Meer info over deze techniek

Theoretische onderbouwing

Counterconditionering komt voort uit ‘Theories of learning’ (Robbins, Schwartz & Wasserman, 2001). Het is gebaseerd op klassieke conditionering (Pavlov, 1949) en werd later ook toegepast in operante conditionering (Skinner, 1938).

  • Bij klassieke conditionering leert iemand om op een bepaalde manier te reageren op een neutrale prikkel (bv. bel) omdat die prikkel herhaaldelijk samengaat met een positieve (bv. voedsel) of negatieve (bv. pijn) stimulus (Keller et al., 2020). In het domein van gezondheid zou iemands werkplek (neutrale prikkel) kunnen samenhangen met een negatieve stimulus (bv. stress). Door de associatie werk – stress begint iemand telkens te roken bij aankomst op het werk. Via counterconditionering kan je deze associatie tegengaan of ‘counteren’ door de werkplek aangenamer te maken, waardoor de persoon bij het zien ervan iets positiefs ervaart (bv. enthousiasme in plaats van stress). Hierdoor zal het ongezonde rookgedrag afnemen.
  • Bij operante conditionering wordt gedrag beïnvloed door de gevolgen van dat gedrag (beloning of straf). Bij counterconditionering probeer je het ongewenste gedrag te vervangen door een gezonder alternatief dat ook positieve gevolgen heeft (Keller et al., 2020). In het domein van gezondheid zou iemand dus kunnen aanleren om bij aankomst op het werk een ademhalingsoefening te doen of een korte wandeling te maken om stress te verminderen (beloning) in plaats van te roken (oude, ongewenste gedrag).

Vergelijkbare technieken

  • Zowel bij straffen als bij counterconditionering is het de bedoeling om ongewenst gedrag tegen te gaan. Bij straffen is dat door een negatieve consequentie of ‘straf’ te laten volgen op het ongewenste gedrag. Bij counterconditionering is dat door een gewenst (gezonder) alternatief gedrag te belonen (operante conditionering) of door ervoor te zorgen dat het ongewenste gedrag niet langer wordt opgeroepen door een bepaalde situatie of prikkel (klassieke conditionering).
  • Bij deconditionering wordt enkel een bestaande beloning voor een ongewenst gedrag weggenomen, terwijl bij counterconditionering een nieuwe beloning wordt toegevoegd om het gewenste gedrag te laten toenemen.
  • Bekrachtiging is een techniek om gedrag te doen toenemen. Counterconditionering is het vervangen van oud gedrag door nieuw gedrag en werkt in de context van operante conditionering altijd in combinatie met positieve bekrachtiging of beloning. Hierbij wordt het nieuwe gedrag actief beloond om het effect te versterken. Bij counterconditionering in de context van klassieke conditionering speelt beloning geen rol, aangezien de associatie tussen twee stimuli verandert en niet tussen gedrag en beloning.
  • Nudging is een techniek waarbij je de omgeving zo aanpast dat gewenst gedrag vanzelf aantrekkelijker of gemakkelijker wordt, zonder keuzevrijheid weg te nemen. Net als bij counterconditionering stuur je gedrag richting een gezonder alternatief.
  • Stimuluscontrole lijkt op counterconditionering omdat het ook bestaande automatismen wil doorbreken en opnieuw vormgeven. Stimuluscontrole doet dit door prikkels die ongewenst gedrag uitlokken, te vermijden of net prikkels die gezond gedrag uitlokken, toe te voegen. Counterconditionering vervangt oud gedrag door een gezonder alternatief, zodat niet alleen de stimulus maar ook de gedrags- en emotionele respons verandert.

            Hoe pas je deze techniek toe?

            Stappenplan voor counterconditionering:

            1. Identificeer het ongewenste gedrag en de situatie waarin het optreedt.
            2. Bepaal een aantrekkelijk en haalbaar gewenst alternatief gedrag dat in dezelfde situatie kan worden uitgevoerd en direct positieve effecten oplevert.
            3. Ondersteun de persoon bij het consequent toepassen van het alternatieve gedrag telkens wanneer de uitlokkende stimulus zich voordoet.
            4. Stimuleer herhaling en consistent gebruik van het nieuwe gedrag om de oude automatische respons te vervangen en nieuwe associaties te versterken.
            5. Zorg voor passende beloningen en sociale ondersteuning om het nieuwe gedrag aantrekkelijk te houden en de motivatie op lange termijn te bevorderen.

            Inspirerende voorbeelden

            Minder zitten en meer bewegen

            Het Vlaams Instituut Gezond Leven vzw maakt gebruik van vervangboodschappen om mensen aan te moedigen om langdurig zitten te vervangen door laagdrempelige beweegmomenten, zoals staand vergaderen of korte stretchmomenten tijdens pauzes. Dit vervangt het ongezonde (zitten) door een gezonder alternatief dat makkelijk toepasbaar is op de werkplek, zodat de associatie met werk en zitten langzaam vermindert en vervangen wordt door een positieve ervaring van bewegen.

            Cognitieve gedragstherapie bij middelengebruik

            Counterconditionering gedragstherapie

            Een Nederlands behandelprotocol voor problematisch middelengebruik richt zich op het doorbreken van geautomatiseerde gebruikspatronen door middel van leertheoretische interventies. Centraal staan zelfmonitoring van middelengebruik en risicosituaties, het opstellen van een functieanalyse om triggers en bekrachtigers te herkennen, en het aanleren van alternatieve, gezondere gedragingen die het oude gebruik vervangen (counterconditionering). Dit behandelprotocol illustreert hoe counterconditionering praktisch wordt toegepast in verslavingszorg om duurzame gedragsverandering te bevorderen.

            Referenties

            • Bartholomew Eldredge, L. K., Markham, C. M., Ruiter, R. A. C., Fernández, M. E., Kok, G., & Parcel, G. S. (2016). Planning Health Promotion Programs: An Intervention Mapping Approach (5th ed.). Jossey-Bass.
            • Keller, N. E., Hennings, A. C., & Dunsmoor, J. E. (2020). Behavioral and neural processes in counterconditioning: Past and future directions. Behaviour Research and Therapy, 125, 103532.
            • Pavlov, I. P. (1949). Conditioned Responses. In W. Dennis (Ed.), Readings in general psychology (pp. 249–267). Prentice-Hall, Inc. https://doi.org/10.1037/11352-...
            • Robbins, S. J., Schwartz, B., & Wasserman, E. A. (2001). Psychology of Learning and Behavior (5th ed.). W. W. Norton.
            • Skinner, B. F. (1938). The Behavior of Organisms: An Experimental Analysis. Appleton-Century.

            Auteur: Amaryllis Laenen en Sara Kindt (Howest) met medewerking van de werkgroep gedragsinzichten

            Drijfveren
            Reflectieve drijfveren
            Attitudes
            Uitkomstverwachting
            Automatische drijfveren
            Behoeften en verlangens
            Gewoonten
            Associaties