De oefening eindigt met de boodschap: je netwerk ligt niet vast, je kunt het laten groeien. Nadat ze het netwerk en de soorten steun in kaart hebben gebracht, mogen deelnemers stilstaan bij wat ze zouden willen veranderen. Sommigen merken dat ze bepaalde steun missen of dat ze graag meer contact willen met iemand.
Sommige mensen merken dat ze maar een paar namen op hun blad hebben gezet. Of dat er maar één soort steun staat, of soms zelfs niets. Eerst en vooral: dat is helemaal oké. Het zegt niets verkeerds over jou. Het is gewoon een beeld van hoe het nú is. En dat beeld mag er zijn.
Maar weet ook: dit blad ligt niet vast. Het is geen eindpunt. Mensen komen en gaan in ons leven. En steun… die kan ook groeien, beetje bij beetje.
Soms begint het met iets kleins. Een goeiemorgen. Een telefoontje. Iemand aankijken en glimlachen. Of zeggen: “Zullen we eens samen koffiedrinken?”
Het hoeft niet perfect te zijn. Je hoeft geen grote stappen te zetten. Elke kleine poging telt. En je hoeft het niet alleen te doen. Er zijn mensen – buren, vrijwilligers, begeleiders – die willen helpen zoeken. Die willen luisteren. Die het ook belangrijk vinden dat jij je minder alleen voelt.
Als jij de deur op een kier zet, is dat al een begin. Je mag bouwen aan steun, op jouw tempo, op jouw manier. We zoeken samen naar mogelijkheden om je netwerk van steun te vergroten.
________
Stap 1: waar heb ik nog nood aan?
Denk rustig na: wat zou jij graag wat meer willen voelen of meemaken in je netwerk?
- Zijn er mensen die je wat vaker zou willen zien of spreken?
- Mis je vooral gezelschap, praktische hulp, een luisterend oor of iemand die je advies geeft?
- Zijn er contacten die je graag zou willen versterken of nieuw leven inblazen?
Laat de deelnemers een hartje of sterretje zetten bij personen waar ze een sterkere band mee zouden willen.
________
Stap 2: wat zou ik zelf kunnen proberen?
Kleine stappen zijn waardevol. Kies iets kleins dat je zelf kan doen om opnieuw contact te maken of nieuwe steun te zoeken.
Laat de deelnemers één of meerdere van deze acties kiezen om een eerste stap te zetten:
- Een berichtje sturen naar iemand van wie je al even niets hoorde.
- Goeiedag zeggen tegen een buur of collega. Vragen hoe het weekend was.
- Iemand opbellen, ook al is het maar voor een kort praatje.
- Vragen of iemand samen koffie wil drinken.
- Naar een buurtactiviteit of inloopmoment gaan, gewoon om even tussen de mensen te zijn.
- Aansluiten bij een (gratis) workshop, wandeling of bibliotheekactiviteit.
- Aan een hulpverlener laten weten dat je nood hebt aan meer contact.
________
Stap 3: wie kan me hierbij helpen?
Je hoeft het niet alleen te doen. Steun opbouwen mag ook mét hulp van anderen.
- Is er iemand die je kan aanmoedigen of helpen bij het zetten van een eerste stap?
- Is er iemand die mee kan gaan naar een plek waar je nieuwe mensen leert kennen?
- Zijn er organisaties, vrijwilligers of groepen in je buurt die hierbij kunnen helpen?
- Wat kan je tegen jezelf zeggen om je aan te moedigen?
Laat de deelnemers eventueel op de achterkant van hun kampvuurinvulplaat noteren:
- Eén persoon met wie ze terug contact willen
- Eén actie die ze willen proberen
- Eén hulplijn (persoon, organisatie, ‘goeie moed’-zin) die hen zou kunnen helpen