Hoe krijg ik mijn collega’s mee?
Meer beweging in een psychiatrische voorziening: iederéén kan eraan bijdragen. Daar ben jij als bewegingsdeskundige wellicht helemaal van overtuigd. Maar misschien zijn niet alle collega’s meteen even enthousiast. Dat hoeft echter niet te betekenen dat ze niet willen meewerken. Vaak twijfelen ze hoe ze beweging kunnen inpassen in hun werk, hebben ze weinig tijd of weten ze niet goed waar te beginnen. Door die drempels bespreekbaar te maken en samen te zoeken naar wat wél haalbaar is, groeit beweging stilaan uit tot iets waar het hele team achter staat.
Zo kan je hen toch overtuigen!
"Daar zijn toch de kinesisten of bewegingscoaches voor?"
Zorgprofessionals zien het vaak niet als hun rol om beweging te stimuleren. De expertise rond beweging ligt inderdaad bij de bewegingsdeskundigen. Maar mensen aanzetten om te bewegen, gebeurt tijdens de vele dagelijkse contactmomenten die collega's hebben met zorgvragers.
- Benadruk dat je geen bewegingsspecialist moet zijn om iets rond beweging te doen.
- Benadruk dat collega’s geen bewegingstherapie moeten organiseren, maar dat het gaat om kleine, dagelijkse stimulaties tot meer beweging.
"Ik weet niet goed wat ik dan concreet moet doen."
Veel collega’s willen wel inzetten op beweging, maar weten niet zo goed hoe ze dit kunnen doen.
- Geef concrete voorbeelden van kleine acties die iedereen kan doen (bv. samen de trap nemen, even rechtstaan, …).
- Zoek samen naar bewegingsmomenten die passen bij hun functie, tijd en mogelijkheden (bv. een wandelgesprek voeren, …).
- Wees beschikbaar voor vragen of advies.
"Ik heb daar geen tijd voor."
Iedereen is bezig met zijn eigen takenpakket en er heerst de overtuiging dat beweging een extra taak is bovenop alle andere taken.
- Laat zien hoe beweging geïntegreerd kan worden in bestaande zorgmomenten en geen extra taak hoeft te zijn.
- Geef voorbeelden van activiteiten die nauwelijks extra tijd vragen.
- Benadruk dat kleine acties ook waardevol zijn.
"Onze zorgvragers hebben andere dingen aan hun hoofd."
Sommige collega’s willen de zorgvragers liever met rust laten of hen de vrijheid geven om zelf te bewegen.
- Stimuleer kleine, haalbare stappen.
- Maak duidelijk dat stimuleren niet hetzelfde is als verplichten.
- Leg uit dat motivatie bij de zorgvragers vaak groeit door positieve ervaringen.
- Leg de link tussen beweging en herstel (zie fiche).
- Geef aan dat beweging ook bijdraagt aan stemming, slaap, energie en sociale contacten (zie fiche).
Soms krijg je te maken met zorgvragers die zelf nog weinig initiatief nemen, om welke reden dan ook. De methodiek KRACH-T is een sterke en toegankelijke gespreksmethode die kan helpen om zorgvragers op een positieve manier intrinsiek te motiveren om meer te bewegen.
"Ik voel me zelf niet sportief genoeg om met beweging aan de slag te gaan."
Soms denken collega’s dat ze zelf actief moeten sporten om geloofwaardig te zijn en zien ze zichzelf niet als voorbeeld op vlak van beweging.
- Leg de focus op bewegen, niet op sporten.
- Normaliseer dat niet iedereen sportief is, maar dat ook niet hoeft te zijn om in te zetten op beweging. Net dat kan de zorgvrager uiteindelijk ook motiveren om zelf aan de slag te gaan!
- Benadruk dat de geloofwaardigheid niet afhangt van een sportprestatie.
“Zo veel effect zal beweging wel niet hebben.”
Veel collega’s kennen het effect van beweging op gezondheid nog niet.
- Toon hen de fiche uit onze toolbox.
- Bied vorming aan.