De temperatuur in steden ligt doorgaans hoger dan in de omringende landelijke gebieden. Vooral de nachtelijke temperatuur ligt hoger. Gemiddeld loopt dit verschil op tot enkele °C, maar er worden ook dagen genoteerd met uitschieters tot 7 à 8 °C en meer (figuur 1). Hittegolven treden daardoor frequenter én intenser op in steden, wat aanleiding geeft tot een verhoogde menselijke blootstelling aan hittestress.

Hitte Eilanden

Figuur 1: schematisch overzicht van een stedelijk hitte-eiland. 

Het stedelijk hitte-eilandeffect wordt veroorzaakt door de hoge absorptie en het vasthouden van hitte door bijvoorbeeld beton, asfalt, steen. Het gebruik van donkere materialen versterkt dit effect. Maar ook de densiteit en de omvang van de bebouwing heeft een belangrijk effect. Het gebrek aan groen en aan wateroppervlakken zorgen voor een vertraagde afkoeling.

Als een gevolg van het stedelijk hitte-eilandeffect ervaren stedelijke gebieden twee maal zo veel hittegolfdagen in vergelijking met landelijke gebieden (Hooyberghs et al., 2015).

Lees meer over stedelijke hitte-eilanden op milieurapport.be

Hoe word je blootgesteld? 

Vooral in steden staan mensen bloot aan hittestress. Door de blokkering van wind en het vasthouden van warmte in beton, asfalt en stenen kan het in steden nog veel warmer worden dan in de omliggende gebieden. Zo kunnen steden uitgroeien tot heuse hitte-eilanden. Vooral tijdens de nacht kan het temperatuurverschil met de omgeving er oplopen.  Vooral ouderen, kinderen, sociaal geïsoleerde personen en chronisch zieken ondervinden hiervan gezondheidshinder.

Ook socio-economische factoren spelen mee in de verhoogde gevoeligheid van stedelingen voor hitteperiodes: bijvoorbeeld sociale isolatie, dakloosheid, verminderde mobiliteit en lagere inkomens.

De effecten van blootstelling kunnen rechtstreeks verband houden met hitte (hitteberoerte, hittemoeheid en uitdroging, of hittestress) of kunnen het gevolg zijn van een verergering van reeds bestaande ademhalings- en hart- en vaatziekten, elektrolytstoornissen en nierproblemen. Die effecten van warmte treden meestal op dezelfde dag en in de daaropvolgende drie dagen op.

De kwaliteit of de leefomgeving speelt ook een belangrijke rol. Op het niveau van individuele gebouwen of gezinnen wordt de blootstelling aan extreme temperaturen beïnvloedt door de mogelijkheid om binnen comfortabele temperaturen te handhaven. Het type en de kwaliteit van de woning en de mogelijkheid om te koelen of het installeren van zonnewerking zijn daarbij bepalend.

Gevolgen voor de gezondheid?

Gevoelige groepen leven in vele Europese steden in de dichtbebouwde stedelijke omgeving en kunnen daardoor meer blootgesteld worden aan hogere temperaturen.

De stadscentra zijn gekarakteriseerd door een hoog aantal gevoelige groepen zoals ouderen, alleenstaanden en mensen met een slechtere gezondheid, maar ook door een hoge intensiteit van het hitte-eilandeffect (Buscail et al., 2012; Tomlinson et al., 2011).

Mensen in armoede hebben meer kans om in een stedelijk hitte-eiland te wonen(Wolf and McGregor, 2013; Kazmierczak, 2012). Ook faciliteiten voor kwetsbare groepen, zoals hopsitalen, woonzorgcentra en scholen zijn ook dikwijls gelokaliseerd in gebieden die 2°C warmer zijn dan het regionaal gemiddelde (Macintyre et al., 2018; Kazmierczak, 2012). In sommige steden vindt men ook meer rijke mensen die in het centrum wonen. Zij zijn daardoor meer blootgesteld aan het stedelijk hitte-eilandeffect.

Onderstaande figuur geeft weer wat de gevolgen kunnen zijn van extreme temperaturen in de stad.

Gevolgen Extreme Temperaturen Stad

Hoe blootstelling beperken?

Gedragsverandering en voorbereid zijn

De gezondheidseffecten veroorzaakt door warmte kunnen voor een groot gedeelte worden vermeden, wanneer men aantal maatregelen neemt. Deze maatregelen bevinden zich op vlak van gedrag, maar ook op vlak van een aantal preventieve maatregelen. Deze maatregelen kunnen genomen worden op individueel vlak, maar ook op vlak van groepen en op beleidsniveau.

Een lokaal bestuur kan bijvoorbeeld een lokaal gezondheidsplan ‘warme dagen’ opstellen waarbij zij een aantal maatregelen neemt om (de meest) kwetsbare groepen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van warmte. Hierbij kan extra aandacht geschonken worden het stedelijke hitte-eilandeffect.

Op groepsniveau kunnen er afspraken gemaakt worden om bijvoorbeeld langs te gaan bij kwetsbare personen in de omgeving.

Op individueel niveau kan je maatregelen om de warmte buiten je huis te houden, maar kan je er ook voor zorgen dat je voldoende drinkt en gaat sporten op de koelste momenten van de dag.

Meer informatie en ondersteuning rond preventie kan je vinden op www.warmedagen.be

Structurele maatregelen

Naast het preventieve luik, kunnen in de publieke ruimte een aantal structurele maatregelen genomen worden die de effecten van het stedelijk hitte-eiland kunnen milderen of tegen gaan. Dit zijn de zogenaamde adaptatiemaatregelen. Deze maatregelen kunnen genomen worden naast het prioritair inzetten op mitigerende maatregelen. Enkel deze laatste maatregelen kunnen, door het beperken/vermijden van de uitstoot van broeikasgassen, de opwarming van ons klimaat afremmen. 

Het nemen van adaptatiemaatregelen in het kader van hitte zijn maatwerk. Elke bebouwde oppervlakte heeft andere kenmerken en een andere opbouw, waardoor geen passe-partout bestaat die overal kan gebruikt worden.

Over een aantal algemene maatregelen is men het wel eens dat ze een temperend effect hebben op een stedelijk hitte-eiland. Deze zijn onder andere:

  • het gebruik van lichte materialen in plaats van donkere materialen
  • ontharding van de ondergrond
  • het gebruik van groen heeft een verkoelend effect op hitte door een verhoogde evapotranspiratie van de vegetatie, maar ook door de schaduwvorming
  • het gebruik van water bij de inrichting van een publieke ruimte zorgt voor een verkoelend effect
  • de oriëntatie van huizenblokken kan belangrijk zijn. Wanneer een straat in de overheersende windrichting ligt, kan de warmte makkelijker weg.

Meer informatie over adaptiemaatregelen kan je vinden op www.burgemeestersconvenant.be² en www.klimaatenruimte.be³ . 

Hoe wordt het stedelijk hitte-eilandeffect gemeten?

Een manier om dat effect in cijfers om te zetten is aan de hand van zogenaamde ‘hittegolfgraaddagen’, die voor een gegeven jaar berekend worden door:

  • eerst te bepalen op welke dagen in de periode van 1 april tot 30 september in dat jaar zich een hittegolf voordoet, uitgaande van de definitie van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid;
  • en vervolgens voor die dagen de som te nemen van de overschrijdingen van de dagelijkse maximumtemperatuur boven de drempel van 29,6 °C, samengeteld met de som van de overschrijdingen van de dagelijkse minimumtemperatuur boven de drempel van 18,2 °C.

Op deze manier geeft de indicator niet enkel een beeld van de totale duur van hittegolven in dat jaar, maar ook van hun gewicht. De indicator wordt doorgaans getoond voor een stedelijke en een nabijgelegen landelijke locatie, op een gemeenschappelijke grafiek, zodat het stedelijk effect tot uiting komt (figuur 5).

Hitte Eilanden Effect

Figuur 54

In vergelijking met nabijgelegen rurale gebieden worden steden gekenmerkt door een systematisch hoger aantal hittegolfgraaddagen. Verder stijgt het geregistreerde aantal hittegolfgraaddagen met de grootte van de stad (gemeten naar hun inwoneraantal), en met de afstand tot de Kust. En in Gent, waar ook een meetpunt staat in een stedelijk park, blijkt duidelijk de temperende werking van groen in de stad.

Beïnvloedt klimaatverandering het stedelijk hitte-eilandeffect in de toekomst?

De jaarlijkse gemiddelde temperatuur in ons land is sinds het einde van de 19de eeuw sterk toegenomen. De gemiddelde jaartemperatuur ligt in Ukkel momenteel  2,5 °C hoger dan 200 jaar geleden, dat is ruim 1,6 °C meer dan de mondiale gemeten temperatuurstijging. 

Niet alleen de gemiddelde temperaturen lopen op, we krijgen ook meer tropische dagen (warmer dan 30 °C) en hittegolven komen frequenter voor. In het verleden was er in Vlaanderen om de drie jaar een hittegolf, nu gebeurt dit jaarlijks.

De temperatuur in Vlaanderen zal alleen maar verder toenemen. Er wordt verwacht dat de jaargemiddelde temperatuur tegen 2100 tussen de 0,7 en 7,2 °C hoger zal liggen dan in de referentieperiode rond 2000. In december-januari-februari schommelt deze stijging tussen 0,9 °C en 6,2 °C. In juni-juli-augustus tussen 0,2 °C en 8,9 °C. De toename in seizoengemiddelden kan hoger zijn dan de jaargemiddelde stijgingen.

In alle klimaatscenario’s neemt het aantal hittegolfdagen en het aantal hittegolfgraaddagen (een maat voor de hittestress waaraan inwoners worden blootgesteld) overal in Vlaanderen toe ten opzichte van het huidige klimaat. Nu zijn de gezondheidseffecten nog beperkt tot sporadische extreem warme perioden. In de (nabije) toekomst zullen er meer effecten zijn in grotere delen van Vlaanderen. Onder het niet langer uit te sluiten hoge impactscenario kan in 2050 zelfs overal in Vlaanderen sprake zijn van ernstige overlast door hitte. 

Gemiddeld zou een jaar dan 18 hittegolfdagen kunnen tellen en naar 2100 toe zelfs 50, te vergelijken met de huidige 4 hittegolfdagen. Ook nagenoeg alle kwetsbare instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en crèches krijgen dan jaarlijks te maken met beduidende hittestress. In grote hitte-eilanden kan dit zelfs oplopen tot 70 hittegolfdagen.

In 2100 zouden het aantal hittegolfgraaddagen gemiddeld uitkomen op 327 °C.d, te opzichte van 13°C.d nu. In grote hitte-eilanden kan dit oplopen tot 600°C.d. Dus niet enkel de duur van een hitte neemt toe, maar ook de ernst.

Meer weten?

Neem contact op met de medisch milieukundige van het Logo van je regio.

Logo Logos