Steun 4x
We vinden steun bij elkaar

Mix it up

Snel een nieuwe plaats in de klas

De leerlingen leren

  • ... verbondenheid ervaren.
  • … waardering uiten en ontvangen.
  • … ervaringen, gevoelens, ... met elkaar delen.

Duiding

Met de methodiek ‘Mix it up’ geef je leerlingen snel een nieuwe plaats in de klas. Kies uit verschillende ideeën en zorg zo regelmatig voor een frisse wind in je lokaal!

Duur

max 15 min

Aard

beleven

Doelgroep

Secundair onderwijs | speciaal voor BuSO

Werkwijze / stappenplan / omschrijving

1

Een nieuwe plaats

Je zal het misschien al gemerkt hebben: voor sommige leerlingen maakt hun plaats in de klas een groot verschil. Naast wie zitten ze? Op welke rij zitten ze? Hoe (on)opvallend kunnen ze zichzelf maken? En hoe moeilijk of makkelijk is het om op die plek bij de les te blijven?

Hoe dan ook is het belangrijk om de klasopstelling regelmatig te veranderen. Zo leren leerlingen hun klasgenoten beter kennen, wat de klasdynamiek ten goede komt. Het kan ook de ‘comfortzone’ van sommige leerlingen helpen uitbreiden. Daarnaast voorkom je zo dat altijd dezelfde gezichten vooraan (of achteraan) zitten.

Maar: hoe pak je die switch aan? Hier zijn enkele ideeën!

2

Mix it up

We zetten je op weg met vijf originele mixers.

Tip: overweeg om je leerlingen niet op voorhand te vertellen dat deze oefeningen voor een nieuwe plek in de klas zorgen. Zo vermijd je dat ze op voorhand al afspraken met elkaar gaan maken.

Mixer 1: stoelendans

  • Vraag je leerlingen om recht te gaan staan aan hun bank (en dus aan hun oude plaats).
  • Laat ze in het lokaal rondwandelen zolang de muziek speelt.
  • Wanneer de muziek stopt, moeten ze gaan zitten op de stoel die het dichtst bij hen is.
  • Voilà, iedereen heeft een nieuwe plaats!

Mixer 2: versiering

  • Voorzie op een tafel steeds twee stuks van dezelfde decoratie (verschillende kleuren slingers of vlaggetjes, grappige beeldjes of dieren, (valse) plantjes, …). Leg de decoratie wel door elkaar, zodat je niet meteen ziet dat er van elke soort twee stuks zijn.
  • Laat elke leerling nu één voorwerp kiezen.
  • Voilà, je nieuwe klaspartners zijn gemaakt! En ze hebben meteen decoratie om hun bank te versieren.
  • Waar moeten ze dan precies zitten? Ofwel laat je elk duo kiezen, ofwel bepaal je op voorhand waar elk type decoratie komt te zitten. Je kan dit schema dan bijvoorbeeld projecteren.

Tip: heb je een andere klasopstelling, bijvoorbeeld vier banken bij elkaar? Voorzie dan van elk type decoratie vier stuks.

Mixer 3: hobby’s

  • Noem hobby’s op in de klas en laat je leerlingen rechtstaan als ze die hobby hebben. Bijvoorbeeld:
    • Wie speelt er tennis/voetbal/basketbal/padel/…?
    • Wie volgt tekenacademie?
    • Wie volgt dansles? (ballet, hiphop, jazz, …)?
    • Wie doet taekwondo/judo/…?
    • Wie gaat er veel naar de fitness?
    • Wie zit er in de scouts/chiro/…?
    • Wie maakt regelmatig foto’s?
  • Laat de leerlingen die gaan rechtstaan, een groepje vormen ergens in de klas. Stel vragen tot iedereen is gaan rechtstaan. (Tip: zijn er leerlingen die alleen gaan rechtstaan? Laat ze voorlopig ook een hoekje uitzoeken in de klas, en laat andere leerlingen die straks alleen rechtstaan zich erbij aansluiten.)
  • Zitten alle leerlingen in een groepje? Verdeel ze dan nu over de klas. Sommige grotere groepjes moet je onderweg misschien nog eens opsplitsen, afhankelijk van jouw klasopstelling.
  • Het resultaat? Leerlingen die een interesse delen, zitten nu dichter bij elkaar.

Mixer 4: ontwar de wol

Een actieve mixer voor extra energie in de klas: check! Het enige wat je nodig hebt, is een bol wol (of twee) en een schaar. Per twee leerlingen heb je een draad wol van pakweg 2,5 meter nodig.

Knip de draden op voorhand en breng ze mee naar de klas. De mixer leg je uit als volgt:

  • Knoop de woldraden lichtjes door elkaar. Je ziet dus wel de uiteinden nog, maar weet niet meer welke uiteinden bij elkaar horen.
  • Elke leerling neemt één uiteinde van een draad vast. Vanaf nu mogen ze het draadje niet meer loslaten: ze mogen dus ook niet wisselen van hand.
  • Laat je leerlingen nu hun woldraden ontwarren. Ze doen dit door over, onder, naast, tussen, … elkaar te kruipen of stappen.
  • Wanneer de woldraadjes ontward zijn, heb je nieuwe duo’s gevormd!

Tip: heb je een grote klasgroep? Maak dan meerdere hoopjes verstrengelde wol. We raden aan om maximum tien draden door elkaar te halen.

Tip: heb je een oneven klasgroep? Laat dan één uiteinde loshangen, zodat die leerling nog altijd kan meespelen. Later kan je die plaatsen op de bank die overblijft.

Mixer 5: Online tool

Hou het simpel en gebruik een van de vele online tools om objectief groepjes te maken, zoals:

3

Op maat van je leerlingen

De klasopstelling is natuurlijk niet alleen voor de leerlingen belangrijk. Ook als leerkracht heb je bepaalde criteria. Zo wil je de plaatsen misschien zo opstellen dat je makkelijk kan differentiëren. Of je wil leerlingen met speciale behoeften goed kunnen bereiken.

Vind je het daarom moeilijk om met een originele mixer te werken? Da’s te begrijpen. Je kan dan overwegen om de klasopstelling iets opener te bespreken met je leerlingen. Want:

  • Wat vinden zij eigenlijk het belangrijkst aan hun plaats? (naast een leuke klasgenoot zitten, het bord goed kunnen zien, dicht bij de deur zitten, dicht bij het raam zitten, …)
  • Wat voor klasopstelling vinden zij het meest aangenaam? (rijen, U-vorm, groepjes, …)
  • Welke ideeën hebben zij om op een goede manier van plaats te veranderen?

Dat zorgt misschien wel voor nieuwe inzichten, waardoor je achteraf wel zelf aan de slag kan met een nieuwe opstelling.

4

Verbindend mixen

Eens de leerlingen een nieuwe plek hebben gekregen, kan je kort stilstaan bij het belang van jezelf kunnen zijn in de klas. De plaats in het lokaal speelt daar ook in mee. Voelt elke leerling zich goed op hun plek? En hoe kan een klasgenoot, als kersverse buur, bijdragen aan dat goede gevoel?

Geef je leerlingen daarom even de tijd om in te checken met hun nieuwe buren. Ze kunnen bijvoorbeeld deze vragen stellen:

  • Wat is voor jou een 'goede buur’? (iemand die je gerust laat, iemand die niet te veel plaats inneemt, iemand die je een cursuspapier kan lenen, iemand die het handboek soms in het midden wil leggen als jij het vergeten bent, iemand die soms een grapje maakt, ...)
  • Waar heb jij het in het lokaal moeilijk mee? (het bord niet goed kunnen zien, veel lawaai, snel te warm, ...)
  • Waar kan jij in de les hulp bij gebruiken? (de instructies van een bepaalde oefening, extra uitleg bij een bepaald vak, iets voorlezen dat op het bord staat, ...)
  • Waar help je graag zelf mee in de les?