Er worden heel wat flesjes gevuld en uitgedronken in de kinderopvang. Er valt dus ook heel wat over te vertellen. Zoals: welk water je best gebruikt, wanneer je de flesvoeding best geeft … Hier vind je enkele tips over flesvoeding in je kinderopvang.

Tip 1: Gebruik het juiste water 

De basis van een flesje is natuurlijk water. Maar welk water? Bruis, plat, van de kraan? Het is aanbevolen water te gebruiken waar op de verpakking vermeld staat dat het is ‘geschikt voor de bereiding van babyvoeding’. Gebruik dit water zolang je flesvoeding moet bereiden, ook nog na de leeftijd van 12 maanden. 

Je kan als opvang zelf het water voorzien, of de ouders kunnen dat meebrengen. 

De opvang voorziet het water.

Als jullie opvang zelf voor het water zorgt, heeft dat best wat voordelen: 

  • Je hebt meer controle over de bewaring
  • Je kent de afkomst van het water
  • Een geopende fles water zal vlugger opgebruikt worden. 

Ouders voorzien zelf het water.

Ouders kunnen ook zelf flesjes gevuld met water meebrengen naar de opvang. Laat hen dan bij het intakegesprek weten welk water ze best gebruiken. 

Tip 2: Geef een kind alleen een flesje als het honger heeft 

Flesvoeding geef je best op het ritme van het kind, niet op vaste tijdstippen. Je kan hier dus niet op voorhand een dagplanning voor maken. Baby’s geven zelf aan wanneer ze honger hebben en wanneer ze genoeg hebben. En ze moeten leren luisteren naar hun honger- en verzadigingsgevoel, dat is belangrijk om overgewicht te voorkomen.

Nog 2 extra tips:

  • Geef baby’s bij warme periodes extra melkvoeding zodat ze niet uitdrogen.  Bij warme temperaturen zweten baby’s meer, verliezen ze hij meer vocht. Extra melkvoeding compenseert dat.
  • Dwing baby’s niet om een bepaalde hoeveelheid flesvoeding te drinken. Een baby geeft zelf aan wanneer hij genoeg heeft. De ene baby is de andere niet. Ieder kind ontwikkelt een eigen ritme. Dus: vergelijk baby’s van dezelfde leeftijd niet met elkaar. 

Tip 3: Laat ouders weten hoeveel flesjes hun kind drinkt 

Ouders weten graag wat hun kindje doet in de opvang. Ook wat het drinkt en eet. Daarom: laat ouders elke dag weten hoeveel melk hun kindje heeft gedronken. Vertel het hen ’s avonds als ze hun kind komen ophalen of schrijf het in het heen-en-weerschriftje.

Sommige ouders maken zich zorgen als hun kind minder drinkt dan wat Kind en Gezin aanbeveelt of wat op de verpakking van het melkpoeder staat. Een kind drinkt voldoende als het: 

  • levendig is;
  • genoeg plasluiers heeft (ongeveer 6 per dag) en
  • goed groeit.

Geef dit gerust mee aan de ouders, bijvoorbeeld in het heen-en-weerschriftje. Zo stel je hen gerust. Zijn er toch problemen door het weinig drinken? Verwijs de ouders dan door naar hun kinderarts voor verdere opvolging.

Meer weten over flesvoeding? Hier zijn interessante links: