De eerste stap naar gedragsverandering is inzicht krijgen in het (ongezonde) gedrag en de beweegredenen erachter. Wat maakt dat jongeren roken? Wat draagt bij tot een ongezond eetpatroon? Hoeveel ouders brengen kinderen met de fiets naar school en waarom doen ze dat?  

Breng het huidige gedrag in kaart

Eerst en vooral breng je het ongezonde gedrag in kaart. Dit wil zeggen:

Bepalen welk gedrag een negatief effect heeft op de gezondheid

In de meeste gevallen zal het ongezonde gedrag van bij het begin al duidelijk zijn of zelfs vastliggen. Als tabakoloog werk je naar het verminderen van rookgedrag, als beweegcoach richt je je op fysieke inactiviteit enz. Ook de doelgroep zelf kan een bepaalde wens hebben, zoals beter kunnen omgaan met stress.

Toch kan het helpen om het ongezonde gedrag verder te concretiseren. Ongezond eten, bijvoorbeeld, kan zowel verwijzen naar het eten van ongezonde voedingsmiddelen, het eten van te grote (of te kleine) porties of het aanhouden van een eenzijdig en weinig gevarieerd eetpatroon.

Soms is het ongezonde gedrag niet meteen duidelijk. Een laag mentaal welbevinden, bijvoorbeeld, kan te wijten zijn aan een slechte slaaphygiëne, maar ook aan het weinig tijd nemen voor jezelf of het vastzitten in piekergedachten. Het uitzoeken van de mogelijke oorzaken van een gezondheidsprobleem geeft je de nodige informatie om verder te kunnen gaan met de volgende stap.

Gedrag Gezondheid

Wanneer de oorzaak van het gezondheidsprobleem in de eerste plaats in de omgeving ligt (vb. een slechte luchtkwaliteit), kan je in deze stap toch onderzoeken welke gedragingen daaraan bijdragen en bijgestuurd kunnen worden om het effect van die omgevingsfactor te beperken of verminderen.

Stoken met verontreinigd hout en slecht ventileren dragen bijvoorbeeld bij tot een ongezond binnenmilieu. En het nemen van de wagen of het vliegtuig werken een ongezond buitenmilieu in de hand. Gedragsverandering kan dus zeker zinvol zijn bij het aanpakken van ongezonde omgevingsinvloeden.

Gedrag Omgeving

Inschatten in welke mate het ongezonde gedrag gesteld wordt en door wie

Je krijgt best ook een zicht op hoe het nu gesteld is met de leefstijl van je doelgroep: hoe (on)gezond eet de doelgroep precies? Hoe vaak ventileren mensen thuis? En zijn er verschillen tussen doelgroepen?

Die informatie geeft je een idee over de beginsituatie, maar kan ook aangeven welke doelgroepen extra aandacht vereisen. Op basis daarvan kan je besluiten om je te richten naar een specifieke doelgroep, waar een grotere gezondheidswinst geboekt kan worden. Dat is de proportionele aanpak.

Je kan ook beslissen om je naar het brede publiek te richten - de universele aanpak -, of om een combinatie van beide te doen. In dat geval maak je een methodiek die gericht is naar iedereen, maar doe je bijkomende inspanningen om een specifieke (kwetsbare) doelgroep beter te bereiken. Dat is proportioneel universalisme

Verklaar het ongezonde gedrag

Daarna probeer je het ongezonde gedrag te verklaren aan de hand van de determinanten van het gedragswiel:

  • Is er een gebrek aan competenties (kennis en vaardigheden) waardoor iemand zich ongezond gedraagt?
  • Is de doelgroep onvoldoende gemotiveerd? Welke drijfveren zet hen aan tot het ongezonde gedrag?
  • Welke omgevingsinvloeden stimuleren het ongezonde gedrag of belemmeren gezond gedrag?

Daarbij kan je uitkijken naar determinanten die het ongezonde gedrag uitlokken of in stand houden.

Tip: gebruik hiervoor het overzicht van determinanten bij het gedragswiel.

Hoe pak ik dit praktisch aan?

In stap 1 verzamel je vooral informatie. Daarvoor kan je drie soorten bronnen raadplegen (cf. evidence-informed werken):

  • Science-based bronnen: wetenschappelijk onderbouwde studies, onderzoeksrapporten en vakbladen (vb. epidemiologische studie, Vlaamse leefstijlbevraging …); 
  • Practice-based bronnen: relevante experten die ervaring hebben in het werken rond jouw thema, doelgroep of setting;
  • Value-based bronnen: bevragen van de doelgroep zelf. 

Je kan dus enerzijds een literatuuronderzoek uitvoeren, maar anderzijds ook relevante experts of de doelgroep zelf bevragen. Een combinatie van deze drie bronnen geeft meestal het beste resultaat, maar bekijk wat haalbaar is binnen jouw project/traject.

Het opzoeken van wetenschappelijk onderbouwde bronnen of science-based evidence kan via websites (vb. van WHO, VAZG ...), via databanken zoals Web of Science of via zoekmachines zoals Google Scholar. Bekijk hiervoor het overzicht van plaatsen waar je wetenschappelijk onderbouwde informatie kan vinden over gezondheidsbevordering.

De doelgroep bevragen (value-based evidence) kan via een gesprek (telefonisch, een face-to-face-interview of focusgroep), via een online bevraging of via (participerende) observatie. Zo kan je een rookstopcliënt interviewen, focusgroepen met werknemers organiseren, of zelfs een grootschalig bevolkingsonderzoek opzetten. Via dezelfde meetmethoden kan je ook experts en ervaringsdeskundigen bevragen (practice-based evidence). Bekijk het overzicht van meetinstrumenten en tips bij hoe je ze opstelt.