Bouwblok jezelf kunnen zijn

Een belangrijk onderdeel van ‘jezelf kunnen zijn’ is geloven in je kunnen en in de mogelijkheid dat dingen, maar ook jij zelf, kunnen veranderen.

Geloven dat groei (en dus positieve verandering) haalbaar is, zorgt voor ontelbare mogelijkheden! Je blijft niet hangen in je huidige kennen, kunnen, emoties … maar ziet het zitten om in te zetten op verandering.

In de klas wil dat zeggen dat leerlingen geloven dat ze door te leren wel degelijk kunnen groeien, dat de inspanning het waard is, dat fouten maken absoluut mag. Meer nog! Door fouten te maken leer je iets over jezelf en hierdoor word je vaak nog beter in iets.

Meer weten over 'jezelf kunnen zijn?'

Groei watte?

De manier waarop we spreken, bepaalt voor een groot stuk hoe we denken (en omgekeerd, natuurlijk).
Dat betekent dat de taal die er in de klas gebruikt wordt, mee bijdraagt aan het vertrouwen dat de leerlingen hebben in zichzelf en of ze geloven in hun groeikansen.

Het is natuurlijk al heel fijn wanneer jij als leerkracht zulke groeitaal gebruikt, maar nog waardevoller wordt het wanneer leerlingen zélf spreken en denken vanuit een groeimindset.

Deze groeitaalslinger van het Talentenlab (www.hettalentenlab.nl) kan jullie hiermee helpen.

Een slinger is niet enkel versiering

Deze slinger gebruiken is simpel: downloaden, printen, ophangen en klaar!

Maar hoe zorg je ervoor dat deze niet enkel dient als versiering aan de muur? Enkele tips:

  1. Stel de slinger samen met je klas op en zoek samen naar goede slogans om de lege vlaggetjes mee op te vullen.
  2. Wil je het nog persoonlijker maken? Laat leerlingen opschrijven welke negatieve gedachte soms door hun hoofd spookt als iets niet goed lukt. Verzamel de briefjes anoniem en denk met de hele klas na welke positieve groeigedachte je ertegenover kan zetten. Bv: “Pffft een slechte toets, ik ben echt niets waard” wordt “Oeps een slechte toets. Dat geeft me wel zicht op waar ik nog extra op kan oefenen. Ik ga ermee aan de slag, volgende keer beter!”
  3. Vaak gebruiken we makkelijker groeitaal voor een ander dan voor onszelf. Moedig je leerlingen aan om mekaar op hun beurt aan te moedigen.
  4. Ga het proces dus samen aan en leg uit waar het over gaat: geloven in ons kunnen! “’t Is niet omdat ik het nu niet kan, dat dat straks ook nog het geval is.”
  5. Laat de slinger niet zomaar hangen, maar verwijs er regelmatig naar. Bijvoorbeeld op het moment dat iemands toets wat minder ging: fouten maken hoort bij het leerproces, of net voordat je een toets uitdeelt: we zijn aan het oefenen.
  6. Merk je op dat een bepaalde leerling steeds dieper wegzakt en fronst tijdens de les? Dat zou een signaal kunnen zijn dat het geloof in eigen kunnen en mogelijkheden even afwezig is. Ga een gesprekje aan met de leerling en verwijs naar de groeislinger. Maak het persoonlijk door samen na te denken hoe hij/zij negatieve gedachten kan ombuigen tot een groeigedachte.
    Groeitaalslinger