De catch-22 van hulp zoeken
Bij alle ophef over de recente video van Acid ging een belangrijke boodschap verloren, vindt Gezond Leven-expert mentaal welbevinden Daan Gielen: niet bij alle mentale problemen hoef je in therapie te gaan. Soms helpt ook een goed gesprek met je grootmoeder.
Ik behoor niet tot de doelgroep van Acid. Als mid-dertiger ken ik hem vooral van de ophef, niet van de content. Maar wanneer zelfs psychologen en jeugdzorgexperts hun licht laten schijnen over één van zijn video's (vrt nws), wil ik niet achterblijven. Dus keek ik mee.
En het was een plezier. De man is authentiek, verrassend verstaanbaar ondanks veelbesproken tongval, een dosis vloekwoorden en Engelse buzzwords, en hij brengt tussendoor twee kraakheldere boodschappen: praat met mensen wanneer het niet goed gaat, en ga eens bij je grootouders op bezoek. Simpel, en toch essentieel. Doe er nog raad over zonnecrème bij en je hebt een Baz Luhrmann-songtekst.
Maar het was niet de boodschap over oma's die het nieuws haalde. Het was dat Acid, worstelend met een moeilijk jaar, zijn hart luchtte bij ChatGPT in plaats van bij een psycholoog. En dat riep meteen de reflex op die we ondertussen wel kennen: experts te been om te herhalen dat een chatbot geen therapeut is. Terecht, en de meeste van hen zijn er gelukkig behoorlijk genuanceerd over en men doet zijn best om niet meteen in een krampachtige AI-paniek te schieten. Toch sluipt er in dat hele discours een aanname binnen die mij deed fronsen: als het mentaal niet goed gaat, moet je bij een professional zijn.
Dit narratief zit niet enkel in het VRT NWS artikel rond Acid, maar in nagenoeg iedere berichtgeving over ons mentaal welzijn.
De catch-22 van de veerkracht
Jongeren moeten weerbaar zijn, zo klinkt steeds sterker. Als dat even niet lukt, moeten ze hulp zoeken. Klinkt mooi zolang je er niet te lang bij stilstaat. Want veerkracht is geen eigenschap die je hebt, zoals blauwe ogen of aanleg voor wiskunde. Veerkracht kan alleen bestaan bij gratie van het moeilijke moment zelf. Je kan niet veerkrachtig zíjn zonder eerst uit balans te zijn. Het is de veer die doorbuigt en terugveert, niet de veer die nooit belast wordt.
En dus: als we elk moment van uit-balans-zijn meteen bestempelen als een probleem dat een oplossing (lees: een professional) vereist, halen we mensen weg uit precies de oefening waarvan we zeggen dat we ze willen laten doen. We knippen de plank door waarop ze moeten leren balanceren, en reiken meteen een vangnet aan. Begrijpelijk, maar niet per se behulpzaam. Wie nooit mag doorbuigen, leert ook nooit terugveren. Of op zijn De Wachter, Dirks: we moeten terug leren om het ongeluk te doorploegen.
Hulp: te koop, wachtlijst inbegrepen
Er zit nog iets dieper verscholen achter die reflex, en het is minder aardig dan de eerste. Wij bekijken geestelijke gezondheid nog altijd vooral als iets dat opduikt wanneer er een probleem is. En waar een probleem is, moet een oplossing zijn. In onze neoliberale samenleving betekent dat: een oplossing die je haalt, bij een aanbieder, na een wachtlijst, tegen betaling of via de juiste verzekering. Zelfs het VRT-artikel typeert het zonder het te beseffen: chatbots kunnen hooguit "de wachtkamer verlichten." Alsof zelfs het alternatief voor professionele hulp nog altijd wordt uitgedrukt in termen van wáchten op het échte werk.
En zo verdwijnt stilletjes een hele categorie ondersteuning uit het verhaal: het gesprek aan de keukentafel. De wandeling met een vriend. De oma die luistert zonder diagnose te stellen. Het overleg met je partner over hoe de taakverdeling in huis evenwichtiger kan. Vrienden meetrekken in hobby’s. Dat is geen goedkope light-versie van therapie. Het is gewoon een ander register, en het is er altijd geweest, lang voor er ooit een psycholoog bestond. Jammer genoeg lijken we te zijn vergeten dat dit register een fundamenteel onderdeel is van onze geestelijke gezondheid. Deze één op één gelijkstellen met oftewel ok zijn oftewel dat niet zijn en dus hulp nodig hebben, doet onze geestelijke gezondheid geen eer aan. Geestelijke gezondheid is namelijk méér dan het al dan niet hebben van een probleem. Het is een complex gegeven dat we moeten koesteren, op dagdagelijkse basis. Het is de kern van ons zijn en ons functioneren. En ja, dat kent ups en downs. Wanneer we iedere down problematiseren, zitten we wel degelijk met een probleem.
Terug naar oma
Dit betekent niet dat je bij pakweg een burn-out beter een gesprek met je oma voert dan met een psycholoog. Sommige dingen vragen wél degelijk om professionele hulp, en die hulp is broodnodig en te schaars. Maar tussen "even niet goed voelen" en "professionele interventie nodig" ligt een enorm gebied dat we blijkbaar zijn vergeten benoemen. Noem het gerust het gebied van het gewone leven: het gebied van de vriend, de wandeling, en ja, ook van de oma met haar worteltjes (bekijk de video van Acid als je deze pun wilt snappen).
Acid ging niet in therapie. Hij ging praten. Weliswaar met een chatbot, maar het punt dat hij, misschien onbewust, wél goed maakte, is dat in dialoog gaan al helpend kan zijn. Je hoeft er geen dossier voor te openen.
De beknopte AI samenvatting? Kom buiten. Bel je oma. En problematiseer je down-dagen niet meteen tot ziektebeeld — soms is het gewoon: het leven.