Gezondheidsbeleid van lokale besturen: de cijfers

Gezonde Gemeente is een veelbelovend initiatief, maar hoe is het momenteel gesteld met het gezondheidsbeleid van de gemeenten en OCMW’s? Op welke gezondheidsthema’s zetten lokale besturen het meest in? We geven je een stand van zaken.

Indicatorenbevraging

Om de drie jaar organiseert het Vlaams Instituut Gezond Leven in samenwerking met de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) de ‘indicatorenbevraging’. Dat is een peiling naar het gezondheidsbeleid bij gemeenten en OCMW’s. Zo kom je bijvoorbeeld te weten hoe lokale besturen hun gezondheidsbeleid invullen, maar ook rond welke gezondheidsthema’s ze werken.

De resultaten van dit onderzoek vormen de basis voor beleidsaanbevelingen naar de overheid. De bevraging houdt ook een monitoring van de gezondheidsdoelstellingen in, zodat we die tijdig en gericht kunnen bijsturen.

Benieuwd naar de resultaten van de laatste indicatorenbevraging (2016)? Lees het rapport 'Het lokale preventieve gezondheidsbeleid van de Vlaamse lokale besturen in kaart gebracht'. 

Wat met de cijfers van jóúw lokaal bestuur? 

Laat ons eerlijk zijn … De cijfers die je écht interesseren zijn die van je eigen lokaal bestuur, toch?

Als jouw lokaal bestuur heeft deelgenomen aan de bevraging over het preventieve gezondheidsbeleid, heeft het op 30 januari 2017 een e-mail met het feedbackinstrument ontvangen. Daar vind je alle antwoorden terug en zie je meteen wat de sterktes en zwaktes van het gezondheidsbeleid van jouw gemeente zijn. Interessante inzichten om mee aan de slag te gaan!

Tip: als je niet goed weet hoe je het feedbackinstrument moet interpreteren, kun je altijd een woordje uitleg vragen aan het Logo uit jouw regio.

Niet zeker of jouw gemeente heeft deelgenomen aan deze bevraging? Of vind je de link naar het feedbackinstrument niet meer terug? Eén adres: Lien Van Oyen van het Vlaams Instituut Gezond Leven. 

Enkele opvallende resultaten

De laatste bevraging in 2016 leverde enkele interessante inzichten op. Het gezondheidsbeleid in gemeenten is er de voorbije drie jaar al flink op vooruitgegaan, maar sommige topics vragen toch nog iets meer aandacht.

  • Lokale besturen doen steeds meer om hun inwoners te laten bewegen. Zo investeert 42% van de gemeenten in 2016 in volkstuintjes, terwijl in 2013 nog maar 11% dat deed. De gemeenten investeerden ook meer in speelplekken en degelijke fietsstallingen.
  • Ook OCMW’s zetten sinds 2013 meer in op beweging: zij organiseerden de voorbije drie jaar opvallend meer activiteiten. Dat is een goede zaak, want kwetsbare groepen zijn sowieso al iets minder actief.
  • In 2016 informeerden en sensibiliseerden 70% van de gemeenten en OCMW’s hun inwoners en cliënten over gezond eten, terwijl in 2013 slechts 45% van de gemeenten dat deed.
  • 62% van de gemeenten sensibiliseert en informeert over de gevolgen van alcohol en drugs.
  • Er ging in het algemeen meer aandacht naar kwetsbare groepen in vergelijking met 2013.
  • Het aantal snackautomaten in de Vlaamse steden en gemeenten is in die drie jaar maar weinig afgenomen.
  • Ook op vlak van tabakspreventie is er nog werk aan de winkel: 16% van de gemeenten en 26% van de OCMW’s organiseren hier nog geen initiatieven rond. Maar ook het aantal gemeenten die rookstopcursussen voor hun inwoners organiseren, is niet toegenomen tegenover 2013.
  • 9 op de 10 gemeenten en drie kwart van de OCMW’s hebben een of meerdere actieve werkgroepen rond gezondheid. Een hele verbetering tegenover 2013!
  • De samenwerking met de Logo’s is de voorbije drie jaar versterkt: in vrijwel alle gemeenten en OCMW’s staat het Logo als gezondheidspartner met stip op één.
  • Er wordt steeds vaker iemand aangesteld om rond gezondheid te werken. In de helft van de gemeenten gaat dat echter over maximaal 7 uur per week, wat toch te weinig is om aan een kwaliteitsvol gezondheidsbeleid te werken.
  • Uit de bevraging blijkt dat centrumsteden een kwaliteitsvoller gezondheidsbeleid kunnen voeren dan niet-centrumsteden, omdat zij beschikken over meer middelen, capaciteit en deskundigheid.