Nieuw rapport slaat alarm: gezondheidsongelijkheid groeit in België

25.09.2025

Een nieuw rapport trekt aan de alarmbel: nergens in Europa ging de zelfgerapporteerde gezondheid de afgelopen tien jaar zo sterk achteruit als in België. Mensen met een korte scholingsgraad worden hierin proportioneel harder getroffen, waardoor de gezondheidsongelijkheid sterk is toegenomen. Daarmee illustreert België het ‘worst case scenario’ volgens de onderzoekers.

Een gezond leven. Willen we dat niet allemaal? Helaas heeft niet iedereen dezelfde kansen. Onze plaats op de maatschappelijke ladder speelt daarbij een grote rol. De sociale omstandigheden waarin mensen geboren worden, opgroeien, werken en ouder worden, bepalen in belangrijke mate wie gezond blijft en wie niet. Dat blijkt ook uit een nieuwe studie van EuroHealthNet en het Centre for Global Health Inequalities Research (CHAIN), die de gezondheidsverschillen tussen groepen met verschillende opleidingsniveaus in Europa onderzocht. De conclusie? Gezondheidsongelijkheid groeide de voorbije tien jaar in België.

Eén op drie voelt zich ongezond

In 2024 gaf bijna één op de drie Belgen aan zich in (zeer) slechte gezondheid te bevinden. Dat is een stijging met 6 procentpunten tegenover 2014. Toen beschouwde 24% van de Belgen hun gezondheid als slecht; in 2024 liep dat cijfer op tot 30%, ofwel bijna één op de drie. Dit is de sterkste toename in heel Europa. Terwijl het Europese gemiddelde in diezelfde periode licht daalde, ging het in België dus de andere richting uit.

Fichier 14 min

“België illustreert het 'worst case scenario': nergens in Europa is de zelfgerapporteerde gezondheid zo sterk achteruitgegaan, en dit vooral bij mensen met een beperkte scholingsgraad”

EuroHealthNet

Het verschil tussen opleidingsgroepen springt daarbij het meest in het oog. In de groep met een hogere scholingsgraad geven tussen 2014 en 2024 4% meer mensen aan in een (zeer) slecht gezondheid te verkeren. Die stijging is bij personen met een korte scholingsgraad nog groter, namelijk 10%. Volgens de onderzoekers wijst dit op een duidelijke en zorgwekkende toename van gezondheidsongelijkheid in België. Concreet betekent dit dat iemand met een korte scholingsgraad anno 2024 twee keer meer kans had om een slechte gezondheid te rapporteren dan iemand met een diploma hoger onderwijs.

Wat verklaart deze gezondheidsuitkomst?

Wanneer we op zoek gaan naar verklaringen, zien we dat de context waarin we leven, onze gezondheid rechtstreeks beïnvloedt en samenhangt met het opleidingsniveau. En dat gaat verder dan het al dan niet behalen van een diploma: het weerspiegelt bredere sociale ongelijkheden, zoals minder financiële zekerheid en een minder gezonde leefomgeving. Zo kampen Belgen volgens het rapport vaker met huisvestingsproblemen dan in 2014. Wonen in een slecht verluchte of vochtige woning, bijvoorbeeld met schimmel, schaadt vanzelfsprekend de gezondheid.

Dat de omgeving wel degelijk een grote invloed heeft op de gezondheid, blijkt ook uit de anonieme getuigenis van S., een jonge mama en ervaringsdeskundige, op de Signaaldag van Welzijnszorg in Antwerpen:

“In 2020 kreeg mijn dochtertje de diagnose autisme en ontwikkelingsstoornis. Onze woning was niet veilig voor haar. We zijn verhuisd, maar dat was naar een omgeving die ook niet gezond was omwille van de vervuilende fabriek (lood) in de buurt. Mijn stressniveau is zo hoog, ik moet continue paraat staan voor mijn dochtertje. Daardoor krijg ik ook gezondheidsklachten. Ik heb geen netwerk en ervaar drempels in zorg en onderwijs.”

Keuzes zijn zelden vrij

Ook de verschillen in leefstijl, zoals tabaks- en alcoholgebruik en de consumptie van groenten en fruit, spelen een rol. Op het eerste gezicht lijken deze verschillen in levensstijl individuele keuzes. Dus: eigen schuld dikke bult? Hier wringt het schoentje. De gezonde keuze maken is niet voor iedereen even makkelijk. Onze keuzes zijn zelden echt vrij. Ieder van ons maakt ze binnen een bepaalde context. Groenten en fruit zijn relatief duur en promoties richten zich vaker op ongezonde alternatieven, waardoor mensen met een beperkt budget sneller voor minder gezonde producten kiezen. En stoppen met roken vraagt mentale ruimte die onder stress vaak ontbreekt.

Wat is er nodig?

Gezondheidsongelijkheid is geen individueel falen, maar een maatschappelijk probleem. En dus een gedeelde verantwoordelijkheid. Het recht op gezondheid is universeel erkend, ook in de Belgische grondwet. Om gezondheidsongelijkheid terug te dringen, moeten we de onderliggende sociale ongelijkheid blijven aanpakken. Dat betekent: signaleren waar beleid tekortschiet, de sociale structuren die gezondheid beïnvloeden permanent in de kijker zetten en politiserend werken om het recht op gezondheid te blijven verdedigen.

Daarnaast zijn er extra inspanningen nodig om gezondheidswinst te boeken bij iedereen, en in het bijzonder bij wie dat het meest nodig heeft. Dat principe noemen we proportioneel universalisme: een aanpak waarmee we de hele bevolking bereiken, maar extra inzetten op maatschappelijk kwetsbare groepen. Dit betekent onder andere inzetten op een gezonde leefomgeving in kwetsbare buurten en outreachend werken naar risicogroepen, bijvoorbeeld via organisaties die mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties bereiken.

Dat kunnen we niet alleen! Het is belangrijk om blijvend in dialoog te gaan. Daarom moeten we beleid, acties en communicaties afstemmen op de krachten en drempels van de doelgroep — en niet enkel vóór hen werken, maar ook mét hen. Getuigenissen zoals die van de ervaringsdeskundige van Welzijnszorg zijn belangrijk én moeten gehoord worden in de ontwikkeling van oplossingen.