Oranje bol Tekengebied 1 kopie
We zijn vindingrijk

Positieve twist

Bekijk het eens van de andere kant

De leerlingen leren

  • ... flexibel zijn en zich aanpassen aan veranderlijke situaties.
  • … vindingrijk en oplossingsgericht omgaan met (dagdagelijkse) situaties.
  • … kijken vanuit mogelijkheden, en niet vanuit beperkingen.

Duiding

Met de methodiek ‘Positieve twist’ gaan leerlingen in eender welke situatie op zoek naar de positieve kant. Want hoe slecht iets er op het eerste gezicht ook uitziet: er valt altijd wel een kans of een voordeel aan te breien.

Deze oefening toont leerlingen dat als ze alleen op het negatieve focussen, ze moeilijker tot een oplossing kunnen komen. Doe de twist en denk in mogelijkheden in plaats van in beperkingen!

Duur

max 15 min

Aard

reflectie

Doelgroep

Secundair onderwijs | speciaal voor BuSO

Werkwijze / stappenplan / omschrijving

1

Het symbool van de twist

Voor je een situatie positief kan ‘twisten’, heeft je klas een centraal voorwerp nodig om de twist in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan een zonnebril met gekleurde glazen (om het leven vanuit een roze bril te zien), een positieve sjaal, muts, … Maar je kan evengoed een groene en rode vlag in het leven roepen, of op zoek gaan naar een ander voorwerp in de klas.

Tip: laat je leerlingen gerust mee brainstormen over het ideale voorwerp om de twist te doen.

Eens je een voorwerp gevonden hebt, leg je jouw leerlingen uit hoe het werkt. Dit voorwerp is nu hét symbool van positief denken. Als je het vast hebt of aan hebt, heb je dus geen keuze: je moet een positieve twist geven aan een bepaalde situatie.

Tip: heb je een voorwerp met twee kanten (zoals een muts)? Dan kan je één kant ‘negatief’ pimpen met bijvoorbeeld een rode kleur of een boze smiley, en de andere ‘positief’ pimpen met een groene kleur of een happy smiley. Hetzelfde met de vlaggen: rood = negatief, groen = positief.

2

Bedenk situaties

Neem alvast enkele situaties mee naar de les, of bedenk ze samen met de leerlingen. Een paar voorbeelden:

  • Het regent.
  • De wifi werkt niet.
  • De zon schijnt.
  • Je lief heeft het uitgemaakt.
  • Je favoriete trui is gekrompen in de was.
  • Je bent boos op iemand.
  • Je bent een taak thuis vergeten.
  • Je hebt onverwacht een vrije dag.
3

Let’s twist

Laat het voorwerp rondgaan in de klas. Elke leerlingen mag een scenario kiezen. Welke negatieve gedachten kunnen ze bedenken voor deze situatie? En daarna: welke positieve gedachten kan je eraan linken? Zie je kansen of voordelen?

Bijvoorbeeld: het regent.

Negatief: je wordt nat, je bent een paraplu vergeten, je hebt geen regenjas aan, slecht weer maakt je slechtgezind, je kan niet buiten spelen, dat feestje valt in het water, ...

Positief: bloemen, planten en gras worden er gelukkig van, dansen in de regen is leuk, de geur van regen is zalig, je kan gezellig binnenblijven met een goede film, er is minder volk op straat, ...

4

Reflectie

Wat vonden je leerlingen van de oefening? Was het moeilijk om positieve gedachten te benoemen? Denken ze dat het nuttig kan zijn om te ‘twisten’ wanneer een tegenslag of obstakel op hun pad komt?

Leg het voorwerp nu op een zichtbare plek in het lokaal. Merk je dat de klas nog eens blijft hangen in een negatieve situatie? Verwijs dan naar het voorwerp en vraag om te twisten. Wedden dat een oplossing plots veel haalbaarder lijkt?