Het Vlaams Instituut Gezond Leven legt een sterke nadruk op het voeren van een integraal tabaksbeleid in de bedrijven, scholen, gemeenten en de zorgsector. Daar kunnen rokers en de verschillende doelgroepen (jongeren, laagopgeleiden, etnisch-culturele minderheden, vrouwen, zwangere vrouwen, …) aangesproken worden. Zo’n integraal tabaksbeleid focust op deze 3 pijlers:

  • Sensibiliseren en informeren (bv. een campagne ontwikkelen over meeroken)
  • Regelgeving en de handhaving daarvan (bv. er mee voor zorgen dat cafés in de gemeente het rookverbod toepassen)
  • Een aanbod en omgeving die gezond gedrag uitlokken, bevestigen of rechtstreeks beïnvloeden (bv. een laagdrempelig rookstopaanbod op school voorzien)

Daarnaast moet in de eerste plaats de overheid het brede kader van tabakscontrole, zoals uitgewerkt door de Wereldgezondheidsorganisatie, invullen en vormgeven: hoge accijnzen op tabak, rookverboden, reclame- en sponsorverboden, massamediale anti-rokencampagnes, neutrale sigarettenpakjes, gezondheidswaarschuwingen op de pakjes, … Dit zijn populatiegerichte interventies die minder gericht zijn op de rokers zelf, maar veel meer op hun fysieke en sociale omgeving. Het (verder) veranderen van de sociale normen op het vlak van roken is volgens specialisten de centrale factor in tabaksontmoediging op de lange termijn.

Scherpere focus op kwetsbare groepen

De focus op sociaal kwetsbare groepen mag nog sterker zijn dan in de Gezondheidsenquête 2013 gebeurt. Het is een cruciaal aspect in de evolutie van het rokersgedrag de voorbije decennia.

Ook uit ander Europees onderzoek weten we dat roken sterk samenhangt met een lage(re) sociaaleconomische status. Zo draagt tabak in grote mate bij aan gezondheidsongelijkheden in de samenleving, en zorgt het ervoor dat deze nog groter worden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) vraagt pertinente aandacht voor deze problematiek.

Over de beste aanpak van roken bij kwetsbare groepen gebeurt momenteel veel onderzoek. Een steeds terugkerende conclusie is dat hogere tabaksaccijnzen (zie dadelijk) een effectieve interventie zijn.

Verder is er een aanpak op maat nodig. Daarbij mag de sociaal zwakkere roker niet geculpabiliseerd of gemarginaliseerd worden. De aanpak moet volgens ons passen in een integraal en coherent tabaksbeleid. Dit wil zeggen dat er tegelijk moet worden ingezet op sensibilisatie op maat, regelgeving (die goed wordt toegepast, bv. cafés die erop toezien dat het rookverbod wordt nageleefd), en een stoppen-met-rokenaanbod op maat van deze kwetsbare groepen.

Bij elke geplande interventie zou ook een ‘gezondheidsongelijkheidsreflex’ gemaakt moeten worden, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie het vraagt. Er moet dus vooraf worden stilgestaan bij de impact die een interventie kan hebben op de bestaande ongelijkheid.

Uit onderzoek blijkt immers dat sommige interventies die het roken terugdringen niet noodzakelijk de gezondheidsongelijkheden verminderen, maar ervoor zorgen dat deze verder toenemen. Interventies hebben een verschillend effect op verschillende sociale groepen.

Roken door zwangere vrouwen

Ander onderzoek in binnen- en buitenland toont aan dat blijven roken tijdens de zwangerschap sterk samenhangt met een lage sociaal-economische status. Een specifieke aanpak op maat van jonge vrouwen en zwangere vrouwen is daarom nodig.

Roken in de privé-sfeer

We willen ook wijzen op de (te) grote groep kinderen die in ons land opgroeit in tabaksrook. Ook die problematiek hangt samen met een kwetsbare maatschappelijke status en kan o.m. aangepakt worden door roken verder te ‘denormaliseren’ (wat moet samengaan met een aanbod van rookstophulp op maat van laaggeschoolde rokers), door sensibilisatie op maat van de betrokken rokers en een intensieve inzet van de gezondheidsprofessionals die met deze rokers in contact komen.

Roken bij jongeren ontmoedigen binnen een integraal tabaksbeleid op school en een breed kader van tabakscontrole

Meer tabakspreventie op school

We staan positief tegenover de uitgebreide mediacampagnes waarvoor de Gezondheidsenquête 2013 pleit. Ook het inzetten op een globale sensibilisatie en het betrekken van alle nuttige actoren uit de omgeving van jongeren bij tabakspreventie is positief. De school blijft een uiterst geschikte setting om jongeren te bereiken.

We pleiten voor het voeren van een stevig en integraal tabaksbeleid in deze specifieke setting. Omdat veel jongeren volgens de cijfers uit de Gezondheidsenquête nog beginnen roken op latere leeftijd (net voor of na de meerderjarigheid) moet tabakspreventie uitgebreid worden tot de tweede en derde graad van het secundair onderwijs.

Een deel van deze oudere jongeren en jongvolwassenen kunnen daar wellicht aangesproken worden. Het is belangrijk om dat te doen: uit alle gegevens blijkt dat een roker die eenmaal goed begonnen is niet snel meer stopt (de gemiddelde roker in de Gezondheidsenquête rookt al 21 jaar).

De middelen voor tabakspreventie moeten sterk verhoogd worden. Die aanpak loont op termijn, want is kosteneffectief.

Brede kader tabakscontrole en –preventie moet ook kloppen

Een forse verhoging van de accijnzen is een zeer efficiënte aanpak bij roken door jongeren. Maak tabak duurder dus. En zorg ervoor dat ook op andere manieren de toegang tot tabak voor jongeren moeilijker wordt of dat zij sigaretten niet meer aantrekkelijk vinden.

Het sigarettenpakje zelf is vandaag de grootste marketingtool van de industrie. Neutrale standaardverpakkingen - pakjes zonder kleurtjes en merklogo’s waarbij alleen nog de merknaam in een standaardvormgeving mag vermeld worden - zijn daarop een uitstekend antwoord, want zij maken verpakkingen onopvallend en onaantrekkelijk.

En ze werken! Dat blijkt uit de ervaring in Australië, waar deze verpakkingen in 2012 werden ingevoerd, en uit steeds meer onderzoek. Jongeren vinden zulke pakjes veel minder ‘cool’, daardoor wordt beginnen met roken minder aantrekkelijk. De invoering van ‘plain packaging’ wordt vandaag in Europa voorbereid in de UK, Ierland en Frankrijk. De ‘Nationale Coalitie tegen Tabak’, waarvan het VIGeZ deel uitmaakt, is voorstander.

In ons land is er vandaag ook nog tabaksreclame mogelijk in en rond de verkooppunten, die vaak in de buurt van scholen liggen. Kinderen en jongeren komen er om snoep, dranken, schoolmateriaal, … te kopen. De ‘Nationale Coalitie tegen Tabak’ pleit voor een totaal reclameverbod. Tabak zou ook niet langer in het zicht van de consumenten mogen aangeboden worden in deze winkels. De verleidelijk gepresenteerde lange rijen sigarettenpakjes zijn immers ook een vorm van reclame. Verder vraagt de Coalitie het beperken van het aantal verkooppunten. 

Cafés waren vroeger ideale plekken voor jongeren om roken op te pikken en ermee te starten. Door het geldende rookverbod zou dat vandaag niet meer zo mogen zijn. Toch wordt in 1 op 5 cafés in ons land de rookwetgeving overtreden. Meer controle en een striktere toepassing van de wet zijn daarom nodig, net als sensibilisatie over passief roken.

Stoppen met roken is veel meer

Wat stoppen met roken betreft blijft de Gezondheidsenquête 2013 beperkt tot een niet-systematische opsomming van de efficiënte hulpmiddelen en een algemeen pleidooi voor het verder inzetten ervan.

Maar er is nog zoveel meer dat kan gebeuren. Vermoedelijk kennen Vlaamse rokers de weg naar de meest efficiënte vormen van stoppen-met-rokenhulp nog onvoldoende en worden deze nog niet optimaal ingezet. Er is nood aan meer sensibilisatie over stoppen met roken (= rokers aanzetten tot een stoppoging) en over efficiënte hulp.

Ook de zorgsector kan verder gemobiliseerd worden. Verschillende zorgberoepen die bij de stoppen-met-rokenproblematiek en hulpverlening betrokken zijn en/of een nuttige rol kunnen spelen moeten die rol ook kunnen opnemen. Een kader hiervoor moet gecreëerd worden.

Bestaande financiële en andere drempels bij de toegang tot efficiënte hulp voor kwetsbare groepen rokers moeten weggewerkt worden.

Globale aanpak kaderen in een breed, coherent en door de WHO ondersteund tabaksontmoedigingsbeleid

FCTC

Er wordt in het rapport verwezen naar de ‘Framework Convention on Tobacco Control’ (FCTC). België zou nog veel winst kunnen boeken door de FCTC-verplichtingen uit te voeren. Vooral de maatregelen die impact hebben op het aantal rokers in de bevolking worden in ons land onvoldoende uitgevoerd. Daardoor daalt het aantal rokers niet (snel) genoeg.

Brede sensibilisatie en verder ontwikkelen sociale norm rond niet roken

Wat vandaag ontbreekt is een brede sensibilisatie rond roken en passief roken. Vermoedelijk is de kennis van passief roken van de doorsnee Belg nog niet groot. Weten de meeste burgers waarom er niet mag gerookt worden in de cafés? Weten ze ook hoe de industrie rokers voor de gek houdt door sigaretten extra verslavend te maken? Hoe op nog andere manieren geprobeerd wordt om minderjarigen zo snel mogelijk verslaafd te maken?

Een brede sensibilisatie, ook gericht op niet-rokers, verbreedt het draagvlak voor een samenleving zonder tabak bij de hele populatie. De meest hardnekkige groepen (kwetsbare) rokers mogen zich daarbij niet geviseerd voelen. Zij moeten informatie op maat krijgen en gratis of goedkope efficiënte hulp bij het aanpakken van hun verslaving.

Substantiële verhoging van de accijnzen

Een substantiële verhoging van de accijnzen op tabaksproducten is zeer belangrijk. De Nationale Coalitie tegen Tabak wijdde er in 2014 haar campagne aan op 31 mei - Werelddag zonder Tabak - en probeert ook de huidige beleidsmakers wakker te schudden voor dit probleem.

In vergelijking met onze buurlanden is roltabak in België spotgoedkoop. Rokers schakelen daarom eerder over naar goedkope roltabak dan te overwegen om te stoppen. Uit ander onderzoek en uit de adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie weten we dat een verhoging van de accijnzen de meest efficiënte interventie is om het roken terug te dringen bij jongeren en sociaal kwetsbare groepen (zowel voor niet beginnen als voor stoppen).

Uit de Gezondheidsenquête 2013 blijkt dat roltabak populairder wordt bij jongeren en vrouwen. Het percentage van de dagelijkse rokers bij jongeren tussen 15 en 24 jaar dat roltabak gebruikt is gestegen van 29% in 2008 tot 45% in 2013. Ook bij vrouwen is roltabak populair geworden.

Door een gunstig belastingstarief is een gerolde sigaret viermaal zo goedkoop als een gewone sigaret in ons land. De prijzen zijn bovendien ook veel goedkoper dan in onze buurlanden. Zo kost in 2014 een pakje van 50 gram roltabak van hetzelfde merk in België 5,60 euro, in Nederland 8 euro en in Frankrijk 12,30 euro (meer dan dubbel zoveel als in België dus).

Uit een enquête van de Stichting tegen Kanker in 2014 blijkt dat 58% van de bevolking voorstander is van een verhoging van 1 euro per pakje roltabak. Een deel van de meeropbrengst van de accijnsverhoging zou besteed kunnen worden aan het gratis beschikbaar maken van rookstopondersteuning voor de meest kwetsbare groepen rokers.

Roken is een blijvende uitdaging

Onderrapportering?

In het rapport wordt melding gemaakt van een eventuele onderrapportering van het aantal rokers. Er werd immers niet nagegaan of de respondent de waarheid spreekt over zijn rookgedrag. Mogelijk speelt sociale wenselijkheid inderdaad een rol.

Lange tijd tussen twee enquêtes

In de Gezondheidsenquête 2013 wordt ook melding gemaakt van de lange tijd tussen twee enquêtes die “misschien wel wat lang is voor de beleidsvoerders en de internationale organisaties”. Ook stelt het rapport dat het “onredelijk is te geloven dat het rookgedrag en de houding ten aanzien van roken in hoge mate en duurzaam op jaarbasis zou wijzigen."

Misschien niet op jaarbasis, maar 5 jaar is toch een lange periode. Bepaalde evoluties worden door de Gezondheidsenquête 2013 mogelijk gemist. Een voorbeeld is de e-sigaret. De vorige enquête werd afgenomen toen die nog opgang moest maken, over 5 jaar zal er al een grondige discussie gevoerd zijn.

Hoe stoppen de verschillende groepen rokers in ons land?

Over de middelen die rokers gebruiken om te stoppen komen we weinig of niets te weten. Hoe stoppen bv. etnisch-culturele minderheden? En andere rokersgroepen?

Motieven van de roker

Er is inderdaad nood aan meer bijkomende gegevens: wat zijn de motieven van de Vlaamse roker? Hoe beleeft hij zijn roken? Waarom blijft hij roken? Waarom wil hij stoppen? Hoe pakt hij dat aan? Wat is zijn huidige kennis van roken en stoppen? Hoe staat hij tegenover hulpverlening? Enzovoort. Onderzoek over de psychologie en wensen van de roker kortom. Onontbeerlijk bij het bepalen van verdere strategieën en accenten.

In een land als de UK wordt de evolutie van het rookgedrag van zeer nabij opgevolgd.

Coherente aanpak nodig

Roken is een blijvend gezondheidsprobleem en vereist een dringende en samenhangende aanpak, die vandaag ontbreekt. In de ‘Tobacco control scale’, de internationale vergelijking tussen het gevoerde tabaksbeleid van de Europese landen, zakte België recent 3 plaatsen. Zonder een krachtdadig antwoord op de huidige uitdagingen en een coherent beleid tussen de verschillende beleidsniveaus zal het aantal rokers in ons land niet (verder) betekenisvol dalen. Sociaal kwetsbare groepen blijven daardoor in de greep van het roken en van de tabaksindustrie, met grote maatschappelijke gezondheidsongelijkheden als gevolg.