Hoewel we intuïtief aanvoelen dat bijvoorbeeld het inzetten op sociale cohesie of het aanbieden van een veerkrachtbevorderend programma op school een positieve invloed heeft op het mentaal welbevinden is de wetenschappelijke evidentie voor geestelijke gezondheidsbevordering-interventies nog beperkt.

Dit is enerzijds toe te schrijven aan de nieuwheid van het onderzoeksdomein. Anderzijds ligt het ook aan de moeilijkheid van het studieobject. Het is namelijk makkelijker en goedkoper om individuele gedragsveranderingen te bestuderen dan veranderingen in de gemeenschap. De genetische, biologische, psychologische, gedragsmatige, omgevings-, sociale, economische, en culturele factoren, bepalend voor geestelijke gezondheid, zitten daarnaast in complexe interacties vervat die zich moeilijk van elkaar laten onderscheiden en moeilijk meetbaar zijn in gecontroleerde onderzoekscondities. Vaak worden de resultaten van geestelijke gezondheidsbevordering pas jaren later duidelijk.

Uit de effectiviteitsreview geestelijke gezondheidsbevordering (2011) blijkt dat er wetenschappelijke onderbouwing beschikbaar is over welke interventies effectief of veelbelovend zijn.

Eerste levensjaren

In de eerste levensjaren (0-6 jaar) is het cruciaal om een goede start te maken. Dit betekent dat het kind een veilige thuis en opvang aangeboden wordt die warm en responsief is, maar waar duidelijke grenzen gesteld worden. Geestelijke gezondheidsbevordering-interventies die dit ondersteunen zijn huisbezoeken tijdens en na de zwangerschap door getrainde vrijwilligers uit de gemeenschap en ouderschapsondersteuning programma’s in groep (bijvoorbeeld ‘Triple P Positive Parenting’).

Jeugdjaren

Tijdens de jeugdjaren (6-20 jaar) worden basisvaardigheden en competenties ontwikkeld voor het latere leven. Via interventies in scholen kunnen veel jongeren tegelijk bereikt worden gedurende de belangrijkste jaren voor hun cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Op school zijn ook volwassen rolmodellen beschikbaar en wordt het sociale netwerk verder ontwikkeld. 

Uit de literatuur blijkt een uitgesproken voorkeur voor de ‘whole school approach’. Deze aanpak behelst een aanpassing van de klas, de schoolomgeving en waarden en normen op school[LW1] , en betrekt hierbij ouders en gemeenschap. Het aanleren van allerlei vaardigheden (sociale, probleemoplossende, communicatievaardigheden …) via lespakketten in de klas biedt ook een meerwaarde. 

Daarnaast bieden online geestelijke gezondheidsbevorderingsprogramma’s (zoals ‘Reach out’) mogelijk een oplossing voor barrières bij jongeren die ze ervaren bij het zoeken van hulp. Dat kan zijn: weerstand om met volwassenen te praten over hun zorgen, en ontevredenheid met het type en vorm van de informatie die voor hen beschikbaar is. Dergelijke programma’s stellen anoniem geestelijke gezondheidsbevorderingsinformatie en -interventies (oefeningen, werkpakketten) ter beschikking van een groot aantal jongeren. Dit kan via een site en/of chat en communities.

Volwassenen

De literatuur rond geestelijke gezondheidsbevordering in de volwassenheid spitst zich vooral toe op interventies op de werkplek. Hier dient steeds gewerkt te worden aan een combinatie van interventies op het niveau van het individu en de omgeving. Met andere woorden interventies gericht op het verhogen van individuele veerkracht, copingvaardigheden en stressbestendigheid enerzijds, en interventies gericht op het aanpakken van organisatiefactoren die bijdragen tot stress op de werkplek anderzijds.

Langdurige ongewenste werkloosheid kan een heel negatieve impact op het zelfbeeld en welbevinden hebben. Dit kan aangepakt worden door interventies zoals het ‘JOBS programme’.

Universele campagnes (bijvoorbeeld ‘10 steps for mental health’ waar Fit in je Hoofd op gebaseerd is) zijn effectief bij het verlenen van informatie, bij bewustmaking, en zetten aan tot gedragsverandering.

Ouderen

Bij ouderen dragen sociale steun in een groep en activiteiten die sociale participatie aanmoedigen significant bij aan het mentaal welbevinden. Bepaalde vormen van bewegingsactiviteiten zoals gemengde oefeningen, kracht en weerstandstraining, aerobics, en wandelen zijn goed wetenschappelijk onderbouwd voor hun geestelijke gezondheidsbevorderend effect.

Psychologische interventies die de controle over het eigen leven verhogen, negatieve gedachten bijstellen en gebruik maken van ‘life review’ dragen bij aan een positieve geestelijke gezondheid. Daarnaast kunnen ergotherapeutische interventies ingezet worden waarbij dagelijkse routines en activiteiten die gezondheid en welbevinden verhogen ingeoefend worden (bijvoorbeeld ‘Lifestyle Redesign’).

Referenties

  • Balfour, 2007; Barry, Canavan, Clarke, Dempsey, & Sullivan, 2009;
  • Adi et al, 2007
  • Adi, Killoran, Janmohamed, & Stewart-Brown, 2007
  • Horgan & Sweeney, 2009
  • Graveling, Crawford, Cowie, Amati, & Vohra, 2008 
  • Baxter, Goyder, Herrmann, Pickvance, & Chilcott, 2009
  • Barry, Canavan, Clarke, Dempsey, & Sullivan, 2009
  • Aked, Marks, Cordon, & Thompson, 2008
  • Cattan & Tilford, 2006
  • Windle, Hughes, Linck, Russell, & Woods, 2010
  • Cattan & Tilford, 2006 
  • Jané-Llopis & Gabilondo, 2008