Fastfood verovert de stad: wie bewaakt onze voedselomgeving?
McDonald's, Ellis Burger, Burger King: in zowat elke grote stad struikel je over de fastfoodzaken. En die ‘McDonaldisering’ is geen goede zaak voor onze gezondheid. “Zo creëer je voedselmoerassen: buurten waar een overaanbod aan ongezonde voeding is”, zegt Sofie Van Keymeulen van Gezond Leven. “En die zorgen ervoor dat het risico op obesitas en andere chronische aandoeningen stijgt. Ook lokale besturen moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen, want zij kunnen een gezonde leefomgeving mee vorm geven.”
“I’m lovin’ it”, luidt de slogan van McDonald’s. Maar hoe groot is die liefde nog als je op elke hoek van de straat een hamburgertent, frituur of andere ongezonde take away-zaak vindt? Want dat wordt stilaan de realiteit in onze Vlaamse steden. Zo komt er volgend jaar een nieuwe vestiging van McDonald’s op een boogscheut van de McDonald’s op de Korenmarkt, met Burger King, Ellis Burger en Quick op wandelafstand. Die geplande opening doet het debat over de groei van fastfoodketens in onze steden opnieuw oplaaien: wanneer wordt het aanbod van dergelijke zaken te groot voor een buurt of een stad?
Gericht op winst, niet op gezondheid
Volgens Sofie Bracke, Gents Schepen van Economie en Handel zal de markt dit zelf wel bepalen. “Als er echt een overaanbod is, zullen de fastfoodketens niet rendabel zijn en weer verdwijnen”, zegt ze in De Morgen van 11 maart. “Maar dat is een te simplistische en nogal eenzijdige redenering”, vindt Sofie Van Keymeulen, experte voedselongelijkheid. “Het probleem is dat de vrije markt vooral gericht is op winst voor bedrijven en niet op de gezondheid van inwoners. Als de locatie enkel wordt bepaald door commerciële logica (veel passage, zichtbaarheid en snelle consumptie) ontstaat wat Bracke “een logische clustering” van fastfoodzaken noemt. Vanuit gezondheidsperspectief spreken we dan over voedselmoerassen: buurten waar een overaanbod van ongezonde voeding ontstaat en waar fastfood- en take away-zaken het voedselaanbod domineren.”
“De gezondheidskosten belanden niet bij de fastfoodketens, maar bij de gezondheidszorg en dus bij de hele samenleving”
Sofie Van Keymeulen, experte voedselongelijkheid
En die voedselmoerassen zijn zeer schadelijk voor onze gezondheid. “Als ongezonde voeding altijd en overal beschikbaar en zichtbaar is, stijgt het risico op overgewicht, obesitas en andere chronische aandoeningen”, aldus Sofie. “De gezondheidskosten die dit oplevert, komen hoogstwaarschijnlijk niet op de rekening van de fastfoodketens terecht, maar belanden bij de gezondheidszorg en dus bij de hele samenleving.”
Moeten steden machteloos toekijken?
Maar hoe zeg je als lokaal bestuur ‘nee’ tegen nog een gele M op de gevel? Moeten steden machteloos toekijken hoe hun voedselomgeving steeds ongezonder wordt? Steden en gemeenten hebben vandaag weinig directe juridische instrumenten om specifieke fastfoodketens te weren op basis van economische criteria. Een McDonald’s weigeren simpelweg omdat er al twee andere in het stadscentrum zijn, kan bijvoorbeeld niet. Dat zou in strijd zijn met de vrijheid van vestiging en de Europese dienstenrichtlijn.
“Via ruimtelijke planning kunnen lokale besturen inspelen op de inrichting van de publieke ruimte”
Sofie Van Keymeulen, experte voedselongelijkheid
Die beperkte juridische instrumenten ontslaan lokale besturen echter niet van hun verantwoordelijkheid om keuzes te maken in functie van het algemeen belang en het welzijn van hun inwoners. Oók wanneer die botsen met de economische belangen van commerciële spelers. Van Keymeulen: “Lokale besturen kunnen wel degelijk een gezonde leefomgeving mee vorm geven. Via ruimtelijke planning kunnen ze bijvoorbeeld inspelen op de inrichting van de publieke ruimte. Instrumenten zoals functiemix of ruimtelijke zonering kunnen helpen om te vermijden dat één type aanbod, zoals horeca, het straatbeeld gaat domineren.”
Niet in de buurt van scholen
Internationaal bestaan er al voorbeelden van lokale besturen die het voedselaanbod explicieter proberen te sturen vanuit gezondheidsoverwegingen, met maatregelen gericht tegen fastfood- en take away-zaken. Zo mogen dergelijke zaken zich in bepaalde steden in Engeland niet meer vestigen binnen een straal van ongeveer vierhonderd meter rond scholen. Deze zogenaamde takeaway exclusion zones werden nog voor de Brexit via ruimtelijke planning ingevoerd om de gezondheid van kinderen te beschermen, zonder in strijd te zijn met de Europese dienstenrichtlijn. “Dat toont dat lokale overheden wel degelijk manieren kunnen vinden om hun voedselomgeving te sturen op basis van andere publieke belangen dan louter economische criteria”, aldus Sofie.
Gezocht: transparant en consequent beleid
Toegegeven: België is Engeland niet. Omdat in de Belgische regelgeving soep- en lunchbars, frituren, fastfoodzaken, brasserieën en alle andere horecazaken onder dezelfde categorie vallen, is het hier moeilijker om specifiek fastfood te reguleren. Daardoor kan je dus niet wél een lunchbar toelaten, maar geen McDonald’s. “Maar dit betekent niet dat het onmogelijk is, wél dat het nog maar weinig geprobeerd is”, stelt Sofie. “Wie een bepaald type voedingsaanbod wil beperken, zal in elk geval moeten aantonen dat dat gebeurt vanuit andere publieke belangen dan louter economische motieven, zoals gezondheid, leefbaarheid of ruimtelijke ordening. Dat vraagt om een transparant, zichtbaar en consequent beleid. Wie ongezonde voeding wil terugdringen, heeft dus op z’n minst een duidelijk gezondheids- of voedingsbeleid nodig waarin de visie van de stad op gezonde en toegankelijke voeding en de plaats daarvan in de voedselomgeving en het straatbeeld helder wordt beschreven.”
“Als steden geen duidelijke visie hebben op hun voedselomgeving, wordt die uiteindelijk ingevuld door commerciële logica”
Sofie Van Keymeulen, experte voedselongelijkheid
Idealiter vertaalt een stad die visie ook in concrete maatregelen die de voedselomgeving gezonder, duurzamer en toegankelijker maken. Van Keymeulen: “Denk bijvoorbeeld aan het ondersteunen van sociale voedselvoorzieningen, gezonde schoolmaaltijden, lokale voedselproducenten of het betrekken van burgers via een voedselraad. Op die manier wordt gezondheid een aandachtspunt in verschillende stedelijke keuzes, van armoedebeleid en onderwijs tot mobiliteit en ruimtelijke planning. Want als steden geen duidelijke visie hebben op hun voedselomgeving, wordt die uiteindelijk ingevuld door commerciële logica.”
Meer weten?
Hoe kunnen lokale besturen een gezonde voedsel- en beweegomgeving creëren? Je leest er alles over in onze beleidsaanbevelingen.
KU Leuven en Sciensano onderzoeken in opdracht van de Vlaamse overheid de juridische mogelijkheden om de voedselomgeving te verbeteren en ontwikkelen een instrumentarium voor lokale besturen, lees hier meer.