Een aanpak die zicht richt op alle burgers, maar met een verschillende intensiteit voor bepaalde doelgroepen. Het proportioneel universalisme biedt een houvast om een campagne of actie tegen het ‘ongelijkheidslicht’ te houden. Zeker ook in gezondheidsbevordering en ziektepreventie.

Hoe meer weg iemand moet afleggen om tot een goede gezondheid te komen, hoe groter onze ondersteuning moet zijn om die weg af te kunnen leggen. We spannen ons echter voor iedereen in, zodat niemand minder kansen krijgt.

Om gezondheidsongelijkheid te verkleinen lanceerde de Brit Michael Marmot in zijn ‘Fair society, healthy lives’ (2010) dit proportioneel universalisme (PU) als een principe om in alle gezondheidsinterventies toe te passen. Zeker ook in alle campagnes en acties die gezond leven in een gezonde omgeving willen bevorderen en zo de fundamentele oorzaken van de sociale verschillen in gezondheid aanpakken.

Wat is proportioneel universalisme? 

Proportioneel universalisme richt acties en beleid op alle burgers, maar met een verschillende intensiteit voor bepaalde doelgroepen. Het stelt dat het fundamenteel aanpakken van gezondheidsongelijkheid maar kan als je op alle groepen tegelijk inzet. Het beleid of actie is op alle burgers gericht (universeel), maar de toepassing ervan is des te intensiever naarmate doelgroepen kwetsbaarder zijn en meer obstakels moeten overwinnen (proportioneel). 

Een theoretisch concept?

Marmot ontwikkelde het principe van proportioneel universalisme vanuit de praktijk en samen met mensen uit alle lagen van de bevolking. Omdat gezondheidsongelijkheid een gradiënt volgt over de gehele bevolking, (bij elke stap hoger op de maatschappelijke ladder maak je meer kans dat je lang gezond blijft) zagen ze dat het niet werkt om enkel iets te doen voor en met specifieke (meest) kwetsbare groepen. De kans op stigmatisering is dan immers groot. (bijvoorbeeld “Elke migrant leeft ongezond”)

Marmot biedt met dit proportioneel universalisme een houvast, een uitgangspunt om je aanpak tegen het ‘ongelijkheidslicht’ te houden. Zowel voor een concreet project of interventie als voor beleidskeuzes.

Intensiever toepassen naarmate de kwetsbaarheid groter is zal ongetwijfeld extra investering vragen in tijd, middelen en samenwerking, zodat we ook drempels uit de omgeving aanpakken. Denk bijvoorbeeld aan een gezonde woonomgeving voor iedereen. Een beleidskeuze om budgetten ook proportioneel toe te kennen is noodzakelijk om PU te kunnen toepassen.

Een handig methodiekje? 

Eindelijk gevonden, een techniekje of methodiek die je simpelweg toe te passen hebt? Als we die hadden, was de gezondheidsongelijkheid al lang opgelost. Kansen op gezond leven bouw je immers je gans leven op. In een rookvrije omgeving al van voor je geboorte bijvoorbeeld. De vele oorzaken van ongelijkheid zorgen ervoor dat je een passend antwoord moet vinden voor alles wat het voor kwetsbare mensen moeilijker maakt om voor een gezonde leefstijl te kiezen. En om die vol te houden.

Hoe in de praktijk? 

Hoe pas je PU dan op een goede manier toe met preventieve acties?  Het blijft maatwerk dat aangepast is aan de drempels die je op het spoor kwam. Enkele  voorbeelden van valkuilen en enkele effectieve voorbeelden kunnen inspiratie geven.

Wat is een goede toepassing?

  • Kiezen voor een actie naar de hele bevolking (‘universeel’) waarvan de gekozen werkvormen wel gebaseerd zijn op de drempels die kwetsbare groepen ervaren. Bijvoorbeeld ’24 uur niet roken’, gebaseerd op de nood aan zelfvertrouwen en sociale steun die voor kwetsbare groepen een belangrijke drempel voor rookstop vormen.
  • Extra toeleiding voorzien naar een universeel aanbod via kanalen die een vertrouwensband hebben met kwetsbare doelgroepen. Bijvoorbeeld Bewegen Op Verwijzing met motivering door huisartsen.
  • Extra capaciteit, werktijd of budget investeren voor belangrijke drempels. Bijvoorbeeld een vrijetijdspas voor iedere burger voorzien maar met verschillende kostprijs zodat kwetsbare mensen het niet als een etiket ervaren. Of bijvoorbeeld extra opleiding voorzien in interculturele communicatie voor begeleiders van infosessies over gezonde seksualiteit.

Wat is geen goede toepassing van PU?

  • Een universele campagne naar de hele bevolking die er zonder meer van uitgaat dat iedereen daar evenveel voordeel uit haalt. Bijvoorbeeld een interactieve app ontwikkelen voor rookstop die beroep doet op hoge e-vaardigheden.
  • Een aparte (‘categoriale’) interventie voor een kwetsbare groep die deze groep duidelijk een minderwaardig etiket oplevert, met risico’s op stigmatisering en grotere afhankelijkheid.Bijvoorbeeld enkel recht op gezonde voedselhulp met een gestempeld attest van OCMW.
  • Er van uitgaan dat het verminderen van één drempel voor een gezonde leefstijl ongelijkheid in gedrag verkleint. Bijvoorbeeld een folder voor deelname aan bevolkingsonderzoek borstkanker zonder meer in 24 talen omzetten en in het gemeentehuis leggen.

Welk beleid is er nodig om PU te kunnen toepassen?

  1. Alle gezondheidsinterventies en -methodieken kunnen evalueren op hun impact op het verkleinen van gezondheidsongelijkheid. Er zijn meetbare maar realistische indicatoren nodig. 
  2. Gezondheidsongelijkheid verkleinen als doel, zowel in alle niveaus van gezondheidsbeleid (van federaal tot lokaal) als in alle beleidsdomeinen die impact hebben op een gezonde omgeving.
  3. Budgetten van gezondheidsbevordering en ziektepreventie proportioneel aangepast aan kwetsbaarheid voor het gezondheidsaspect of -thema. 
  4. Participatie en zo mogelijk co-creatie met kwetsbare doelgroepen en relevante organisaties de nodige tijd geven en de ruimte om mee de interventies te bepalen.

Toepassen van proportioneel universalisme als toetssteen bij elk beleid, elke methodiekontwikkeling of actie om gezond leven en een gezonde omgeving te bevorderen zou steeds een automatische reflex moeten zijn. Zodat we sociale ongelijkheid in gezondheid stapsgewijs de wereld uit helpen. Nood aan meer info of advies: tine.vangroenweghe@gezondleven.be