Probleemgestuurde educatie
Meer info over deze techniek
Theoretische onderbouwing
Probleemgestuurde educatie vindt zijn oorsprong in de theorieën van Paulo Freire (1992), die pleitte voor een onderwijsvorm die meer is dan het passief overdragen van kennis. Volgens Freire moeten mensen via onderwijs leren om kritisch na te denken, zodat zij actief kunnen bijdragen aan maatschappelijke verandering. Freire ontwikkelde een vernieuwde lesmethode, gebaseerd op twee centrale theorieën: de Conscientization-theorie (bewustwording) en Empowerment-theorie (versterking).
- Conscientization betekent dat mensen zich bewust moeten worden van de sociale ongelijkheid en machtsstructuren die hun leven beïnvloeden, wat hen helpt kritisch naar de wereld om hen heen te kijken.
- Empowerment houdt in dat het onderwijs mensen het vertrouwen en de middelen moet geven om daadwerkelijk actie te ondernemen.
Probleemgestuurde educatie is een gedragsveranderingstechniek die voortbouwt op deze twee theorieën. Het maakt leren interactief: in plaats van alleen informatie over te dragen en oplossingen op te leggen, moedigt de techniek de deelnemers aan om kritisch na te denken, vragen te stellen en samen oplossingen te vinden voor gezondheidsproblemen die hen aangaan. Door de interactie met een begeleider worden deelnemers zich bewust van de problemen (Conscientization) en versterken ze hun vermogen om verandering te realiseren (Empowerment), via groeiende psychosociale competenties.
Kenmerken van de techniek
Probleemgestuurde educatie stimuleert actieve betrokkenheid van de deelnemers bij het analyseren van problemen en ontwikkelen van oplossingen.
Een belangrijk kenmerk van deze vorm van educatie is de reflectie-actie-reflectie-structuur:
Reflectie-actie-reflectie-structuur Open
Doorheen het hele proces zijn de volgende kenmerken van belang:
- Niet-oordelen en zelfonthulling: er wordt gestreefd naar open groepsgesprekken waarin deelnemers zich vrij voelen om persoonlijke ervaringen te delen, zonder dat er sprake is van beoordeling.
- Dialoog en interactie: deelnemers en begeleiders denken samen na over problemen en onderliggende oorzaken. De interactie vormt de kern van het leerproces.
- Probleemanalyse en probleemoplossing: de deelnemers bepalen zelf welk probleem centraal staat om vervolgens naar mogelijke oplossingen te zoeken. Cruciaal hierbij is dat de analyse en de voorgestelde oplossingen goed op elkaar aansluiten.
- Culturele en contextuele aansluiting: de taal, ervaringen en leefwereld van de deelnemers vormen het vertrekpunt. Hierdoor sluiten de probleemverkenning en de oplossingen nauw aan bij hun dagelijkse realiteit.
Vergelijkbare technieken
- Participatie houdt in dat mensen actief betrokken worden bij het bedenken en uitvoeren van een interventie, om hun motivatie en betrokkenheid te vergroten. Net als bij probleemgestuurde educatie werken deelnemers samen met een begeleider om tot inzichten en oplossingen te komen. Het verschil is dat probleemgestuurde educatie vooral draait om het leerproces. Door samen problemen te analyseren en ervaringen te delen, ontwikkelen deelnemers inzichten en eigen-effectiviteit. Bij participatie ligt de nadruk meer op het ontwikkelen van concrete interventies die goed aansluiten bij de noden van de doelgroep.
- Participatieve probleemoplossing is een aanpak waarbij de doelgroep actief meewerkt aan het vinden van haalbare en passende oplossingen voor een concreet probleem. Het doel is om tot een resultaat te komen dat goed aansluit bij de behoeften van de doelgroep. In tegenstelling tot probleemgestuurde educatie staat empowerment of persoonlijke ontwikkeling hierbij minder centraal. De nadruk ligt eerder op het aanpassen van de omgeving.
Aanvullende technieken
- Sociale planning is een gestructureerde manier om maatschappelijke problemen aan te pakken, met behulp van onderzoek, kennis en cijfers. Deze aanpak gaat goed samen met probleemgestuurde educatie omdat het helpt om problemen helder in beeld te brengen en gerichte oplossingen te bedenken.
- Community assessment (techniekenfiche binnenkort beschikbaar) brengt op een systematische manier de noden, sterktes en hulpbronnen van een gemeenschap in kaart. De verkregen inzichten helpen om interventies beter af te stemmen op de lokale context. Als aanvulling op probleemgestuurde educatie biedt community assessment een breder inzicht in de sociale en culturele factoren die een gezondheidsprobleem beïnvloeden.
Hoe pas je deze techniek toe?
Probleemgestuurde educatie stimuleert actief en interactief leren via groepssessies, waarin deelnemers in gesprek gaan en persoonlijke ervaringen delen. Samenwerking is essentieel om voldoende informatie te verzamelen en patronen in ervaringen te herkennen. De gesprekken gebeuren mondeling in een fysieke ruimte, waar een veilige sfeer en vertrouwensband kunnen ontstaan.
Probleemgestuurd onderwijs verloopt in drie fasen, met in elke fase meerdere gesprekken. Hoeveel gesprekken er precies zijn, hangt af van het onderwerp, de doelgroep en de beschikbare tijd en middelen.
Voorbereiding Open
Fase 1: luisteren en identificeren van gezondheidsproblemen Open
Fase 2: concretiseren van de probleemstelling Open
Fase 3: reflectie en actie Open
Inspirerende voorbeelden
Pilootproject Geluk voor Doeners & Dromers
In het pilootproject 'Geluk voor Doeners & Dromers' organiseerden twee begeleiders co-creatiesessies met leerlingen uit het buitengewoon onderwijs rond het thema mentaal welbevinden op school. De sessies werden georganiseerd om later lesmateriaal te ontwikkelen. De leerlingen dachten actief mee en deelden ervaringen, bijvoorbeeld via een geluksquiz en een brainstorm over hun droomschool. Ze leerden meer over mentaal welzijn door er samen over na te denken en gaven aan dat ze zich gehoord voelden omdat ze hun ideeën uiteindelijk aan de directeur konden voorstellen.
Ongezonde voedselverleidingen op school
Het informatiedossier ‘Ongezonde voedselverleidingen op school’ moedigt scholen aan om samen met leerlingen in gesprek te gaan over ongezonde voeding. Het richt zich niet op traditionele lessen, maar op het leren via actieve betrokkenheid. Tijdens een brainstorm verkennen leerlingen hoe hun sociale en fysieke omgeving hun eetgedrag beïnvloedt en bouwen ze samen een model van determinanten op. Zo leren ze vanuit eigen ervaringen. Door de interactieve werkvormen worden ze zich bewuster van de invloed van de omgeving op hun eetgewoonten. Idealiter voelen ze zich ook gemotiveerd om verandering te brengen in hun omgeving en mee te denken over het voedingsbeleid op hun school.
Referenties
- Lloyd, A. S. (1972). Freire, conscientization, and adult education. Adult Education, 23(1), 3-20.
- Evans, E. N. (1992). Liberation theology, empowerment theory and social work practice with the oppressed. International Social Work, 35(2), 135-147. https://doi.org/10.1177/002087... (Original work published 1992)
- Rikard, R. V., Thompson, M. S., Head, R., McNeil, C., & White, C. (2012). Problem posing and cultural tailoring: developing an HIV/AIDS health literacy toolkit with the African American Community. Health Promotion Practice, 13(5), 626-636.
Auteur: Margaux Rigole (Howest) met medewerking van de werkgroep gedragsinzichten