Welke aanpak stelt de gezondheidsenquête voor?

Welke aanpak stelt de Gezondheidsenquête voor?

Er wordt in de conclusies van de Gezondheidsenquête 2013 duidelijk gesteld dat “de verschillen met de resultaten van 2008 kleiner zijn dan verwacht, en noodzaken tot bijkomende inspanningen in termen van preventiecampagnes en de strijd tegen het tabaksgebruik".

De interventies die nodig zijn "moeten in twee onderscheiden richtingen worden ontwikkeld: een in de richting van het stimuleren om met roken te stoppen, een andere in de preventie van tabaksgebruik, specifiek naar jongeren en jong volwassenen toe."

Het rapport situeert die aanpak ook binnen het kader van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en het Belgische beleid terzake. Ons land ratificeerde immers de ‘Framework Convention on Tobacco Control’ (FCTC) en is daardoor juridisch verplicht om een aantal maatregelen te implementeren. “Feit is dat België onder internationale druk, en zoals in de meeste Europese landen, het gebruik van tabak dient te verminderen. Dit maakt integraal deel uit van het Conventiekader van de strijd tegen tabak zoals uitgevaardigd door de WGO, zoals overigens ook de opvolging van het gebruik van tabak”.

Welke concrete acties worden in de Gezondheidsenquête nu voorgesteld?

Hulp bij het stoppen met roken

Er worden kort een aantal efficiënte aanpakken in de stoppen-met-rokenzorg opgesomd. “Deze interventies om te stoppen of te verminderen moeten aangehouden blijven om een grotere kans op succes te garanderen”, luidt het.

Een groter deel van de tekst gaat over toekomstige acties gericht op jongeren en sociaal kwetsbare groepen.

Acties gericht op jongeren 

Om het tabaksprobleem bij jongeren aan te pakken moet het beleid volgens de Gezondheidsenquête veel meer inzetten op tabakspreventie bij jongeren:

  • Er moeten uitgebreide mediacampagnes en continue informatiecampagnes in en buiten de scholen komen. Deze moeten focussen op de strategieën van de tabaksindustrie om jongeren aan te zetten tot roken, op onderzoek over de gevolgen van roken, op de voordelen van stoppen en op omgaan met groepsdruk.
  • Om echte gedragsverandering uit te lokken moet ook ingespeeld worden op sociale normen of groepsnormen. Daarbij moet de onmiddellijke omgeving van jongeren betrokken worden: ouders, vrienden, school en andere actoren.
  • Tabak moet ook onderdeel zijn van een globale sensibilisatie van alle actoren, en daarbij moeten de verschillende gezondheidsthema’s (voeding, beweging, tabak, …) gecombineerd worden. De promotie van een algemene gezonde levensstijl is nodig.
  • Het rapport beklemtoont verder de nood aan hogere accijnzen op tabak in ons land, “ook op roltabak”.

Sociaal kwetsbare groepen

Er is nood aan specifieke acties gericht op kwetsbare en minder hoogopgeleide groepen. Enkele aanbevelingen zijn de volgende:

  • Meer informatieacties en specifieke interventies gericht op stoppen bij groepen met lage sociaal-economische status (SES).
  • Voor de setting ‘school’ betekent dit dat er hoge prioriteit moet zijn voor de rokende leerlingen van het technisch secundair en vooral het beroepssecundair onderwijs.
  • Gezondheidsvoorlichting in het algemeen moet veel meer gebeuren op maat van laaggeschoolden. Met een boodschap gericht op de algemene bevolking, gegeven op hetzelfde moment en op dezelfde manier verspreid, kunnen sociaal zwakke groepen niet bereikt worden, volgens het rapport.

Vrouwen

Er moet volgens het rapport ook een specifiek anti-tabaksbeleid voor de doelgroep van vrouwen ontwikkeld worden. Roken tijdens de zwangerschap verdient daarbij bijzondere aandacht.

Lees meer over de aanpak die het Vlaams instituut Gezond Leven voorstelt.