Om kwaliteitsvol te kunnen werken aan gezondheid zijn een aantal principes en voorwaarden belangrijk. Goed om in het achterhoofd te houden als je interventies ontwikkelt en implementeert. Daarom 10 pijlers op een rij.

Ga voor een mix van strategieën

Je kan 4 preventiestrategieën toepassen: educatie, omgevingsinterventies, regels en afspraken en zorg en begeleiding. 

Bij educatie informeer en sensibiliseer je de doelgroep en leer je hen vaardigheden aan. 

Omgevingsinterventies zijn er om de fysieke en sociale context aan te pakken zodat die de gezondheid beschermen en gezond gedrag aanmoedigen. 

Regels en afspraken scheppen duidelijkheid over wat er wel/niet verwacht wordt of toegelaten is op vlak van gezond en ongezond gedrag. Met regels en afspraken worden ook ondersteunende initiatieven georganiseerd die gezond gedrag bevorderen of een omgeving gezond inrichten. 

Zorg en begeleiding verwijst naar het inbouwen van vroeg-detectie, vroeg-interventie en kwaliteitsvolle doorverwijzing naar de zorg voor diegenen die dat nodig hebben. Om maximale gezondheidswinst te boeken, is het aangeraden om een mix van strategieën te gebruiken.

Werk aan leefstijl en omgeving via gedragsinzichten

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen gezond leven en dat ze dat kunnen in een gezonde omgeving? Via principes van gedragsverandering kan je inwerken op leefstijl en omgeving, twee van de belangrijkste determinanten van gezondheid volgens Lalonde (1974). Je hebt als gezondheidsbevorderaar oog voor gezond en ongezond gedrag en de oorzaken ervan. Met het Gedragswiel dat Gezond Leven ontwikkelde, breng je de gedragsdeterminanten (competenties, drijfveren en context) in kaart en bepaal je via welke technieken je het gezonde gedrag kan bevorderen. Je hebt daarbij oog voor kwaliteitsvol en duurzaam motiveren tot gedragsverandering. Op die manier vergroot je merkbaar de kans dat mensen kiezen voor de gezonde keuze en die ook volhouden. 

Verklein gezondheidsongelijkheid

Sociale ongelijkheid in gezondheid is een hardnekkig verschijnsel. Wie een zwakkere maatschappelijke positie heeft, kampt gemiddeld met meer gezondheidsproblemen en leeft minder lang dan wie hoger op de maatschappelijke ladder staat. Wie niet de kans heeft om in een gezonde omgeving te wonen of werken, al zijn aandacht moet geven aan overleven of niet beschikt over de vereiste gezondheidsvaardigheden en middelen die je helpen om de weg te vinden in zorg en preventie, krijgt veel minder kans op een lang en gezond leven. En dat is onrechtvaardig. 

Hoe we dit aanpakken? Door het principe van proportioneel universalisme toe te passen: een aanpak die zich richt op alle burgers, maar met een verschillende intensiteit voor bepaalde doelgroepen. Zo voorkom je stigmatisering en hou je rekening met de diversiteit in mogelijkheden en behoeften.

Werk op maat van de setting

Om preventieve interventies efficiënt te kunnen uitwerken en implementeren, is het setting-gericht werken een kwaliteitsvolle aanpak. Dit houdt in dat je je interventie richt naar een bepaalde sector of setting zoals scholen, ondernemingen, lokale besturen en zorg- en welzijnsinstellingen. Kenmerkend voor setting-gericht werken is dat je vertrekt vanuit de eigenheid van de setting en van hieruit je interventie ontwikkelt en implementeert. 

Je combineert algemene gezondheidswetenschappelijke met setting-specifieke disciplines, strategieën en technieken (bv. onderwijskunde, HRM, bestuurskunde) en plaatst het binnen de organisatie, structuur en cultuur van de setting. Je werkt dus echt op maat van de setting, wat ervoor zorgt dat je makkelijker draagvlak creëert, de impact vergroot en dat je interventie beter verankerd kan worden in de setting. 

Hou rekening met de behoeften van je doelgroep

Gezondheid bevorderen doe je steeds met een doelgroep in het achterhoofd. Die doelgroep kan erg breed zijn (vb. de Vlaming) of vrij specifiek (vb. zwangere vrouwen die roken). Op basis van de problematiek heb je een eerste houvast om je doelgroep te selecteren, of indien nodig te segmenteren. 

Met doelgroepgericht werken bedoelen we echter niet dat je enkel voor een specifieke doelgroep werkt (categoriaal). Wel is het altijd belangrijk om de doelgroep rechtstreeks te betrekken en goed te leren kennen, om je interventie te kunnen afstemmen op de wensen en behoeften die er leven, op de ervaren drempels en de determinanten van het (on)gezonde gedrag, maar zeker ook op de krachten van de doelgroep. Zowel voor gemeenschappelijke kenmerken als voor de diversiteit in elke groep. 

Door je doelgroep bij je project te betrekken (participatief of co-creatief) kunnen zij verduidelijken hoe ze het probleem ervaren, welke mogelijke oplossingen zij zien en mee eigenaarschap opnemen in de gekozen strategie en uitvoering. Wat het effect versterkt. 

Bepaal hoe je thema’s integreert in je project

Heel wat interventies starten vanuit het idee om rond een welbepaald leefstijlthema te werken: voeding, beweging, mentaal welzijn, roken. Een dergelijke aanpak heeft een duidelijke focus en resulteert doorgaans in thema-specifieke aanbevelingen of acties. Toch komen vaak verschillende thema’s aan bod in een project, omdat er ook vraag naar is, omdat ze nauw samenhangen met elkaar (vb. voeding en beweging), of omdat het weinig extra moeite is om ze op te nemen in de interventie. 

Vanuit dat opzicht kies je dus het best voor een integrale aanpak. Een derde mogelijkheid is het uitwerken van een interventie die de verschillende thema's overstijgt en focust op het versterken van algemene beschermende factoren van gezondheid (vb. gezondheidsvaardigheden, veerkracht, enzovoort). Afhankelijk van de setting en van eventuele onderlinge effecten tussen thema's kan je kiezen voor een thema-specifieke, een (thema-)integrale of een thema-overstijgende aanpak.

Werk evidence-informed 

Een belangrijke voorwaarde voor een kwaliteitsvolle interventie is evidence-informed werken. Dat wil zeggen dat je je baseert op bewijs of 'evidentie' om de effectiviteit van je interventie te vergroten. Zo zal je informatie verzamelen over de gezondheid en het gedrag van de doelgroep, over de setting waarin je zal implementeren en over de effectiviteit van verschillende interventies. 

Die informatie haal je best uit verschillende hoeken, bij voorkeur een combinatie van science-based bronnen (theorie en wetenschappelijk onderzoek), practice-based bronnen (intermediairs en andere experten met praktijkervaring) en value-based bronnen (waarden van de doelgroep, het beleid en de bredere maatschappij).

Maak ethisch verantwoorde keuzes

Als je een interventie ontwikkelt of implementeert, maak je wellicht ook keuzes die ethische normen impliceren. Zowel de keuze voor het werken naar een bepaalde doelgroep, de selectie van strategieën en technieken die je gebruikt als de partners met wie je samenwerkt vragen om een ethische afweging. 

Evalueren of je interventie ethisch verantwoord is, doe je door deze af te toetsen aan verschillende criteria. Naast basiscriteria voor een ethische gezondheidsbevordering, namelijk of je gezondheidswinst genereert en bijdraagt tot het verkleinen van gezondheidsongelijkheid, zijn er ook criteria voor deontologisch handelen (transparantie, respect voor organisaties en beleid, …) en criteria voor sociaal en rechtvaardig handelen (integriteit, duurzaamheid, empowerment, …).  

Pleit voor een gezond overheidsbeleid 

Het is de opdracht van elke overheid (Europees, Federaal, Vlaams, provinciaal en lokaal) om met de verschillende beleidsdomeinen een voldoende attractief en stabiel kader te creëren, zodat elke partner op elk beleidsniveau, inclusief de overheden zelf, maximaal kunnen bijdragen aan een preventief gezondheidsbeleid. 

Dat kan gaan over voldoende middelen voorzien, taakafspraken maken tussen verschillende beleidsniveaus en actoren, en maximaal verbinden van beleidsdomeinen zodat integraal werken in het beleid (Health in All Policies) meer evident wordt. 

Maak gebruik van projectmatig werken voor gezondheid

Gezondheid bevorderen houdt heel wat in, van partners en doelgroepen betrekken tot een interventie bedenken en timing en budgetten bepalen. Daarnaast moet je niet enkel een actie, methodiek of materialen ontwikkelen, je moet ze ook nog implementeren en evalueren. 

Gezond Leven ontwikkelde daarom projectmatig werken voor gezondheidsbevordering. De fasen van projectmatig werken (oriëntatie, planning, uitvoering en afronding) geven aan waar je je bevindt in het (chronologisch) verloop van je project en welke aandachtspunten daarmee samengaan.’ Hiermee geef je een kwaliteitsvolle invulling aan je project en ontsnapt niets aan je aandacht.