Meer info over deze techniek

Theoretische onderbouwing

Deconditionering is gebaseerd op de principes van operante conditionering. Een andere term voor deconditionering is extinctie (uitdoving). Dit principe werd voor het eerst beschreven door Pavlov in de context van klassieke conditionering en werd later aangepast door B.F. Skinner in de context van operante conditionering, zoals onder meer beschreven in de Theories of Learning (Robbins, Schwartz, & Wasserman, 2001). Volgens deze theorie wordt gedrag beïnvloed door de gevolgen ervan: gedrag dat wordt beloond, wordt versterkt, terwijl gedrag dat geen beloning oplevert, uiteindelijk uitdooft.

Subtypes/kenmerken van de techniek

  • Deconditionering: hierbij wordt het ongewenste gedrag niet meer bekrachtigd, waardoor het op termijn uitdooft (extinctie).
    Bijvoorbeeld
    : negatieve uitlatingen op sociale media negeren, kan ervoor zorgen dat dit gedrag afneemt.
  • Sociale deconditionering: hierbij neemt de sociale acceptatie van ongewenst gedrag af, waardoor mensen het minder snel vertonen.
    Bijvoorbeeld
    : de norm rond voldoende en kwalitatieve slaap is verschoven: dit krijgt meer aandacht en ‘weinig slapen’ is minder stoer in vergelijking met vorige decennia.

Vergelijkbare technieken

  • Counterconditionering: een nieuw, gewenst gedrag wordt aangeleerd ter vervanging van het ongewenste gedrag. 
    Bijvoorbeeld: iemand die in plaats van te roken tijdens een pauze, een wandeling maakt of een kauwgom neemt. Dit verschilt van deconditionering, waarbij het ongewenste gedrag uitdooft doordat het niet langer wordt bekrachtigd, zonder dat er per se een alternatief wordt aangeboden.
  • Straffen: zowel straffen als deconditionering kunnen leiden tot het verminderen van ongewenst gedrag, maar ze werken op een andere manier. Bij deconditionering blijft de beloning uit (het gedrag wordt genegeerd of niet meer bekrachtigd), wat te vergelijken is met negatieve straf, waarbij een positieve ervaring wordt weggenomen. Bij straffen kan je ook een negatieve consequentie toevoegen (positieve straf), bijvoorbeeld het gebruik van bittere nagellak om nagelbijten te ontmoedigen.
  • Repeated exposure of herhaalde blootstelling: hierbij worden mensen herhaaldelijk geconfronteerd met een prikkel zonder dat de verwachte negatieve consequentie optreedt, waardoor hun angstreactie afneemt. Dit principe lijkt op deconditionering omdat het inspeelt op het uitdoven van een aangeleerde automatische respons (zoals een angstreactie die door klassieke conditionering is ontstaan). Exposure wordt vooral gebruikt als therapeutische techniek bij de behandeling van fobieën en verslavingen.

Aanvullende technieken

  • Bekrachtiging: een mooie aanvulling op deconditionering waarbij het belonende effect van ongewenst gedrag wegvalt, is bekrachtiging. Hier wordt het gewenste gedrag net wél beloond. Door beide technieken te combineren – het ongewenste gedrag negeren en het gewenste gedrag belonen – vergroot je de kans op duurzame gedragsverandering. Indien er ook bekrachtiging is van het gewenste gedrag, wordt soms ook gesproken van counterconditionering.

Hoe pas je deze techniek toe?

Inspirerende voorbeelden

Sociale deconditionering dankzij de BOB-campagnes

Deconditionering BOB campagne voorbeld

BOB-campagnes zijn een voorbeeld van sociale deconditionering omdat ze de vroegere impliciete beloning voor drinken en rijden hebben weggenomen en vervangen door negatieve sociale consequenties. Waar dronken rijden vroeger soms als ‘stoer’ of normaal werd gezien, wordt het nu steeds meer sociaal afgekeurd. Door sterke boodschappen en confronterende beelden koppelt de campagne rijden onder invloed aan gevaar, straf en sociale afwijzing, terwijl nuchtere bestuurders juist positieve erkenning krijgen ("BOB. Altijd nuchter, altijd de beste chauffeur"). Hierdoor verschuift de sociale norm: dronken rijden wordt niet langer beloond, maar ontmoedigd, wat leidt tot een afname van dit gedrag.

Referenties

  • Bartholomew Eldredge, L. K., Markham, C. M., Ruiter, R. A. C., Fernández, M. E., Kok, G., & Parcel, G. S. (2016). Planning Health Promotion Programs: An Intervention Mapping Approach (5th ed.). Jossey-Bass
  • Robbins, S. J., Schwartz, B., & Wasserman, E. A. (2001). Psychology of Learning and Behavior (5th ed.). W. W. Norton.
  • Wood, W., & Neal, D. T. (2007). A new look at habits and the habit-goal interface. Psychological Review, 114(4), 843–863.

Auteur: Amaryllis Laenen en Sara Kindt (Howest) met medewerking van de werkgroep gedragsinzichten

Context
Sociaal-culturele context
Sociale normen
Drijfveren
Reflectieve drijfveren
Attitudes
Uitkomstverwachting
Automatische drijfveren
Behoeften en verlangens
Gewoonten
Associaties