Wat?

Mensen die roken worden aangemoedigd om te stoppen met roken:

  • zorgverleners zien het als hun taak en vinden het belangrijk om de rookstatus van de patiënt te bevragen;
  • zorgverleners zien het als hun taak en vinden het belangrijk om rokers te informeren over de rookstopmogelijkheden en toe te leiden naar rookstophulp;  
  • zorgverleners zien het belang in van een rookstop voor de patiënt, in het kader van een behandeling of operatie.

Waarom?

In een kort gesprek, zelfs in één minuut, mensen motiveren om te stoppen met roken werkt. Tijdens dit korte gesprek worden mensen geïnformeerd en doorverwezen naar het rookstopaanbod in de zorginstelling.

Hoe?

Elke patiënt binnen elke afdeling heeft, ongeacht de aanleiding voor opname, recht op rookstopadvies. Op z’n minst wordt de rookstatus bevraagd (en geregistreerd) en wordt de patiënt geïnformeerd over het aanbod in de zorginstelling, waarna de tabakoloog een permanente of tijdelijke rookstop kan begeleiden. 

Om de kansen op een rookstop te vergroten, voorziet men in dit eerste gesprek, naast een informerende, ook al een motiverende component.

Hieronder wordt de rookstopondersteuning van opname tot (na) ontslag grafisch voorgesteld. De onderdelen van een kort rookstopgesprek staan in het rood omkaderd. Voor de andere onderdelen verwijzen we naar de inspiratiefiches ‘Rookstopaanbod voor de patiënten in een zorginstelling’ en 'Continuïteit van de zorg na ontslag’.

Het korte rookstopgesprek heeft in de eerste plaats aandacht voor de bevraging van de rookstatus. Alle opgenomen patiënten moeten gevraagd worden of ze roken en of ze informatie wensen over rookstopmogelijkheden of hulpmiddelen om het verblijf te vergemakkelijken. 

Het gesprek kan gevoerd worden door een zorgprofessional getraind in het houden van korte, motiverend rookstopgesprekken, bij voorkeur gericht op interne doorverwijzing naar de tabakoloog.

Om dit gesprek vorm te geven, kan je gebruik maken van KRACH-T. Met behulp van dit model kan je in vijfminuten een rookstopboodschap geven. Of zelfs in één minuut als je geen tijd hebt! 

Wil je meer weten over motiverende gespreksvoering en KRACH-T, toegepast op roken? Kijk dan even op www.motiverentotrookstop.be.

Daarnaast kan ook de tabakoloog dit gesprek voeren. In dit geval brengt de tabakoloog een bezoek aan elke roker. Dat kan de start van een rookstopbegeleiding betekenen.

Rokers die niet willen stoppen, maar wel rekening moeten houden met de afspraken in een rookvrij ziekenhuis, kunnen gebruik maken van nicotinevervangers. 

Ondersteun personeel om het gesprek aan te gaan

Personeelsleden die beter willen worden in korte, motiverende gespreksvoering om mensen aan te zetten om te stoppen met roken, kunnen een opleiding volgen. Voorzie in het elektronisch patiëntendossier de mogelijkheid om de rookstatus in te geven en aan te passen.

Voeg aan het anamneseformulier vragen toe zoals: “Rookt u?” en “Wenst u informatie over rookstopmogelijkheden of hulpmiddelen om uw verblijf makkelijker te maken gezien u aangeeft te roken?”

Inspirerende praktijken

AZ Turnhout

In het AZ Turnhout wordt op het anamneseformulier bij residentieel opgenomen patiënten gevraagd naar de rookstatus. De vragen ‘Rookt u?’ en ‘Indien ja, wenst u tijdens uw hospitalisatie een afspraak met een tabakoloog om u op weg te helpen om te stoppen met roken?’ worden op deze manier aan elke patiënt gesteld. Nadien is het aan de zorgverlener die het anamneseformulier ontvangt om hierop in te spelen. Wanneer de patiënt de vraag blanco laat, dan is het de taak van de zorgverlener om dit alsnog met de patiënt kort te bespreken. Als de patiënt begeleiding wenst, geeft de arts of de zorgverlener de vraag door aan de tabakoloog. De patiënt ontvangt op de afdeling meteen bijkomende informatie aan de hand van een brochure. Meestal kunnen ze zelfs binnen de 24 uur al op consultatie bij de tabakoloog. 

Samengevat: anamneseformulier (rookstatus) -> zorgverlener (minimale interventie) -> tabakoloog (begeleiding) 

AZ Jules Bordet

Het Jules Bordet Instituut is een autonoom kankerinstituut. Er werken vier tabakologen: twee verpleegkundige-tabakologen (halftijdse) en twee ambulante psycholoog-tabakologen. Ter voorbereiding van de residentiële opname van een patiënt neemt een verpleegkundige de anamnese af, waarbij de rookstatus altijd wordt bevraagd. De verpleegkundige-tabakoloog gaat dagelijks langs op alle diensten (ziekenhuisbreed) zodat er een eerste contact wordt gelegd met elke roker (minimale interventie). Deze motiverende interventie kan gericht zijn op een rookstop, maar kan zich ook beperken tot het zo comfortabel mogelijk laten verlopen van de opname (o.a. door de roker indien nodig nicotinevervangers aan te bieden). Soms kan dit gesprek uitgebreider zijn en is het eigenlijk al een intakegesprek. Als patiënten verdere begeleiding willen om te stoppen met roken, worden ze doorverwezen naar de ambulante tabakologen of een tabakoloog in de buurt. 

Samengevat: verpleegkundige (rookstatus) -> verpleegkundige tabakoloog (minimale interventie en soms al een eerste intakesprek) -> ambulante tabakoloog (begeleiding)
 

Tabak en andere nicotineproducten
Stap 4: Werk acties uit
Stap 5: Voer acties uit
Stap 6: Evalueer
Stap 7: Veranker
Ziekenhuizen
Psychiatrische voorzieningen
Inspiratie