"Omgaan met voedselverleidingen: een co-creatief traject voor en door maatschappelijk kwetsbare jongeren. "
Hoe ontwerp je gezondheidsbevorderende initiatieven die evidence-based zijn én passen in de leefwereld van jongeren, en dan vooral bij jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties? ‘In the driver’s (s)eat’ (UCLL) zet co-creatie, gedragsinzichten en praktische ontwerptools centraal. "Start met determinanten, ontwerp mét de doelgroep en gebruik de theorie als kompas”, tipt onderzoeker Laura.
"In the driver’s (s)eat is een preventieproject, gefinancierd door Kom op tegen Kanker”, zegt Laura Verbeyst, onderzoeker bij UCLL (Health Innovation) en docent Voedings- en dieetkunde “We focussen op de preventie van overgewicht en obesitas en willen het gezondheidsrisico op lange termijn verlagen door vroeg in te grijpen op voedingsgedrag.”
Waarom richten jullie zich specifiek op jongeren?
“We kozen voor deze doelgroep omdat gewoontes uit de adolescentie vaak standhouden op latere leeftijd. Tegelijk worden jongeren sterk blootgesteld aan voedselverleidingen. Daarom willen we hen niet ‘alles leren weerstaan’, maar helpen om bewuster te kiezen en minder automatisch op verleidingen in te gaan.”
Wat bedoelen jullie met ‘voedselverleidingen’?
“Dat zijn prikkels die je, vaak onbewust, richting eten of drinken sturen, en dan meestal naar suikerrijke, vetrijke of zoute opties. Zoals bijvoorbeeld de geur van wafels in de winkelstraat, snacks die in het zicht liggen of de voortdurende stroom van reclame.” Daardoor eet je sneller iets onbedoeld: niet uit honger, maar door die prikkels. “Bij jongeren speelt sociale media sterk mee (TikTok/Instagram). En sociale invloed is cruciaal: soms is de ‘verleiding’ vooral dat iedereen in de groep voor fastfood kiest, en je u dan buitengesloten kan voelen als je niet mee eet.”
“We willen jongeren niet ‘alles leren weerstaan’, maar helpen om bewuster te kiezen”
Laura Verbeyst
Waarom focussen jullie expliciet op maatschappelijk kwetsbare jongeren?
“Zij hebben vaak minder kansen op een gezonde levensstijl, wonen soms in buurten waar voedselverleidingen nog prominenter aanwezig zijn en hebben vaker andere zorgen die gezond eten naar de achtergrond duwen. Voor hen is voeding soms eerst een kwestie van beschikbaarheid en betaalbaarheid, en pas dan van gezondheid.”
“Daarnaast vallen ze bij klassieke gezondheidsbevorderende initiatieven vaker uit de boot: ze worden niet altijd bereikt of de aanpak sluit onvoldoende aan bij hun specifieke noden en drempels. Daarom willen we interventies ontwikkelen die ook voor hen relevant en werkbaar zijn. Dat lukt alleen als je hen vanaf het begin echt betrekt.”
Wat betekent die co-creatie in jullie project?
“Co-creatie is bij ons geen ‘één workshop om input te verzamelen’, maar een aanpak die doorheen het hele traject loopt: van probleemanalyse tot ontwikkeling, implementatie en evaluatie. We willen interventies niet voor jongeren ontwerpen, maar met jongeren. En waar mogelijk ook door jongeren, met onze ondersteuning.”
“Door jongeren en jeugdwerkers samen te betrekken, vermijden we dat er ideeën ontstaan die in theorie prachtig zijn, maar in de praktijk niet uitvoerbaar”
Laura Verbeyst
Hoe pakken jullie dat concreet aan?
"We werken samen met verschillende Vlaamse jongerenorganisaties (Jong Gent, Overkop Leuven, Recht-op-Antwerpen, Erat Leuven), in een vrijetijdsetting waar jongeren vrijwillig langskomen. Veel deelnemers zijn tussen 14 en 18 jaar. Die setting is laagdrempelig en minder schools, wat de kans vergroot dat jongeren zich veilig voelen om mee te denken.”
“We betrekken bovendien ook de jeugdwerkers van de organisaties vanaf het begin. Zij zijn een vertrouwenspersoon voor de jongeren, weten wat haalbaar is in de werking en spelen later een sleutelrol in de implementatie. Hierdoor vermijden we dat er ideeën ontstaan die in theorie prachtig zijn, maar in de praktijk niet uitvoerbaar.”
Hoe verlopen de co-creatiesessies?
“Als de jeugdwerkers van de organisatie interesse tonen, gaan we langs om de jongeren op een informele, laagdrempelige manier te ontmoeten. Door spelletjes te spelen of samen te koken, bijvoorbeeld. Die vertrouwensband is belangrijk: we willen niet meteen ‘in’ de workshops duiken, maar eerst de jongeren leren kennen. Daarna doen we ongeveer vier co-creatie-workshops waarin we een stappenplan doorlopen om tot een interventieconcept te komen. Daarbij spelen we in op verschillende determinanten.”
Hoe brengen jullie die in kaart?
“We combineren meerdere bronnen. Voor de start deden we een literatuurstudie over determinanten van voedingsgedrag, met extra aandacht voor determinanten die vaker spelen bij maatschappelijk kwetsbare jongeren. Daarnaast gebruikten we photovoice: maatschappelijk kwetsbare jongeren namen foto’s van situaties waarin ze verleid worden of sneller ongezond dan gezond kiezen. Die beelden bespraken we samen, waardoor onderliggende redenen zichtbaar werden. Op basis daarvan maakten we visuele kaartjes met determinanten in herkenbare taal. We gebruiken het Gedragswiel als kapstok: competenties, context en drijfveren. In de eerste workshop leggen we de kaartjes op tafel en kiezen jongeren wat het meest herkenbaar is. Dat vormt het startpunt voor het gesprek.
Welke drempels gaven de jongeren aan?
“Jongeren ervaren echt die voedselverleidingen: “Ik kom zo vaak in verleiding! Geuren! Of als ik op de fiets ergens voorbij rij.” Die verleidingen zijn niet makkelijk te weerstaan door alledaagse stress waar de jongeren mee kampen: “Soms heb ik zin om gezond te leven, maar omdat mijn brein met zoveel bezig is, is het moeilijk.”
“Ook de haalbaarheid en betaalbaarheid van gezonde voeding speelt een grote rol. “Gewoon al kunnen eten is mijn prioriteit. Als ik moet kiezen tussen geld uitgeven aan een afspraak bij de psycholoog of aan gezond eten, dan kies ik de psycholoog en eet ik ongezond,” zei een van de jongeren.”
Sociale invloed kwam ook vaak terug. Jongeren benoemen dat zelf: “Ik eet fastfood omdat mijn vrienden fastfood eten.” Dat maakt duidelijk dat ‘meer kennis’ zelden volstaat: je moet het sociale systeem mee aanpakken.”
Hoe gaan jullie verder aan de slag met die inzichten?
"We nodigen jongeren uit om concepten te bedenken die hen kunnen helpen om met voedselverleidingen om te gaan. Denk bijvoorbeeld aan kookworkshop met gezondere versies van favoriete gerechten, een challenge waarbij jongeren elkaar ondersteunen om samen gezondere keuzes te maken, een spaarkaart om meer fruit te eten of een tuinfeest rond gezonde voeding, bewust niet schools om ook andere jongeren te bereiken. Die concepten worden dan door ons verder uitgewerkt tot een concrete interventie. Meestal zien de jongeren het niet zitten om dit volledig zelf in handen te nemen. We koppelen wel continu terug aan de jongeren en jeugdwerkers, zodat de interventie volledig op hen is afgestemd.”
“Theorie mag helpen om scherp te stellen, maar mag de creativiteit en haalbaarheid niet platdrukken”
Laura Verbeyst
Hoe zorg je dat co-creatie niet alle kanten uitgaat, maar wél op de juiste determinanten ingrijpt?
“We vertrekken consequent vanuit de gekozen determinant. Kiest een groep bijvoorbeeld “Ik eet fastfood omdat mijn vrienden dat ook doen”, dan formuleren we een gerichte ontwerpvraag: “Wat zou kunnen helpen zodat je niet automatisch met je vrienden fastfood gaat eten?” Zo kwamen jongeren bijvoorbeeld uit bij samen gezond koken: geen ‘kookles’, maar een alternatief dat inspeelt op dezelfde sociale behoefte (samen zijn en samen eten), met een gezondere invulling.”
“Om ideeën te versterken met gedragswetenschap gebruikt het team de filtertool gedragsveranderingstechnieken van Gezond Leven. We bekijken welke technieken passen bij de gekozen determinant. Zo kunnen we inschatten of de ideeën kans maken om gedrag te beïnvloeden en of er nog technieken ontbreken. Bijvoorbeeld: welk extra element zou dit kookworkshoppakket nog sterker en tegelijk ‘tof’ kunnen maken? De techniek ‘Verbale aanmoediging’ is bijvoorbeeld een zinvolle aanvulling in de kookworkshops, omdat het sociale steun en zelfvertrouwen creëert. Het is een balans zoeken: enerzijds co-creatie, anderzijds zorgen dat het ook een theoretische onderbouwing heeft. Theorie mag helpen om scherp te stellen, maar mag de creativiteit en haalbaarheid niet platdrukken.”
“Ideeën hoeven niet spectaculair te zijn. Alleen al samen nadenken, praten en experimenteren rond gezonde keuzes kan al beweging creëren”
Laura Verbeyst
Wat zijn typische uitdagingen wanneer je in een vrijetijdsetting met jongeren co-creëert?
“De grootste uitdaging is flexibiliteit. Je vertrekt vaak met een strak plan (werkvorm A, B, C), maar in de praktijk moet je kunnen loslaten en meebewegen met de context van de jongerenorganisatie.”
“In een vrijetijdsetting komen jongeren vrijwillig. Dat is een sterkte — het is niet schools en niets ‘moet’ — maar het betekent ook dat je niet elke sessie dezelfde groep hebt. Soms zijn er minder jongeren aanwezig of krijgt iets anders plots voorrang. Denk aan de Ramadan, waardoor het minder gepast kan zijn om overdag intensief rond eten te werken. Of aan een moment waarop een groepje meisjes net ging shoppen tijdens de workshop. Ook op organisatieniveau kunnen er onverwachte veranderingen zijn, zoals personeelswissels of veranderende prioriteiten.”
“Wat jeugdwerkers ons ook meegeven: het proces is op zichzelf al waardevol. Interventie-ideeën hoeven niet altijd spectaculair te zijn. Alleen al samen nadenken, praten en experimenteren rond gezonde keuzes kan al beweging creëren.”
Gezondheidsinitiatieven co-creatief met jongeren ontwerpen? Dit zijn de tips van ‘In the driver’s (s)eat’.
- Vertrouwen via leuke bezigheden: start laagdrempelig via spelletjes of samen koken. Zo bouw je een band op vóór je de co-creatiesessies induikt. Ook daarna vertellen jongeren gemakkelijker als ze bezig zijn met iets (bv. moodboard knippen en plakken in tijdschrift).
- Determinanten: combineer literatuur met photovoice en maak gedragsdeterminanten bespreekbaar met visuele kaartjes (het Gedragswiel kan de kapstok vormen).
- Technieken: gebruik de filtertool met gedragsveranderingstechnieken om te checken of een idee matcht met de gekozen determinant en om ontbrekende bouwstenen toe te voegen, zonder de co-creatie (en ‘tofheid’) te verliezen.
- Samenwerking: betrek jongeren én jeugdwerkers van bij de start en blijf tussentijds terugkoppelen: jongeren geven richting en motivatie, jeugdwerkers bewaken wat haalbaar is binnen de werking, jij als ontwikkelaar kan zorgen voor de juiste onderbouwing.
- Flexibiliteit: durf qua (co-creatieve) werkvormen loskomen van het plan, tast af wat er bij de groep werkt en stuur bij. Wij haalden onze inspiratie uit Service Design.
- Houd het contact warm: ga voldoende frequent langs om te vermijden dat de jongeren de connectie verliezen met het thema en met jou als begeleider.
Zelf aan de slag met gedragsverandering en impactmeting?
Ontdek het Gedragswiel, en de filtertool met gedragsveranderingstechnieken.