Waar ligt mijn grens?
Op tijd STOP! zeggen
De leerlingen leren
- … op een positieve manier kritisch reflecteren over zichzelf.
- … zich mild opstellen voor zichzelf.
- … assertief zijn.
Duiding
Met de methodiek ‘Waar ligt mijn grens?’ staan leerlingen bewust stil bij hun eigen grenzen. Wat vinden ze oké en wat niet? En hoe pakken ze een situatie aan die over hun grenzen gaat?
Aan de hand van enkele situaties ontdekken ze waar hun eigen grens juist ligt. Daarnaast leren ze hoe belangrijk het is om assertief te zijn. Want: het is oké om voor jezelf op te komen als je iets niet oké vindt!
Duur
Aard
Doelgroep
Werkwijze / stappenplan / omschrijving
Bereid de klas voor
Hang in je klaslokaal twee gekleurde papieren omhoog: één groen en één rood. Zorg ervoor dat ze ver genoeg uit elkaar hangen.
Leg aan je leerlingen de betekenis van de kleuren uit:
- Groen: “Ik vind dit (helemaal) oké.”
- Rood: “Ik vind dit (helemaal) niet oké.”
Tip: leent je lokaal zich hier niet voor? Of hou je de oefening liever rustig, met alle leerlingen op hun plaats? Voorzie dan kleinere kleurenkaartjes en deel die uit aan elke leerling.
Waar ligt de grens?
Leg enkele situaties voor aan je leerlingen. Vraag hen om na elke stelling bij een kleur te gaan staan, op basis van wat zij van de situatie vinden. Enkele ideeën:
- Je klasgenoten spelen een spel en je mag niet meedoen.
- Iemand valt op de speelplaats en doet zich pijn. Andere leerlingen beginnen te lachen.
- Je krijgt een knuffel van een vriend.
- Je mama plaatst foto’s van jou op Facebook zonder dat eerst te vragen.
- Een klasgenoot komt zo dicht naast jou zitten dat je elkaar aanraakt.
- Je beste vriend gaat ervandoor met je lief.
- Iemand zegt tegen jou dat je een coole trui aanhebt vandaag.
- Je krijgt een opmerking van een leerkracht, terwijl een andere klasgenoot in fout was.
- Een klasgenoot schrijft huiswerk over van een andere klasgenoot.
- Een klasgenoot stuurt je een bedreiging via Snapchat.
- Je hoort je beste vriend(in) een geheim van een klasgenoot doorvertellen.
- …
Tip: benadruk bij je leerlingen dat er geen juist of fout antwoord is. We zijn allemaal anders. Iedereen bepaalt dus voor zichzelf waar de grens ligt. En dat is helemaal oké!
Klasgesprek
Na elke stelling geef je de leerlingen de kans om toe te lichten waarom ze bij een bepaalde kleur staan. Je wijst hiervoor niemand aan: de leerlingen beslissen zelf om hun mening te delen. Je kan bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:
- Waarom koos je voor groen/rood?
- Als je voor groen hebt gekozen: denk je dat dit voor iedereen oké zou zijn?
- Als je voor rood hebt gekozen: hoe kan je duidelijk maken dat je dit niet oké vindt? (Tip: het is prima als dit een moeilijke vraag is. Je grenzen aangeven is een lastige klus. Ook volwassenen vinden dit nog heel spannend. Gelukkig kan je het leren!)
Bron
Deze oefening is een variatie op de werkvorm ‘Stoplichten’ uit het interactieve lespakket ‘Mijn wens, mijn grens – 6 tot 9 jaar’ van Sensoa. Meer informatie vind je hier.