Aantal jonge rokers blijft hoog

Uit de meest recente Leerlingenbevraging (schooljaar 2012-2013) van de VAD blijkt dat er gemiddeld een lichte daling is in het ‘ooitgebruik’, ‘laatstejaarsgebruik’ en ‘regelmatig gebruik’, maar bijna 30% van de jongeren blijft 'ooitgebruiker' en 1 op 10 is een regelmatige roker. En terwijl er een daling is in het 'ooitgebruik' bij 12-14-jarigen en 15-16-jarigen, neemt het bij de 17-18-jarigen lichtjes toe tegenover de vorige meting. Dat betekent dat jongeren nu ook meer op oudere leeftijd beginnen met roken.

In die oudere leeftijdsgroep valt verder ook op dat het rookcijfer veel te hoog blijft: bij de 17-18-jarigen heeft gemiddeld meer dan de helft al ooit gerookt (54,3%) en zijn er meer dan 1 op 5 regelmatige rokers (22,6%).

Bij de 15-16 jarigen rookte volgens de Leerlingenbevraging 23,8% het laatste jaar, 11,7% occasioneel, 12,2% regelmatig en 8% dagelijks. De gezondheidsdoelstelling voor roken bij jongeren wordt dus nog niet gehaald. 

Oudere jongeren beginnen nog

Ook uit de Gezondheidsenquête 2013 blijkt dat roken bij jongeren van 15 tot 24 jaar een “ernstig probleem” blijft (p. 190). 

De daling van het tabaksgebruik door deze groep wordt in dit onderzoek genuanceerd. Volgens het onderzoek gaat het hier “meer om een daling op lange termijn dan om een daling tussen 2008 en 2013: in de leeftijdsgroep 15-24 jaar konden in 1997 32% rokers worden geteld, in 2008 25% en in 2013 22%. Een meer gedetailleerd onderzoek geeft aan dat tabaksgebruik bij jongeren van 20-24 jaar al 26% is, wat hoger is dan de nationale prevalentie (23% bij de groep van 15 jaar en ouder). Dit geeft aan dat er een grote kans is dat een bepaalde groep jongeren van 15-19 jaar (18% rokers) nog niet begonnen is met roken, maar dit vooralsnog zal doen."

De cijfers van de VAD-leerlingenbevraging en die van de Gezondheidsenquête 2013 zijn niet helemaal vergelijkbaar, maar dezelfde tendenzen vallen op: oudere leerlingen (nog minderjarig) en jongvolwassenen (meerderjarig) beginnen nog met roken. Ook bij jonge vrouwen is er een opvallende stijging van het roken en dagelijks roken: in de leeftijdsgroep 15-24 jaar roken er nu meer vrouwen dan mannen.

Grote verschillen tussen ASO, TSO en BSO  

Extractie uit tabel 1a: Prevalentie en frequentie van tabak naar onderwijsvorm
Nooit Ooit Laatste jaar Occasioneel Regelmatig Dagelijks
A-stroom 91,8% 8,2% 3,4% 2,1% 1,4% 0,7%
B-stroom 82,6% 17,4% 9,8% 3,8% 5,9% 3,8%
ASO 70,8% 29,2% 18,6% 12,2% 6,4% 3,8%
TSO 55,9% 44,1% 30,1% 14,3% 15,8% 10,8%
BSO 45,5% 54,5% 38,6% 9,8% 28,9% 22,8%

Als we focussen op de onderwijsvormen verandert het beeld helemaal. Uit de nieuwe cijfers van de Leerlingenbevraging blijkt opnieuw dat de kloof in rookgedrag tussen de onderwijsvormen zeer hardnekkig is: het aantal regelmatige rokers in ASO is 6,4%, in TSO bijna 16%, maar in het BSO gaat het nog altijd over 28,9%, dus bijna 1 op 3 leerlingen! Ook in de categorieën ‘ooit’ en ‘nooit’ zijn de verschillen tussen de onderwijsvormen erg groot.

Het zijn tendenzen die we al kenden van de meest recente HBSC-studie. Die geeft aan dat het percentage dagelijks rokende jongeren in alle onderwijsvormen daalde tussen 2006 en 2010, maar dat het grote onderlinge verschil bleef bestaan. In het ASO daalde het cijfer van 9,1% naar 4,2%, in het TSO van 18,8% naar 15,7%, en ook in het BSO was er een lichte afname van 33,3% naar 29,2% maar bleven de cijfers erg hoog. De HBSC-studie vat het zo samen: meer jongeren uit het BSO roken, ze roken ook meer sigaretten en beginnen op jongere leeftijd, waardoor de kans op verslaving vergroot.

De grote verschillen verwijzen ook al naar de ‘rokerskloof’ onder volwassenen: roken hangt sterk samen met een lagere sociaal-economische status en achtergrond. Zo draagt rookgedrag in hoge mate bij aan de gezondheidsongelijkheden tussen verschillende sociale groepen.

Tabak is makkelijk beschikbaar

Uit de cijfers van de Leerlingenbevraging blijkt verder dat bij de 16-plussers al bijna de helft ooit gerookt heeft. Bij degenen die jonger zijn dan 16 gaat het gemiddeld over 16%. Maar de sprong naar ‘ooit roken’ gebeurt vooral tussen 14 en 15 jaar (bij die laatsten deed 30,1% het al).

De verkoop van tabak is in ons land alleen toegestaan aan jongeren die ouder zijn dan 16. Kan het moment van ‘ooit roken’ uitgesteld worden door de aankoopleeftijd te verhogen tot 18 jaar (als die hogere leeftijd ook gekaderd wordt in andere maatregelen gericht op minderjarigen)? Het zou interessant zijn om te weten op welke leeftijd de 16-, 17- en 18-jarigen ‘ooit gerookt’ hebben.

Bij de subjectieve beschikbaarheid van tabak vallen de zeer hoge cijfers op. Van de 16-plussers zegt bijna 9 op 10 gemakkelijk aan tabak te kunnen raken. Bij degenen die nog geen 16 zijn, is het meer dan de helft, terwijl de aankoop voor hen wettelijk niet toegestaan is.

Het toont aan hoe gemakkelijk tabak in ons land verkrijgbaar is. Sigaretten zijn inderdaad overal. Het is een koud kunstje voor jongeren om eraan te geraken.