Acht op tien Vlamingen bewegen voldoende, maar we zitten nog te veel
De nieuwe Preventiebarometer brengt goed nieuws én toont tegelijk waar nog veel gezondheidswinst mogelijk is. Zo blijkt dat bijna acht op tien Vlamingen de aanbeveling om minstens 150 minuten per week matig tot intensief te bewegen halen. Daar staat wel tegenover dat we nog steeds te veel zitten en te weinig spier- en botversterkende activiteiten doen.
In 2022 haalde 72,2% van de Vlamingen de aanbeveling om minstens 150 minuten per week matig tot intensief te bewegen. Vorig jaar was dat al 78,9%. Dat is een evolutie waarop we verder kunnen bouwen. Maar die 150 minuten is slechts één deel van het verhaal. De Preventiebarometer toont ook dat slechts 32,2% van de volwassenen minstens twee dagen per week activiteiten doet die spieren en botten versterken. Daarnaast brengen Vlamingen gemiddeld nog altijd 6 uur en 11 minuten per dag zittend door, zonder dat daarin vooruitgang zichtbaar is ten opzichte van 2022.
“Mensen overschatten hoeveel ze bewegen en onderschatten hoeveel ze zitten”
Bewegingsexpert Luc Lipkens
“We blijven wel voorzichtig om grote conclusies te verbinden aan de percentages van mensen die voldoende bewegen en beperkt stilzitten omdat het hier allemaal over zelfrapportage gaat”, zegt bewegingsexpert Luc Lipkens van Gezond Leven. “We weten dat mensen overschatten hoeveel ze bewegen en onderschatten hoeveel ze zitten. Evoluties, verschillen tussen groepen en determinanten die uit deze bevraging naar voor komen, zijn daarentegen wel heel waardevol.”
En daaruit blijkt dat de uitdaging voor de komende jaren er niet alleen uit bestaat om meer mensen voldoende te laten bewegen. “We moeten ook meer mensen stimuleren om activiteiten te doen die spieren en botten versterken én langdurig stilzitten terugdringen”, zegt Luc. “Bovendien blijken die uitdagingen niet gelijk verdeeld over de bevolking. Sommige groepen bewegen minder, zitten meer stil, ervaren meer drempels en geloven minder dat ze hun gedrag kunnen veranderen.”
Meer Vlamingen bewegen voldoende
Uit de Preventiebarometer blijkt dat meer Vlamingen de beweegaanbeveling van 150 minuten per week beweging halen en die vooruitgang willen we verderzetten. Daarom verdienen groepen die vandaag minder bewegen extra aandacht. De Preventiebarometer toont dat vooral de volgende groepen minder vaak voldoende bewegen:
- 75-plussers;
- vrouwen;
- personen met hoogstens een diploma lager secundair onderwijs;
- personen die aangeven moeilijk rond te komen met hun huishoudinkomen;
- personen met obesitas.
Opvallend is dat de groep die onvoldoende beweegt ook meer tijd zittend doorbrengt. Mensen die de beweegaanbeveling niet halen, zitten gemiddeld 6 uur en 19 minuten per dag, tegenover 5 uur en 46 minuten bij mensen die wel voldoende bewegen. Ze missen dus niet alleen de gezondheidsvoordelen van beweging, maar worden ook extra blootgesteld aan de gezondheidsrisico's van langdurig stilzitten.
Waarom bewegen sommige groepen minder?
Om gedragsverandering te begrijpen, volstaat het niet om enkel naar het gedrag zelf te kijken. Ook intentie, zelfeffectiviteit (het geloof dat mensen hebben dat het hen zal lukken) en de drempels die ze ervaren, spelen een belangrijke rol.
Willen mensen meer bewegen?
Het goede nieuws is dat veel Vlamingen meer willen bewegen. Maar liefst 69,3% heeft de intentie om in de komende twaalf maanden meer te bewegen. Mensen die vandaag onvoldoende bewegen hebben zelfs vaker de bedoeling om meer te bewegen dan mensen die de aanbeveling al halen (75,1% tegenover 67,3%). Toch zien we verschillen tussen bevolkingsgroepen. Laaggeschoolden geven minder vaak aan dat ze meer willen bewegen dan hoger geschoolden (63% tegenover ruim 70%).
Geloven mensen dat ze zullen slagen?
Hier wordt het moeilijker. Van de mensen die meer willen bewegen, denkt 45,5% dat het waarschijnlijk niet zal lukken. Die lage zelfeffectiviteit komt vooral voor bij:
- ouderen;
- personen met obesitas;
- personen die moeilijk rondkomen;
- personen die onvoldoende bewegen.
Bij mensen die de beweegaanbeveling niet halen, loopt dat zelfs op tot 65%.
Welke belemmeringen ervaren mensen?
De meest voorkomende drempels om meer te bewegen zijn:
- geen zin (61,7%);
- geen energie (60,6%);
- geen tijd door werk of studie (51,2%);
- geen tijd door het gezinsleven (44,8%).
Niet iedereen ervaart die drempels even sterk. Vooral vrouwen, personen met obesitas, mensen die moeilijk rondkomen en mensen die onvoldoende bewegen rapporteren systematisch meer belemmeringen.
Bij laaggeschoolden en mensen die financieel moeilijk rondkomen zien we bovendien vaker:
- gebrek aan energie;
- gebrek aan interesse;
- onzekerheid over het eigen kunnen;
- minder sociale steun;
- financiële drempels;
- een gevoel van onveiligheid;
- een beperkter aanbod in de buurt.
Spier- en botversterkende activiteiten blijven een groot aandachtspunt
Hoewel veel Vlamingen voldoende bewegen, doet slechts 32,2% minstens twee dagen per week activiteiten die spieren en botten versterken. Daardoor haalt slechts één op de vier volwassenen de volledige Vlaamse gezondheidsaanbevelingen voor beweging. Die gaat over én 150 minuten matig tot hoog intensief bewegen én twee keer per week activiteiten doen die spieren en botten versterken.
Dat is een belangrijke uitdaging. Spier- en botversterkende activiteiten helpen om:
- spierkracht op te bouwen en te behouden;
- sterke botten te ontwikkelen;
- het evenwicht te verbeteren;
- het risico op vallen te verminderen;
- dagelijkse activiteiten gemakkelijker uit te voeren;
- langer zelfstandig te blijven op oudere leeftijd.
Wie doet het minst spier- en botversterkende activiteiten?
Vooral de volgende groepen halen deze aanbeveling minder vaak:
- vrouwen;
- oudere leeftijdsgroepen;
- laaggeschoolden;
- personen die moeilijk rondkomen;
- personen met obesitas.
Dezelfde groepen die minder bewegen blijken dus ook minder sterk vertegenwoordigd bij spier- en botversterkende activiteiten.
Hoe zit het met de intentie?
47,8% van de Vlamingen wil in de komende twaalf maanden meer activiteiten doen die spieren en botten versterken. Dat is opvallend lager dan de intentie om meer te bewegen (69,3%). Bovendien zien we opnieuw verschillen tussen groepen. Laaggeschoolden hebben duidelijk minder vaak de bedoeling om meer spier- en botversterkende activiteiten te doen dan hooggeschoolden (34,9% tegenover 52,8%).
En de zelfeffectiviteit?
Ook hier heeft bijna de helft weinig vertrouwen dat het zal lukken. 48,7% van de mensen die meer spier- en botversterkende activiteiten willen doen, heeft een lage zelfeffectiviteit. Dat percentage stijgt met de leeftijd en is het hoogst bij 75-plussers.
Lang stilzitten blijft hardnekkig aanwezig
Waar beweging erop vooruitgaat, blijft stilzitten opvallend stabiel. De gemiddelde Vlaming zit dagelijks 6 uur en 11 minuten. Dat verschilt nauwelijks van 2022. Er is een grote groep die meer dan 8 uur per dag zit (21%). En zoals steeds zit de Vlaming het meest tijdens de week: 6 uur en 39 minuten ten opzichte van 6 uur en 5 minuten in het weekend.
Wie zit het meest?
Algemeen zitten de volgende groepen het meest:
- jongvolwassenen;
- personen met obesitas;
- hooggeschoolden die actief zijn op de arbeidsmarkt;
- personen die onvoldoende bewegen.
Tijdens het weekend zitten dezelfde groepen het meest, met uitzondering van de laaggeschoolden en personen die moeilijk rondkomen. Zij zitten nog vaker.
Hoeveel mensen willen minder zitten?
Slechts 42,9% wil in de komende twaalf maanden minder lang stilzitten. Dat is lager dan de intentie om meer te bewegen (69,3%) én lager dan de intentie om meer spier- en botversterkende activiteiten te doen (47,8%).
Kennen mensen de aanbeveling?
Ook de kennis blijft beperkt. Slechts 28,2% weet dat langdurig stilzitten idealiter elke 30 minuten onderbroken wordt door even recht te staan of rond te stappen. Laaggeschoolden scoren hierbij het laagst (24,5%), terwijl hogeropgeleiden beter op de hoogte zijn (31,7%).
Geloven mensen dat ze minder kunnen zitten?
Van alle gedragingen blijkt dit de grootste uitdaging. Maar liefst 66,5% van de mensen die minder willen stilzitten, heeft weinig vertrouwen dat dit zal lukken. Dit gedrag wordt mogelijks ook nog sterker beïnvloed door de sociale norm en fysieke omgeving.
Meer belemmeringen gaan samen met een minder positieve beweegomgeving
De groepen die meer drempels ervaren, beoordelen hun buurt ook minder positief.
Dat geldt vooral voor:
- vrouwen;
- ouderen;
- laaggeschoolden;
- personen die moeilijk rondkomen;
- personen met obesitas.
Belangrijke verbeterpunten die uit het onderzoek naar voren komen zijn:
- betere fiets- en voetpaden;
- beter onderhouden infrastructuur;
- meer kwalitatieve groene ruimte;
- minder druk verkeer;
- meer verkeersveiligheid;
- minder zwerfvuil en verloedering.
De resultaten stroken met het feit dat gezondheidsgedrag niet alleen wordt bepaald door motivatie, maar ook door de omgeving waarin mensen wonen, werken en zich verplaatsen.
Er is veel draagvlak voor actie
Misschien wel het meest hoopgevende resultaat uit de Preventiebarometer is de brede steun voor maatregelen die beweging bevorderen en langdurig stilzitten tegengaan.
Voor beweging vindt:
- 92,5% meer aandacht voor beweging op school belangrijk;
- 92,2% een beweegvriendelijke publieke ruimte belangrijk;
- 86,6% meer en betere groene ruimte belangrijk;
- 85,5% gerichte programma's voor minder actieve groepen belangrijk;
- 82,3% advies over beweging door zorgverleners belangrijk.
Ook voor het verminderen van langdurig stilzitten bestaat veel draagvlak:
- 91,9% wil meer aandacht voor het tegengaan van stilzitten op school;
- 84,6% vindt dat werkgevers werknemers moeten helpen minder lang te zitten;
- 80,5% ziet een rol voor zorgverleners;
- 76,9% ondersteunt sensibiliseringscampagnes.
Conclusie
De Preventiebarometer toont dat Vlaanderen vooruitgang boekt. Meer mensen halen vandaag de gezondheidsaanbeveling om voldoende te bewegen. Maar tegelijk blijven spier- en botversterkende activiteiten sterk onderbenut en blijft langdurig stilzitten hardnekkig aanwezig.
Bovendien zien we dat dezelfde groepen vaak op meerdere vlakken kwetsbaar zijn: ze bewegen minder, zitten meer stil, ervaren meer belemmeringen, hebben minder vertrouwen dat verandering zal lukken en beoordelen hun omgeving minder positief.
Wie de gezondheidswinst verder wil vergroten, zal daarom moeten inzetten op drie sporen tegelijk: meer bewegen, meer spier- en botversterkende activiteiten én minder lang stilzitten. Het brede maatschappelijke draagvlak voor preventieve maatregelen biedt alvast een stevige basis om die uitdaging aan te gaan.