Het mag nog regenen of fel waaien buiten … Dat houdt kinderen niet tegen om naar buiten te trekken. Goede zaak, want buitenspelen is gezond en brengt kinderen in beweging. Hier vind je tips voor een leuke, veilige en aangename buitenspeelruimte in je opvang.

Kinderen spelen graag buiten. En dat is goed, want buitenspelen is supergezond. Niet alleen voor de frisse lucht, maar ook omdat kinderen er heel vrij kunnen bewegen. Kinderen die buitenspelen:

  • gaan intenser bewegen;
  • leven zich volop uit;
  • oefenen hun motorische vaardigheden en 
  • leren ruimte, diepte, afstand, snelheid, hoogtes en risico’s beter inschatten. 

Elke reden is goed voor een kind om naar buiten te trekken. Ook als het weer niet meezit. Want: voor kinderen bestaat slecht weer niet. Naar buiten gaan als het regent en stampen in plassen vinden ze net superleuk! 

Tip: Zorg zelf voor geschikte kledij voor buiten (laarsjes, regenjasjes …). Koop dit bijvoorbeeld als cadeau voor Sinterklaas aan. Vaak willen ouders ook graag een afscheidscadeau geven als hun kind de opvang verlaat. Stel misschien een ‘verlangmap’ op waarin je spullen die je in de opvang wilt, noteert. Dat geeft de ouders ideetjes. 

Buitenlucht is altijd goed 

Kinderen die veel buitenspelen, doen tal van ontdekkingen. Hun speelterrein verandert constant, door het wisselende weer, door de veranderende seizoenen. Ze zien, ruiken en voelen dus altijd wel iets nieuws. Een andere omgeving geeft ook een ander speelgedrag. Zo moet het kind op ontdekking gaan, creatief zijn, zijn fantasie gebruiken. Dat zijn belangrijke bouwstenen voor probleemoplossend denken.

Kinderen moeten ook niet altijd spelen buiten. Er zijn heel wat activiteiten waarbij kinderen bewegen en een frisse neus halen. Zoals wandelen naar het park, de speeltuin, boerderij, winkel of fruit kopen op de markt. De weg naar de markt is voor kinderen al spannend en leuk. En op de markt is ook zoveel te zien. Een ding is zeker: de kinderen zullen die dag veel fruit eten en goed slapen!

Opgelet: Kinderen gaan hierbij op de openbare weg. Maak dus duidelijke afspraken:

  • zorg voor voldoende begeleiding;
  • laat hen handjes geven;
  • zorg dat ze fluovestjes dragen …

Controleer vooraf of de verzekering betreffende activiteiten buitenshuis in orde is en informeer de ouders. 

Buitenspelen in je opvang

Heeft je opvang buiten een ruime plek waar kinderen kunnen spelen?  Daar zullen de kinderen blij mee zijn! Maak als het kan van de binnen- en buitenruimte één geheel door de deuren open te zetten. 

Heeft jouw opvang geen ruime buitenspeelruimte? Probeer dan afspraken te maken met organisaties in de buurt waar je naartoe kan om te bewegen, zoals de kleuterschool, het speelplein, park  …

Laat aan de ouders weten dat jullie veel aandacht schenken aan buitenspelen door onze post-its te gebruiken in het heen-en-weerboekje! Zo laat je de ouders zien dat jullie inzetten op gezonde voeding, beweging en minder lang stilzitten. Heb je geen heen-en-weerboekje waar je ze in kan plakken? Dan kan je ze ook digitaal raadplegen. Zo kan je het in een groepsgesprek met de ouders gebruiken of hen via social media bereiken.

Tip: werk met speelzones buiten

Buiten kan je perfect met speelzones werken, zoals in de binnenruimte. Als je een overzichtelijke, duidelijk opgedeelde ruimte hebt, zien kinderen meteen wat zich waar afspeelt. Verschillende speelzones met beton, gras, zand, hellingen … nodigen uit tot andere spelervaringen. Laat de kinderen vrij wisselen van activiteit of zone, zo doen ze verschillende ervaringen op. 

Peuters vinden volgende speelzones leuk:

  • zone met zachte ondergrond (bv. gras) om te klauteren, springen, kruipen en draaien
  • zone met harde ondergrond om te fietsen, met pop en buggy te wandelen …
  • zone waarop je markeringen kan aanbrengen om bijvoorbeeld een parcours uit te tekenen om te fietsen, hinkelen …
  • zone met zand (zandbak)
  • loopparcours
  • glijbaan of ander speeltoestel
  • buitenkeuken
  • moestuin
  • zone met voldoende schaduw (belangrijk bij warm weer)

Iedereen houdt van frisse lucht, ook de allerkleinsten onder ons. Met een eenvoudige afscherming kan je ook buiten een veilig stukje maken voor baby’s. Baby’s kijken graag naar het licht dat in de blaadjes van de bomen speelt, naar de vogeltjes, naar de wolken, naar wapperende wimpels en linten … Kruipers ontdekken graag gras, zand, water, planten en bloemen …

  • Voorzie buiten een rustig, schaduwrijk plekje voor de baby’s. Daar kunnen ze op eigen tempo ontdekken en beleven. Zeker als ze op hetzelfde moment buiten zijn als kinderen van andere leeftijden. Ze moeten zich veilig voelen. 
  • Let erop dat de baby’s kleine takjes, bladeren en vruchtjes niet in hun mond kunnen stoppen. 
  • Zorg eventueel voor een afgebakende kruipzone die vrij is van klein materiaal. 
  • Gebruik zachte matten, dekens en kussens op het grasveld.
  • Neem het materiaal om luiers te verversen mee naar buiten zodat je niet altijd naar binnen moet en de kinderen onbewaakt moet achterlaten. 

Ontdek hier de voordelen van speelzones.

Tip: Hou de speelzones buiten groen 

Hoe je buitenruimte is ingericht, bepaalt hoe kinderen er zullen spelen. Hoe groener de ruimte, hoe meer kinderen er zullen bewegen. Ga dus voor een ‘groene’ aanpak met echte natuurelementen. Denk aan: 

  • aarde
  • water
  • struiken
  • bomen
  • stronken
  • zand
  • heuveltjes 
  • ... 

Een goede speelruimte is méér dan de geïnstalleerde speeltoestellen. Jammer genoeg zijn saaie, verharde speelruimten buiten nog altijd te vinden. Maar met weinig middelen tover je deze ruimtes om in uitdagende, natuurrijke, avontuurlijke speelplekken met groen en zinnenprikkelende natuur.

Is de buitenruimte van je opvang aan de kleine kant? Geen probleem. Ook kleine ruimtes kan je groen en natuurrijk inrichten. Zelfs één struikje of minizandbak maakt een harde, grijze tegelruimte al aantrekkelijker. Ook de muur of gevel kan je beplanten met bloemen, planten of kruiden.

Leuke, inspirerende voorbeelden:

  • een blotevoetenpad
    Dit is een pad van verschillende ondergronden (bladeren, schors, modder, zand, water, gras, stenen ...) waarop kinderen blootvoets kunnen wandelen/kruipen. Kinderen vinden zo’n pad leuk en leerrijk. En het brengt hen in beweging! Zo’n pad vraagt trouwens niet veel plaats. 
  • boomstammen, scheve of omgevallen bomen
    Een boom is een halve speeltuin! Meer info en ideetjes over speelbomen vind je bij Kind & Samenleving.
  • speelbosjes
  • heuvels
  • hagen en heggen
  • insectenhotel
  • bloembedden
  • zand(bak)
  • grasveld
  • moestuin
  • dieren
  • beschutte plekjes (zoals een wilgenhut)

Je kan dit natuurlijk niet allemaal doen in je opvang. En dat is ook niet nodig. Ga na welke elementen voor jouw opvang belangrijk zijn en kies daarvoor.

Laat aan de ouders weten dat jullie aandacht hebben voor buitenspelen en avontuurlijk spelen door onze post-it te gebruiken in het heen-en-weerboekje! Zo laat je de ouders zien dat jullie inzetten op gezonde voeding, beweging en minder lang stilzitten. Heb je geen heen-en-weerboekje waar je ze in kan plakken? Dan kan je ze ook digitaal raadplegen. Zo kan je het in een groepsgesprek met de ouders gebruiken of hen via social media bereiken.

  • Bestel hier de post-its
  • Download hier de post-its

Tip: Laat kinderen zelf de buitenruimte onderhouden. Dat is leuk en leerrijk voor hen!

Meer info en ondersteuning:

  • Vitamine G(roen)’ staat vol info en tips voor de vergroening van de buitenruimte van je opvang. De moeite!
  • De website van Kleefkruid gaat dieper in op natuurbeleving en speelgroen in de kinderopvang met aandacht voor kinderparticipatie. Je vindt er ook interessante vormingen en inspiratie.
  • De werkfiches ‘Spelen in eigen tuin’ van Departement Leefmilieu, Natuur en Energie zijn gericht naar de thuiscontext, maar veel van deze fiches kan je ook toepassen in de opvang.

Tip: Zo hou je de buitenruimte veilig

Spelende kinderen lopen snel een blauwe plek of schrammetje op, zelfs op plaatsen die superveilig zijn ingericht. Extreem werken rond veiligheid is niet zinvol. Dat leidt  tot een kunstmatige, onrealistische speelruimte van mousse en rubber. Je kan niet élk gevaar uitsluiten. Je moet gewoon streven naar ‘aanvaardbare risico’s’ waarbij je de ruimte inricht in een afgelijnde, gecontroleerde vorm. De kans op blijvende letsels, de gevaren zonder speelwaarde ... zijn hier te mijden.

Wettelijke verplichtingen 

In het voorjaar van 2001 verscheen er een koninklijk besluit voor iedereen die een speelterrein uitbaat. Ook als opvang val je onder het toepassingsgebied van dit KB en dat heeft gevolgen voor je speelterrein. 

Kind en Gezin heeft een brochure ontwikkeld om je te informeren over deze gevolgen, op een duidelijke manier: ‘Speel op zeker: handleiding voor een veilig speelterrein in de kinderopvang’. De brochure gaat uit van de situatie van de kinderopvang en legt uit hoe je je in orde kan brengen met het KB. Kind en Gezin legt met deze brochure geen extra regels op, maar maakt de inhoud van het KB duidelijk. 

Er staat stap voor stap in wat je moet doen om je speelterrein veilig te maken:

  • Stap 1: Risico’s bepalen en analyseren – zie ook actielijsten
  • Stap 2: Risico’s vermijden of verminderen (preventiemaatregelen)
  • Stap 3: Inspectie- en onderhoudsschema maken

Alvast enkele tips:

  • Zorg voor genoeg ruimte rond de speeltoestellen.
  • Vermijd obstakels of andere speeltoestellen in de directe omgeving van een speeltoestel.
  • Zorg voor een geschikte ondergrond.
  • Plant geen giftige of stekelige planten, bloemen en bessen. Kijk hier voor een lijst van giftige planten. Opgelet: heel wat bolgewassen (tulp, narcis, sneeuwklokje) en ook buxus, klimop, maagdenpalm zijn giftig maar komen toch vaak voor op speelterreinen!
    Hier vind je interessante info over eerste hulp bij vergiftiging, of telefonische ondersteuning door Het Antigifcentrum (24/24) op 070 245 245.

Extra info over veilige speelterreinen:

Laat je speeltoestellen regelmatig nakijken  

Een speelterrein vraagt om het nodige nazicht en onderhoud. Daarom moet je een inspectie- en onderhoudsschema bijhouden. Als er eventuele problemen zouden opduiken, kan de opvang met dit schema bewijzen dat het speelterrein goed werd beheerd.

  • De buitenruimte en toestellen moeten minstens wekelijks geïnspecteerd worden. Let vooral op losse of stroeve onderdelen, putten onder toestellen, ongelijkmatige ondergrond, slijtage en het ontbreken van onderdelen.
  • Tijdens een maandelijks of driemaandelijks onderhoud moet je meer in detail inspecteren. De stabiliteit van de speeltoestellen, de werking en de verbindingen zijn belangrijk.
  • Hou ook een jaarlijkse inspectie om het speelterrein volledig en grondig te bekijken. Hou rekening met rottend hout, funderingen, verfbeurten, vervangen van afgesleten onderdelen, verplaatsen van speeltoestellen …

Benieuwd wat je binnen in je opvang kan doen zodat de kinderen er maximaal kunnen bewegen? Lees onze tips