Een groeiend aantal chronische aandoeningen zoals obesitas, diabetes en burn-out hebben een oorsprong in een ongezonde leefstijl. Maar ook de rol van de omgeving als gezondheidsdeterminant wordt steeds meer onderkend. Denk maar aan de opkomst van zit- en sta-bureaus, of het aanbieden van gezonde tussendoortjes op school. Wij pleiten er daarom voor om in interventies steeds oog te hebben voor leefstijl én omgeving.

Gezonde leefstijl

Interventies die inzetten op leefstijlverandering richten zich tot gedrag dat een invloed heeft op de gezondheidsstatus van een individu of de gehele bevolking: roken, te weinig bewegen, overmatig alcohol drinken, suikerrijk en vetrijk eten, … Om te kunnen werken aan een gezonde leefstijl, is het daarom belangrijk om de juiste gedragingen of leefstijlfactoren te identificeren.

Wil je ervoor zorgen dat Vlamingen minder gaan roken? Dat er meer bewogen wordt op school, dat jongeren veiliger vrijen? Het is vaak een kwestie van ‘meer van iets’ en ‘minder van iets ander’. Maar soms is het ook een nieuw gedrag dat moet aangeleerd worden, zoals wisselwerken, oftewel elke 30 minuten eens rechtstaan tijdens het werk. Het ongezonde gedrag identificeren, en een gezond, haalbaar en wenselijk alternatief aanbieden aan de doelgroep, is een succesfactor voor gedragsverandering.

Gedrag veranderen vereist daarnaast een goed inzicht in de verschillende factoren die het ongezonde gedrag uitlokken of in stand houden. Een gebrek aan kennis en vaardigheden, onvoldoende motivatie en een ongezonde omgeving maken het moeilijk om leefstijlveranderingen door te voeren. Deze gedragsdeterminanten kan je in kaart brengen via het Gedragswiel, het zal je helpen bij het selecteren van gedragsveranderingstechnieken.

Gezonde omgeving

Naast leefstijl is ook de omgeving waarin mensen leven een belangrijke gezondheidsdeterminant. De omgeving kan een impact hebben op gezondheid op twee manieren:

  • Een directe impact: bepaalde elementen in de omgeving, zoals fijn stof, geluidsoverlast, maar ook negatieve sociale interacties, kunnen de gezondheid rechtstreeks belasten.
  • Een indirecte impact: verschillende aspecten van de omgeving (fysiek, sociaal-cultureel, economisch en politiek) hebben een invloed op de gezondheid, maar dan via het gedrag dat mensen stellen. Zo kan een drukke baan ervoor zorgen dat men minder de fiets neemt, of zal de prijs van gezonde voeding het eetpatroon beïnvloeden. De omgeving is in dat geval (ook) een gedragsdeterminant.

Omgevingsgericht werken is dus een must, en betekent dat je bouwt aan een omgeving die de gezondheid van mensen beschermt door blootstelling aan schadelijke invloeden te voorkomen of beperken. En twee: de gezondheid van mensen bevordert door aan te zetten tot gezond gedrag, of dat op z’n minst mogelijk te maken.

Ook bij omgevingsgericht werken kan je gebruik maken van gedragsinzichten en gedragsveranderingstechnieken. Een gezonde omgeving creëren houdt immers in dat je anderen (werkgevers, ouders, leerkrachten, maar ook beleidsmakers) motiveert en engageert om in te zetten op die gezonde leef-, werk- en leeromgeving. 

Gedragsveranderingstechnieken

Binnen gezondheidsbevordering maken we gebruik van de 4 preventiestrategieën om te werken aan een gezonde leefstijl in een gezonde omgeving: educatie, omgevingsinterventies, regels en afspraken, en zorg en begeleiding. Om die een concrete invulling te geven, kan je beroep doen op gedragsveranderingstechnieken.

Dat zijn technieken die je als gezondheidsbevorderaar kan hanteren om in te werken op de determinanten van het (ongezonde) gedrag. Voorbeelden van technieken zijn nudging, motiverende gespreksvoering en engagerende en overtuigende communicatie. Daarnaast bestaan er ook technieken die specifiek inspelen op omgevingsfactoren, door gebruik te maken van gedragsinzichten. Bekijk ook een overzicht van alle soorten gedragsveranderingstechnieken in deze wetenschappelijke paper.

Gedragsbehoud via gezonde gewoonten

Niet elke poging tot gedragsverandering houdt stand op de lange termijn. Gezond gedrag wordt niet zomaar een nieuwe gewoonte, waardoor ongezonde verleidingen al snel weer om de hoek loeren. Daarom is het goed om in interventies niet enkel in te zetten op gedragsinitiatie (het eenmalig of beperkt stellen van het gezonde gedrag), maar ook op gedragsbehoud (het volhouden van gedrag op langere termijn).

Gedrag volhouden, dat vergt veel minder wilskracht als je ongezonde gewoonten kan omzetten in gezonde gewoonten. Deze tips kunnen je daarbij helpen.