We spelen een spel vandaag! Eentje dat ons in beweging brengt en waardoor we ontdekken wat ons energie geeft of kost.
Jullie zien op de vloer een groot veld met verschillende kleuren. Dat zijn allemaal verschillende vakjes waar jullie tijdens het spel op kunnen gaan staan. Iedereen begint aan een van de vier zijdes van het spelbord en probeert aan de overkant te geraken door beurt per beurt naar een vakje in de juiste kleur te stappen.
Spelregels
Ik draai als begeleider telkens aan het rad met kleuren. Vervolgens mag iedereen één stap zetten naar een aangrenzend vakje van die kleur (vooruit of opzij). Iedereen bekijkt wat er op dat nieuwe vak staat: is dit iets dat je energie geeft? Doe je het regelmatig of zou je het graag vaker doen?
Er zijn verschillende soorten vakjes:
Energiegevers (blauw – groen – roos – geel)
Deze kleuren staan voor verschillende categorieën van dingen die ons energie kunnen geven: blauw = sociaal, groen = beweging, roos = creatief, geel = ontspanning.
Kom je hierop terecht, dan vertel je kort iets over wat er op het vak staat en of dit voor jou een energiegever is of niet. Kom je terecht op een leeg vakje, dan mag je zelf iets verzinnen dat jou energie geeft binnen het thema van die kleur.
Energievreters (oranje)
De oranje vakjes stellen dingen voor die je energie kunnen kosten of zelfs uitputten. Kom je op een oranje vakje terecht? Bekijk of je dit herkent:
- Kost dit jou soms energie?
- Wat kan je doen om ermee om te gaan of het te vermijden?
Ook bij de oranje kleur zijn er lege vakjes: dan vertel je zelf over iets dat voor jou een energievreter is.
Energieboosters (rood)
De rode vakjes zijn energieboosters. Werd er rood gedraaid? Dan doen jullie samen als groep een korte opdracht: iets grappigs, rustgevends of actief. De begeleider leest de opdracht voor en iedereen (die kan) mag hierna naar een naburig rood vak.
Beweegregels
- Je mag enkel naar een aangrenzend vakje in de juiste kleur (vooruit of opzij, niet schuin). Het kan dus gebeuren dat je niet kunt verplaatsen wanneer een bepaalde kleur gedraaid wordt omdat er geen aangrenzend vakje is in die kleur.
- Willen twee deelnemers op hetzelfde moment naar hetzelfde vakje? Dan mogen jullie er samen staan.
- Staat er al iemand stil op een vakje? Dan mag je er niet bij gaan staan. Kies een ander vakje in de juiste kleur of blijf staan.
- Is er enkel een vakje in de gedraaide kleur vrij op een plek waar je niet naartoe wilt? Dan mag je er ook voor kiezen om te blijven staan.
Tips voor de begeleider
- Benadruk dat er veel uitleg is, maar dat je alles stap voor stap zal begeleiden. Vat voor de start nog eens kort samen.
- Begeleid de vragen bij elke ronde. Herhaal waar elke kleur voor staat en moedig delen aan.
- Niet iedereen moet elke ronde iets vertellen. Vraag vrijblijvend:
- Wie herkent er de energiegever/-vreter op zijn vakje?
- Wie zou zijn energiegever graag vaker doen?
- Wie staat op een leeg vakje en wil zelf iets kiezen?
- Het spelverloop hangt een beetje af van het toeval van het kleurenrad. Kies op basis van het energieniveau van de deelnemers of je het spel beëindigt wanneer de eerste deelnemer aan de overkant is geraakt of wanneer (bijna) iedereen er is.