Nog altijd 1 op 4 Belgen rookt

Uit de recent gepubliceerde cijfers van de Gezondheidsenquête 2013 blijkt dat nog altijd bijna één op de vier Belgen rookt: 23% rookt, 19% doet het dagelijks, 4% occasioneel. In Vlaanderen gaat het in totaal over 22% rokers.

Sinds 2008 is het aantal rokers met amper 2% verminderd. De prevalentie van roken is op haar hoogst in de bevolking op actieve leeftijd (25 tot 64 jaar): tussen 26% en 29% rokers. 

Het aantal sigaretten dat dagelijks wordt gerookt - gemiddeld 16 - is sinds tien jaar onveranderd gebleven. Eén dagelijkse roker op zes vertoont tekenen van zware tabaksafhankelijkheid. In de leeftijdsgroep van 35-44 jaar is het aantal rokers en dagelijkse rokers het hoogst (respectievelijk 29% en 24%).  

Een andere infobron is de jaarlijkse rookenquête van de Stichting tegen Kanker. Uit de meest recente (2014) blijkt dat er in Vlaanderen nog steeds 25% rokers zijn, waarvan 20% dagelijks rookt.

De gezondheidsdoelstelling van de Vlaamse overheid, die bepaalt dat het aantal rokers in Vlaanderen tegen 2015 niet hoger is dan 20%, wordt nog niet gehaald dus.

Stijging van roken bij jonge vrouwen

Een opvallend resultaat in de Gezondheidsenquête 2013 is de stijging van roken en dagelijks roken bij jonge vrouwen. In het rapport wordt gesproken over “een fenomeen dat voorheen nooit voorkwam”.

Meer mannen dan vrouwen hebben in de loop van hun leven gerookt, roken vandaag en roken dagelijks. Het verschil is het meest uitgesproken in de leeftijdsgroep tussen 25 en 44 jaar (34% rokers bij de mannen, 20% à 25% bij de vrouwen). Gemiddeld roken mannen dagelijks ook meer sigaretten en roken ze hun eerste sigaret op jongere leeftijd. 

Maar heel opvallend is wel de evolutie in de leeftijdsgroep 15-24 jaar: hier rookt 21% van de jongens en 23% van de meisjes (waarvan 15% dagelijkse rokers bij de jongens en 19% dagelijkse rokers bij de meisjes). 

In vergelijking met de resultaten van 2008 is er een daling van roken en dagelijks roken bij jonge mannen terwijl het bij jonge vrouwen om een stijging gaat! Onder jongvolwassenen van 15-34 jaar is het aantal zware rokers ook hoger bij vrouwen (6%) dan bij mannen (2%).

Een verontrustende ontwikkeling, zeker als tegelijk vastgesteld wordt dat longkanker in Vlaanderen vandaag al veel (jonge) levens kost. Het is de belangrijkste doder bij mannen en vrouwen van 55 tot 65 jaar geworden, bij mannen blijft het de belangrijkste doodsoorzaak tot de leeftijd van 79 jaar. Dat blijkt uit recente cijfers over sterfte in Vlaanderen.

Ook internationaal valt de evolutie van longkanker bij vrouwen sterk op. In 2015 zullen voor het eerst in Europa meer vrouwen sterven aan longkanker dan aan borstkanker.

Meer rokers willen stoppen

De wens om met roken te stoppen lijkt terrein te winnen. 71% van de dagelijkse rokers heeft volgens de Gezondheidsenquête 2013 al minstens 24 uur niet gerookt bij een poging om definitief te stoppen (tegenover 68% in de periode 2004-2008). Een kwart van deze groep is potentieel kandidaat om helemaal te stoppen. 

Het percentage dat ooit gerookt heeft maar ermee is gestopt, stijgt tot 48%. Maar roken is een sterke verslaving: de meerderheid van de rokers rookt dagelijks (82%). Ongeveer een derde van de dagelijkse rokers zijn zware rokers. 

Bij stoppen speelt de sociaal-economische achtergrond mee: pogingen om te stoppen met roken, recente pogingen en geslaagde pogingen komen meer voor bij personen met een diploma hoger onderwijs dan bij lagergeschoolden.

Lagere sociaal-economische status

Rookcijfers en –gedrag hangen sterk samen met sociaal-economische achtergrond. Roken is volgens de Gezondheidsenquête 2013 "vooral een gewoonte van mensen en sociale middens die geen hoger onderwijs hebben gevolgd."

Zowel het percentage rokers, dagelijkse rokers als zware rokers is hoger bij personen met een lager opleidingsniveau. Laaggeschoolden beginnen op jongere leeftijd (dagelijks) te roken, roken gemiddeld meer sigaretten per dag en zijn vaker afhankelijk van tabak dan hooggeschoolden. De verschillen in tabaksgebruik tussen laag- en hooggeschoolden namen de voorbije decennia verder toe omdat relatief meer hooggeschoolden stopten.

Ook uit de meest recente rookenquête van de Stichting tegen Kanker blijkt het sterke verband tussen roken en sociale klasse:  hoe hoger de klasse, hoe minder rokers. In de laagste sociale klasse zien we 36% rokers, in de hoogste 18% (in 2013 was het 34% tegenover 19%). Bij de kaderleden rookt 18%, bij de bedienden 23%, bij de arbeiders 41%, bij de werklozen 46%, cijfers die voor zich spreken.

Rookgedrag hangt vaak samen met een maatschappelijk kwetsbare positie. Uit onderzoek blijkt dat gezondheidsongelijkheden op het vlak van tabaksgebruik en –schade al beginnen voor de geboorte en gedurende de hele levenscyclus een rol spelen: in de kindertijd, bij het beginnen met roken, bij het stoppen en bij het aanpakken van de gezondheidsproblemen die roken veroorzaakt.

10% van zwangere vrouwen blijft roken

Het jaarraport van het ‘Studiecentrum Perinatale Epidemiologie (SPE)’ neemt de meest belangrijke trends in geboorte en bevalling onder de loep. Een van de tien belangrijkste is het stijgende en hoge aantal rokende zwangere vrouwen in Vlaanderen. In 2013 bleef 10% van de vrouwen roken tijdens de zwangerschap (in 2012 was het 9%).

Op de website van het ‘Agentschap Zorg en Gezondheid’ staat hierover: “Als je weet, uit de medische literatuur, dat er wegens schroom een onderrapportering van het aantal effectieve rokers is, dan mag je aannemen dat minstens 7.000 Vlaamse moeders roken tijdens de zwangerschap. Hier ligt dus nog een enorme karwei voor de prenatale zorgverstrekker. Het is bekend dat roken het risico op foetale sterfte, groeivertraging en ontwikkelings-stoornissen verhoogt”.

Roken voor, tijdens en na de zwangerschap houdt inderdaad grote risico’s in. Niet alleen actief roken, ook meeroken.

Roken tijdens de zwangerschap is een complex probleem dat samenhangt met een lagere sociaal-economische status en kansarmoede. Meer informatie over (mee)roken en zwangerschap. In de toekomst ontwikkelt het Vlaams Instituut Gezond Leven samen met alle betrokken intermediairs een strategie om dit probleem aan te pakken.

Het Vlaams Instituut Gezond Leven werkte al mee aan de VAD-campagne ‘De mooiste start begint met een stop’. Lees ook meer in het rapport: 'Roken en zwangerschap en roken in gezinnen met jonge kinderen: welke maatregelen en interventies?'

Welke aanpak stelt de Gezondheidsenquête voor?

Er wordt in de conclusies van de Gezondheidsenquête 2013 duidelijk gesteld dat “de verschillen met de resultaten van 2008 kleiner zijn dan verwacht, en noodzaken tot bijkomende inspanningen in termen van preventiecampagnes en de strijd tegen het tabaksgebruik".

De interventies die nodig zijn "moeten in twee onderscheiden richtingen worden ontwikkeld: een in de richting van het stimuleren om met roken te stoppen, een andere in de preventie van tabaksgebruik, specifiek naar jongeren en jong volwassenen toe."

Het rapport situeert die aanpak ook binnen het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en het Belgische beleid terzake. Ons land ratificeerde immers de ‘Framework Convention on Tobacco Control’ (FCTC) en is daardoor juridisch verplicht om een aantal maatregelen te implementeren. “Feit is dat België onder internationale druk, en zoals in de meeste Europese landen, het gebruik van tabak dient te verminderen. Dit maakt integraal deel uit van het Conventiekader van de strijd tegen tabak zoals uitgevaardigd door de WGO, zoals overigens ook de opvolging van het gebruik van tabak”.

Lees meer over de concrete acties die de Gezondheidsenquête voorstelt.

Interpretatie Gezondheidsenquête

Het Vlaams Instituut Gezond Leven legt een sterke nadruk op het voeren van een integraal tabaksbeleid in de bedrijven, scholen, gemeenten en de zorgsector. Daar kunnen rokers en de verschillende doelgroepen (jongeren, laagopgeleiden, etnisch-culturele minderheden, vrouwen, zwangere vrouwen, …) aangesproken worden. Zo’n integraal tabaksbeleid focust op deze 3 pijlers:

Sensibiliseren en informeren (bv. een campagne ontwikkelen over meeroken) Regelgeving en de handhaving daarvan (bv. er mee voor zorgen dat cafés in de gemeente het rookverbod toepassen) Een aanbod en omgeving die gezond gedrag uitlokken, bevestigen of rechtstreeks beïnvloeden (bv. een laagdrempelig rookstopaanbod op school voorzien)

Daarnaast moet in de eerste plaats de overheid het brede kader van tabakscontrole, zoals uitgewerkt door de Wereldgezondheidsorganisatie, invullen en vormgeven: hoge accijnzen op tabak, rookverboden, reclame- en sponsorverboden, massamediale anti-rokencampagnes, neutrale sigarettenpakjes, gezondheidswaarschuwingen op de pakjes, … Dit zijn populatiegerichte interventies die minder gericht zijn op de rokers zelf, maar veel meer op hun fysieke en sociale omgeving. Het (verder) veranderen van de sociale normen op het vlak van roken is volgens specialisten de centrale factor in tabaksontmoediging op de lange termijn.

Lees meer over de aanpak die het Vlaams Instituut Gezond Leven voorstelt.