Ik ben de enige die…
Je staat er nooit alleen voor
De leerlingen leren
- ... verbondenheid ervaren.
- … waardering uiten en ontvangen.
- … ervaringen, gevoelens, ... met elkaar delen.
Duiding
Met de methodiek ‘Ik ben de enige die…’ ontdekken leerlingen dat ze soms niet de enige zijn die een bepaald gevoel hebben of een bepaald obstakel trotseren.
Nochtans voelt het soms wel alsof je ergens ‘alleen’ in bent. Deze oefening toont aan dat meer mensen dan je denkt met dezelfde twijfels of zorgen zitten. En vooral: dat je er nooit écht alleen voor staat!
Duur
Aard
Doelgroep
Werkwijze / stappenplan / omschrijving
De enige… of niet?
Als tiener heb je vaak het gevoel dat je alleen op de wereld bent. Je worstelt met bepaalde emoties of obstakels, en het voelt alsof jij de enige bent die dit meemaakt.
Het klopt dat we allemaal van elkaar verschillen. Maar soms… zijn we meer gelijk dan we denken. En zo vinden we misschien wel troost, hulp of steun uit onverwachte hoek!
Demonstreer dit aan je leerlingen met een korte oefening die rond stellingen draait.
Stap naar voren
Deel je leerlingen op in twee à drie groepen (of blijf met de hele klasgroep samen, als je niet met te veel bent). Vraag om in een kring te gaan staan. Om de beurt stapt er een leerling in de kring. Die zegt dan “ik ben de enige die…”, gevolgd door een ding waarin die zich alleen voelt. Bijvoorbeeld:
- Ik ben de enige die moeite heeft met Engels/wiskunde/creatieve vakken/ … .
- Ik ben de enige die vannacht niet heeft kunnen slapen.
- Ik ben de enige die een oefening soms niet begrijpt.
- Ik ben de enige die moeite heeft met sociaal contact.
- Ik ben de enige die huiswerk soms leuk vindt.
- Ik ben de enige die nog niet weet wat die later wilt doen.
- …
Leerlingen die zich in deze stelling herkennen, zetten ook een stap naar voren. Zo ontdekken ze misschien meteen dat ze helemaal niet zo alleen zijn als ze denken.
Tip: dit is een oefening waarin leerlingen zich kwetsbaar kunnen opstellen. Druk je leerlingen dus op het hart om goed naar elkaar te luisteren en elkaar te respecteren. Het is niet de bedoeling om uitgesproken gevoelens later tegen elkaar te gebruiken.
Voel je dat de veiligheid in de klas deze oefening nog niet toelaat? Laat alle leerlingen dan op hun plaats zitten en de ogen sluiten. Om de beurt spreekt een leerling een gevoel of een zorg uit (“Ik ben de enige die…”). Je kan die rol ook als leerkracht opnemen en zelf enkele stellingen geven. Zonder de ogen te openen, steken de leerlingen die zich hierin herkennen een hand omhoog. Eventueel kan je hier als leerkracht een foto van nemen, om achteraf aan te tonen dat je soms écht niet alleen bent in een emotie of situatie.
Nooit alleen
Blik na de oefening kort terug met je leerlingen.
- Wat vonden ze van de oefening?
- Waren ze echt de enige die… ?
- Hoe kijken ze nu naar hun gevoel of situatie?
- Hebben ze het gevoel dat ze kunnen bouwen op hun klasgenoten, ook als ze hun situatie misschien niet herkennen?
Rond af met de volgende boodschap: hoe alleen je je ook voelt, je staat er nooit écht alleen voor. Durf je gevoel of je zorgen dus uitspreken bij iemand die je vertrouwt. Je zal er misschien van schrikken hoe herkenbaar jouw verhaal is!
Merk je als leerkracht dat er moeilijke gevoelens of thema’s naar boven komen tijdens deze oefening? Zorg er dan zeker voor dat je ruimte kan maken voor je leerlingen. Lukt dat niet meteen, laat hen dan duidelijk weten op welk moment ze bij jou terechtkunnen. Bekijk zeker ook de signaalposter over hoe om te gaan met moeilijke gesprekken. Ook jij staat er als leerkracht niet alleen voor!
Uitbreiding
Voor klasgroepen die wel wat complexere oefeningen aankunnen, kan je er een element aan toevoegen. Nadat de leerlingen die zich in de stelling herkenden, naar voor zijn gestapt, geef je een extra opdracht aan de leerlingen die zich er niet in herkenden. Zij mogen aangeven of ze klaar staan om hun klasgenoten steun te geven of te helpen bij dit gevoel of probleem.
Willen ze steun geven? Dan gaan ze bij de klasgenoot staan en leggen een hand op diens schouder. Let op: toets op voorhand even af of iedereen zich goed voelt bij fysiek contact. Indien dit niet het geval is, geef je de instructie dat de ‘ondersteuner’ gewoon naast de klasgenoot gaat staan zonder deze aan te raken. We respecteren elkaars (fysieke) grenzen!