Hoe we communiceren over corona bepaalt ook hoe we ermee omgaan

06.10.2020

“Het huis staat in brand, we moeten dringend iets doen.” Met die vlammende woorden onderstreept professor Erika Vlieghe dat er zo snel mogelijk een straffe infocampagne over corona moet komen. Te veel mensen nemen het niet meer zo nauw met de veiligheidsmaatregelen. Te veel mensen zijn coronamoe. Maar de pandemie is echt wel nog altijd onder ons, alleen gedragen we er ons niet meer naar. Gevolg? De cijfers schieten weer de hoogte in. Om mensen opnieuw te motiveren om de maatregelen te volgen, moet er een effectieve sensibiliseringscampagne komen. Maar om die te ontwikkelen staan we beter eerst even stil bij de manier waarop corona vandaag geframed wordt. Want daar wringt het schoentje.

De berichten over corona sturen ons gedrag (niet)

Er klinken véél verschillende stemmen en opinies in het coronadebat. En elke boodschap wordt op een bepaalde manier gekaderd. Een kader of frame is de invalshoek die iemand gebruikt om de werkelijkheid te benaderen. Hierdoor worden bepaalde delen van de realiteit extra in de verf gezet, terwijl andere delen naar de achtergrond worden geduwd. Een kader is dus nooit neutraal. Het komt altijd met bepaalde verhaallijnen en bijpassende woordkeuzes die de interpretatie en het gedrag van mensen in een zekere richting sturen.

Ook de communicatie over de coronapandemie wordt gekaderd. De pandemie is écht, maar via framing wordt een bepaalde interpretatie ervan naar voren geschoven. Ondanks de veelheid aan stemmen en opinies van politici, virologen en experts allerhande in het hele coronadebat, kunnen we vandaag eigenlijk maar twee communicatieve kaders identificeren: het frame van de (over)relativering en het dreigingsframe. Twee kaders die alsmaar meer recht tegenover elkaar komen te staan, maar die tegelijkertijd ook iets gemeenschappelijks hebben: beide zorgen ervoor dat de bevolking de maatregelen niet goed meer opvolgt.

16834 Lien Van Oyen Gezond Leven23082018 Kopie1

"Dreigende boodschappen wekken vaak een gevoel van angst en slechte herinneringen aan de lockdown op."

Leen Van Brussel, Stafmedewerker algemene gezondheidsbevordering, Vlaams Instituut Gezond Leven

Twee frames in het coronadebat

Het frame van (over)relativering normaliseert COVID-19 als een van de onzekerheden en risico’s die bij het leven horen en focust op het samenleven met het virus. Dit frame zet het belang van een draaiende economie, sociale verbondenheid en mentaal welzijn en hoe de coronamaatregelen deze onder druk zetten op de voorgrond. Cijfers worden gerelativeerd of naar de achtergrond van onze aandacht verdrongen.

Het dreigingsframe focust daarentegen heel hard op de cijfers van het aantal besmettingen en hospitalisaties. Het brengt de druk op het zorgsysteem onder de aandacht, en hamert op het belang van strengere maatregelen. Dit kader komt met een bepaalde taal, waarbij de huidige situatie wordt omschreven als “bijzonder verontrustend”, “zeer alarmerend”, “niet te relativeren” of zelfs als “te laat” en “om zeep” als het over Brussel gaat. Marc Van Ranst huiverde onlangs bij de uitspraak van Sophie Wilmès dat we beter moeten leren samenleven met het virus. Want “wij willen niet samenleven met een virus”.

Beide kaders hebben hun eigen logica en komen in uiteenlopende vormen voor: van sterk uitgewerkte opiniestukken tot pittige tweets. Ze worden door verschillende politici en experts geuit, en vinden aanhang bij andere groepen in de samenleving.

Wat opvalt, is dat beide kaders zich doorheen de tijd sterker van elkaar zijn gaan aftekenen. Het dreigingsframe schuift nu precies alleen maar harde cijfers naar voor, maar zo kan je geen mensen activeren of motiveren. Een belangrijk deel van de bevolking haakt bijgevolg af. Dat is zeker. Het dreigingsframe laat geen ruimte voor hoop en optimisme en is daarom geen goed idee. Zeker als we op langere termijn denken, maakt dat frame ons wanhopig. Want kunnen we ons voorstellen om nog maanden of jaren slechts 3 nauwe contacten te hebben?

Boodschappen binnen dit frame van dreiging wekken vaak een gevoel van angst en slechte herinneringen aan de lockdown van maart-mei op: aan bewoners van woonzorgcentra die eerder stierven van eenzaamheid dan van corona, aan families in kleine appartementen die het maanden zonder buitenlucht moesten doen, aan gezinnen die plots op één inkomen moesten terugvallen enz. Ze worden geassocieerd met die lockdown en met sociaal isolement, financiële en mentale problemen.

Optimism bias en bedreigende taal

Het dreigingsframe slaat bij velen niet (meer) aan. En daar is een reden voor. Want er bestaat een psychologisch mechanisme dat we ‘optimism bias’ noemen. Dat betekent dat mensen vaak een vertekend gevoel van optimisme koesteren. We schatten de kans dat onszelf iets slechts overkomt kleiner in dan ze in werkelijkheid is. Met een lage risicoperceptie als resultaat. Mensen geloven dat het allemaal nog wel meevalt. Zeker als er niemand in hun directe omgeving zwaar besmet is geweest, wordt COVID-19 – zoals professor Vlieghe terecht opmerkt – een ver-van-mijn-bedshow. Deze ‘optimism bias’ zet een keten van actie-reactie in gang.

Een frame dat de coronapandemie (over)relativeert, wordt zo wel heel aantrekkelijk. Denk aan Donald Trump die zich als risicopatiënt na 3 dagen beter voelt dan ‘20 jaar geleden’. Corona wordt meer en meer naar de achtergrond van ons bewustzijn geschoven, ten koste van de beschermende maatregelen die we moeten volgen. Een logische reactie van experts en virologen is dan om mensen wakker te schudden. Via confronterende cijfers en ‘duidelijke taal’. Taal die een zekere dreiging en angst opwekt.

Maar élke mens die dreiging en angst voelt, wil daar zo snel mogelijk van af. En hoe doen we dat? Door de boodschappen binnen het dreigingsframe te mijden, of zelfs te ontkennen. Dat zien we ook gebeuren bij de zogenaamde ‘fear appeals’ op sigarettenpakjes, waarbij angstaanjagende foto’s van zieke en toegetakelde lichamen en lichaamsdelen volgens sommige onderzoekers vaak niet (meer) werken. Mensen vinden ze te confronterend en blokken de boodschap af. Binnen het coronaverhaal impliceert deze logica dat mensen volledig dreigen af te haken: de bekende ‘ik doe niet meer mee’-stemmen zijn er een uiting van.

Een alternatief frame is nodig

De twee huidige frames in de coronaberichtgeving, schieten te kort. We hebben een derde communicatief frame nodig. Liefst één dat het beste van de twee andere combineert. Binnen zo’n alternatief kader wordt, ook door experts, erkend dat we niet anders kunnen dan leren leven met het virus. Want het alternatief zou strikt genomen zijn dat één van beide soorten – mens of virus – verdwijnt, en dat is niet onmiddellijk een optie. Dit alternatief frame benoemt nog altijd cijfers, en die krijgen ook een gezicht. Via diverse verhalen van en door mensen waarin verschillende bevolkingsgroepen zich kunnen herkennen. Zodat corona niet langer een ver-van-mijn-bedshow is van abstracte cijfers waar we niks mee te maken hebben.

Dit alternatieve frame is er ook één waar veel aandacht gaat naar het uitleggen van het wat, hoe en waarom van de maatregelen. Vooral dat ‘waarom’ moet nog meer aandacht krijgen. Zo stelde Maarten Vansteenkiste al meermaals: inzicht in waarom maatregelen zijn wat ze zijn, vergroot onze motivatie om ze op te volgen. Ook concrete tips en/of voorbeelden over het in de praktijk brengen van de maatregelen op een leefbare manier hebben een plaats in dit derde kader: hoe doe je dat in de praktijk, bijvoorbeeld, die persoonlijke contacten beperkten tot een minimum?

Binnen dit alternatieve kader zal het makkelijker zijn om sterke campagnes te ontwikkelen die aansluiten bij mensen hun beleving, én die sensibiliseren zonder angst aan te jagen. En hoewel discussie altijd moet kunnen, zou zo’n kader ook kunnen leiden tot minder polarisering in het coronadebat. En dat is gunstig voor het vertrouwen van mensen in experts en politici én voor hun motivatie om maatregelen op te volgen.