Tooltip

Drempels en hefbomen van gezond gedrag

Een ander gedrag aannemen, dat is niet zomaar een knop die je omdraait. Om een bepaald gedrag te kunnen stellen of veranderen, zijn er volgens het Gedragswiel 3 voorwaarden:

  • Je moet het kunnen en weten en hebt dus bepaalde competenties nodig.
  • Je moet het willen en hebt dus bepaalde drijfveren nodig.
  • Het moet mogelijk − en haalbaar − zijn binnen de context waarin je leeft.

Wanneer aan die drie voorwaarden is voldaan, wordt de kans op het stellen van een bepaald gedrag – bijvoorbeeld stoppen met roken – een pak groter. De aanwezige competenties, drijfveren en context zijn dan hefbomen naar een gezonde leefstijl.

Maar wanneer bepaalde competenties, drijfveren en/of contextfactoren ontbreken of een negatieve invloed hebben op een gezond gedrag of een gedragsverandering, dan vormen zij de drempels voor een gezonde leefstijl.

Inzicht krijgen in deze drempels en hefbomen is de eerste stap naar gedragsverandering. Het Gedragswiel ondersteunt je daarin.

Gedrag en gezondheid

Een gezonde leefstijl kan tot wel 80% van hart- en vaatziekten en 40% van de kankers voorkomen (WHO, 2016). Dat is gigantisch. Inzetten op gedrag(sverandering) loont dus zeker: gezond gedrag behouden of versterken, en ongezond gedrag veranderen. Betekent dit dat álle verantwoordelijkheid bij het individu ligt? Dat het voldoende is om alleen te sensibiliseren rond een gezonde leefstijl? Helemaal niet. Ook de omgeving bepaalt in belangrijke mate onze gezondheid. En niet alleen de omgeving: bekijk zeker eens de overige gezondheidsdeterminanten in het model van Lalonde.

De omgeving bepaalt dus mee welke leefstijlkeuzes we maken. Daarom neemt ze een prominente plaats in het Gedragswiel in: als ‘context’. De omgeving kan ook onze gezondheid rechtstreeks beïnvloeden, bijvoorbeeld door het inademen van verontreinigde lucht, of het ervaren van hitte- of geluidsoverlast.

Kortom: een omgeving creëren die aanzet tot gezond gedrag en die de gezondheid niet schaadt maar beschermt, is essentieel om gezondheidswinst te maken.

Lees meer over hoe leefstijl en omgeving de gezondheid beïnvloeden.

Competenties

Competenties zijn de vaardigheden en kennis die je nodig hebt om een bepaald (gezond) gedrag te stellen of een (ongezond) gedrag te veranderen of af te leren. We maken het onderscheid tussen psychische en lichamelijke competenties.

Psychische competenties stellen je in staat om gezondheidsinformatie kritisch te bekijken, om je eigen gedrag te reguleren en met tegenslagen om te gaan. Maar ze zorgen er ook voor dat je weet wat gezond en ongezond is.

Deze competenties zijn sterk gelinkt aan wat we ‘gezondheidsvaardigheden’ noemen. Dat zijn de vaardigheden die mensen nodig hebben voor het vinden, begrijpen en toepassen van gezondheidsinformatie en bij het nemen van beslissingen over gezondheid die passen bij hun eigen situatie.

Meer weten over gezondheidsvaardigheden?

Naast psychische competenties, kunnen ook een aantal lichamelijke competenties van belang zijn. Zoals lichamelijke fitheid, je kunnen verplaatsen, of het kunnen bereiden van een gezonde maaltijd.

Een duidelijk overzicht van de verschillende soorten competenties? Bekijk dit overzicht van gedragsdeterminanten.

Drijfveren

Drijfveren zijn de motor achter je gedrag. Het zijn die factoren die je motiveren om concrete dingen te doen. Gaan lopen omdat je echt graag die 5 km wil halen, maar ook een sigaret opsteken omdat je je gespannen voelt.

Reflectief of automatisch

Drijfveren kunnen reflectief zijn. Dat betekent dat ze uit je rationele gedachten voortkomen. Reflectieve drijfveren zijn bijvoorbeeld bepaalde overtuigingen die je hebt over gezond gedrag. Zoals: “Roken is niet goed voor de gezondheid, daarom stop ik ermee.” Het zijn ook de doelen en intenties die je hebt, of je uitkomstverwachtingen ten aanzien van gedragsverandering. Maar drijfveren zijn niet altijd reflectief. Ze zijn vaker automatisch en impulsief. Denk aan emoties en gewoonten die je gedrag sturen, zonder dat je het zelf beseft.

Lieven Annemans

“Een gezonde levensstijl verhoogt de kansen op een lang en gelukkig leven. En toch hebben zo veel mensen het moeilijk om op een duurzame en aangename manier gezond te gaan leven. Gedrag verandert men niet zo maar en zeker niet op een dwingende of belerende manier. Gedrag verandert men wanneer de verandering in ieders voordeel is en men er zich goed bij voelt. De inspiratiegids voor het Gedragswiel is een uitstekende compagnon voor iedereen die anderen daarbij wil helpen.”

Lieven Annemans, Universiteit Gent

Reflectieve en automatische drijfveren hebben nogal de neiging om elkaar tegen te spreken. Mensen ervaren dan ook vaak een dilemma tussen rationele overwegingen zoals “Ik zal niet toegeven aan die sigaret, want ik weet dat die slecht voor me is en ik wil er graag mee stoppen” en (vaak sterkere) automatische impulsen. Zoals in dit geval: een onweerstaanbare drang naar diezelfde sigaret.

Autonoom of gecontroleerd

Naast reflectief of automatisch, kunnen drijfveren ook autonoom of gecontroleerd zijn. Autonoom wil zeggen dat je een gedrag stelt omdat je dat zelf prettig vindt, omdat het bij je past, of omdat je er het nut van inziet. Autonome drijfveren geven aanleiding tot een kwaliteitsvolle en duurzame motivatie.

Gecontroleerde drijfveren daarentegen geven al snel een gevoel van verplichting of MOETivatie. In dat geval doe je iets omdat je druk voelt van anderen of van jezelf. Lees meer over autonome en gecontroleerde motivatie.

Bekijk de verschillende soorten drijfveren in het overzicht van gedragsdeterminanten of lees het interviewartikel met prof. Maarten Vansteenkiste in de inspiratiegids van het Gedragswiel.

Context

Ook factoren die buiten onszelf liggen, beïnvloeden heel sterk ons gedrag. Zoals de mate waarin je directe leefomgeving je aanzet om te fietsen, de steun die je krijgt bij leefstijlwijzigingen, reclame voor ongezonde frisdranken en acties of regels van het beleid. Een context die gezond gedrag mogelijk maakt, en zelfs stimuleert, is dus essentieel bij het bevorderen van een gezonde leefstijl. Die context heeft fysieke, sociaal-culturele, economische én politieke aspecten.

Die 4 aspecten van de context kunnen iemands gedrag van dichtbij beïnvloeden, bijvoorbeeld via interactie met familie en vrienden (microniveau), vanuit de groepen of organisaties waarin iemand leeft, zoals school, werk en verenigingen (mesoniveau) of vanuit de ruimere maatschappij (macroniveau).

Astrid profiel

“We vinden het een krachtig signaal dat in het huidige model de context boven de individuele aspecten geplaatst wordt, zo legt het nog meer de nadruk dat gezondheid een gedeelde verantwoordelijkheid is van iedereen.”

Astrid Luypaert, CM

Daarnaast heeft niet alleen de reële context (objectief), maar vooral de manier waarop iemand die context ervaart (subjectief) een invloed op gedrag. Zo kan iemand onterecht denken dat de meeste mensen nog roken. Of lijken ongezonde voedingswaren net gezond door een misleidende, in het oog springende verpakking …

Bekijk de verschillende soorten contextfactoren in het overzicht van gedragsdeterminanten of lees het interview met Veerle Vyncke, werkzaam bij de Vereniging van Wijkgezondheidscentra, in de inspiratiegids van het Gedragswiel. Zij benadrukt het belang van de context met het verhaal van Achmed en zijn gezin. Dat verhaal legt op een schrijnende manier bloot dat gezondheid voor de ene persoon veel toegankelijker is dan voor de andere. Want hoewel gezondheid een basisrecht is voor ons allemaal, is de weg ernaartoe voor velen veel hobbeliger en met meer drempels bezaaid dan voor anderen.

Meer weten over het Gedragswiel