Van de gezonde keuze de meest voor de hand liggende keuze maken. Dat is het doel van een preventief gezondheidsbeleid. Maar dit is meer dan een wandeling tijdens de lunchpauze organiseren. Het maakt deel uit van de dagdagelijkse bedrijfspraktijk van een onderneming.

Nadruk op motiveren en ondersteunen 

Een preventief gezondheidsbeleid legt de nadruk op het motiveren en/of ondersteunen van de medewerkers en respecteren de individuele keuzevrijheid van werknemers op het vlak van gezondheid. Het beleid focust op gezondheidsthema’s zoals: voldoende bewegen, lang zitten onderbreken, evenwichtig eten, stoppen met roken, alcoholverbruik beperken en je goed in je vel voelen op het werk.  

Het bouwt verder op het welzijnsbeleid (naar aanleiding van de Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, kortom de Welzijnswet) van de organisatie, is niet wettelijk verplicht en gebaseerd op het engagement van de onderneming. Een preventief gezondheidsbeleid heeft een visie op lange termijn dat aansluit op de strategische bedrijfsdoelstellingen van de organisatie.  

Preventiestrategieën 

Preventiestrategieën waken erover dat er een goed beleid wordt opgezet. Je besteedt als onderneming best aandacht aan de volgende types van strategieën: educatie, omgevingsinterventie, afspraken en regels en zorg en begeleiding. Educatie omvat het informeren en sensibiliseren van werknemers, teams of leidinggevenden en hun vaardigheden versterken. Bij omgevingsinterventies wordt ‘omgeving’ zeer ruim ingevuld: zowel fysiek, ruimtelijk, materieel als sociaal. Dit houdt onder andere het principe van nudging (gedragssturing via een duwtje in de rug) in.  

Een beleid via afspraken en regels heeft in de eerste plaats betrekking op afspraken die binnen de organisatie worden gemaakt. De afspraken kunnen vastgelegd worden in regels, bijvoorbeeld in een arbeidsreglement of in een huishoudelijk reglement. Zorg en begeleiding omvat, naast het creëren van een zorgzame omgeving, ook vroegdetectie en vroeginterventie en het begeleiden naar hulp. 

Geestelijke gezondheidsbevordering

Voor ondernemingen is het uitvallen van een collega door burn-out vaak het moment waarop ze hun hr-, en bedrijfsbeleid in brede zin, in vraag stellen. Deze confrontatie zou meteen als aangrijpingspunt gezien kunnen worden om het beleid op vlak van stress op de werkvloer te verruimen naar (geestelijke) gezondheidsbevordering. 

Geestelijke gezondheidsbevordering focust niet op het voorkomen van de ongezonde effecten van stress. Het gaat eerder over werknemers laten floreren, ondanks de verschillende uitdagingen waarmee ze in hun job geconfronteerd worden. Een beleid van geestelijke gezondheidsbevordering is gericht op het versterken van het mentaal welbevinden en veerkracht. Dit kan door structureel aandacht te besteden aan determinanten van mentaal welbevinden en veerkracht op verschillende niveaus (de individuele werknemers, het team waarin ze werken (hoe zit het met de teamcohesie, worden de talenten van iedereen in het team voldoende benut?) en het kader dat de organisatie biedt (is er bijvoorbeeld sprake van positief leiderschap?)). 

Geestelijke gezondheidsbevordering draagt in belangrijke mate bij aan het mentaal welbevinden van werknemers. Dit is van groot belang, want personen die goed in hun vel zitten, functioneren beter: een hoog mentaal welbevinden bevordert, onder andere, het creatief denken (innovatie) en de productiviteit, het stimuleert interpersoonlijke relaties, en draagt ook bij tot een goede fysieke gezondheid en een langere levensverwachting. Werknemers die mentaal sterker zijn, hebben ook een sterkere veerkracht: zij kunnen bij tegenslagen makkelijker terugveren en leren ook uit deze tegenslagen. Een beleid gericht op geestelijke gezondheidsbevordering en gezondheid in het algemeen loont dus! 

Wil je geestelijke gezondheidsbevordering op de agenda zetten in jouw onderneming? Of denk je na om ook andere gezondheidsthema’s binnen jouw onderneming aan te pakken?

Doe hier je subsidieaanvraag

Ondanks je inspanningen als werkgever in het kader van psychosociale gezondheidsrisico’s kan uw onderneming -bijvoorbeeld omwille van de werkdruk- misschien extra nood hebben om burn-out nog specifieker aan te pakken. De federale overheid subsidieert een aantal pilootprojecten voor de primaire preventie van burn-out.