende beweging, gezond eten, of zonnecrème smeren. Gaat het eerder om detectiegedrag, bedoeld om een mogelijke ziekte of aandoening op te sporen (bijvoorbeeld deelnemen aan een kanker-screening),  dan zijn verlies-frames het meest effectief. 

Belangrijk bij risicoperceptie

Framing kan ook een belangrijke rol spelen bij risicoperceptie. Bijvoorbeeld: het kan effectiever zijn om te communiceren dat ‘roken de kans op longkanker aanzienlijk verhoogt’, dan de exacte cijfers te communiceren. De kans bestaat immers dat rokers zich ‘beschermd’ voelen door de 80% rokers die geen longkanker ontwikkelen eerder dan dat ze zich afgeschrikt voelen door de 15% tot 20% die wel longkanker zal ontwikkelen.  

Hoe presenteer je cijfers? 

Een ander voorbeeld van framing bij risicocommunicatie is de presentatie van numerieke gegevens. Uit studies blijkt dat mensen op zoek zijn naar zoveel mogelijk risico-reductie. Hypothetisch: een vaccin dat de kans op een bepaalde ziekte reduceert van 20% naar 10% wordt als minder ‘aantrekkelijk’ beschouwd als je communiceert dat het effectief is in de helft van de gevallen dan als je communiceert dat het volledig effectief is tegen één van de twee virussen die met dezelfde kans toeslaan en de ziekte veroorzaken.