Lesgeven over roken en vapen in het lager onderwijs? Liever nog niet

13.05.2026

De e-sigaret is vandaag alomtegenwoordig. Het is dus logisch dat ook leerkrachten in het lager onderwijs eraan denken om het onderwerp ter sprake te brengen in hun klas. “Toch doen ze dat beter niet”, zegt Magali Robbe van Gezond Leven. “Zulke jonge kinderen zijn hier nog niet mee bezig. Door erop te focussen, zou je hen net nieuwsgierig kunnen maken.” 

Vapes zijn zichtbaar in het straatbeeld en op sociale media. In het secundair onderwijs experimenteren jongeren er steeds vaker mee. Het is dus logisch dat directie, leerkrachten en andere medewerkers in het lager onderwijs denken: “We moeten hier nu al iets over zeggen, anders zijn we misschien te laat.”  

“Die bezorgdheid is terecht. Zeker in de derde graad leeft het gevoel: we moeten dit nu aanpakken. Je wil er op tijd bij zijn. Toch is het antwoord: liever nog niet”, zegt Magali Robbe, experte tabak en andere nicotineproducten. “Voor de meeste kinderen in het lager onderwijs is roken en vapen nog geen realiteit. Ze zijn er nog niet mee bezig en net dat is een belangrijke beschermende factor. Onderzoek laat zien dat experimenteren met roken en vapen meestal pas later begint, rond 15 jaar. Door er al vroeger expliciet op te focussen, kan je iets onder de aandacht brengen dat nog niet leeft en dat kan zelfs het omgekeerde effect hebben.” 

Magali Robbe

“In de lagere school gaat het niet om waarschuwingen over roken of vapen, maar over vaardigheden en gezonde gewoonten meegeven”

Magali Robbe

Kan je dan in het lager onderwijs helemaal niets doen rond roken en vapen? “Zeker wel”, zegt Magali. “De lagere school speelt juist een belangrijke rol in preventie, alleen ziet die er anders uit dan we misschien instinctief denken. Hier gaat het niet om waarschuwingen over roken of vapen, maar om kinderen vaardigheden en gezonde gewoonten meegeven, zodat ze later sterker staan.” 

Waarom te vroeg praten vaak niet werkt

Het ligt nog te ver van hun leefwereld

Roken en vapen staan voor veel kinderen nog ver van hen af. Ze hebben er vaak negatieve gevoelens bij en herkennen zich er nog niet in. En net dat is belangrijk: preventie werkt pas echt als het aansluit bij wat kinderen ervaren.  

Het kan nieuwsgierigheid opwekken

Bij jonge kinderen kan het bespreken van iets dat nog niet speelt, zelfs averechts werken. Het kan nieuwsgierigheid opwekken en de indruk geven dat het vaker voorkomt dan eigenlijk het geval is.

Kinderen leven in het hier en nu

Kinderen en jongeren leven heel erg in het moment. Ze zijn niet bezig met de schadelijke effecten die roken en vapen binnen pakweg dertig jaar op hun gezondheid zullen hebben. Daarom heeft het weinig zin om al op heel jonge leeftijd te focussen op de gevaren en risico’s. Vandaar ook dat in het middelbaar, waar het thema wél aan bod komt, gefocust wordt op kritisch nadenken en kortetermijngevolgen.

Wat wél werkt in het lager onderwijs

Kinderen en jongeren enkel informeren over roken en vapen, zal er niet voor zorgen dat ze nooit naar een sigaret of vape grijpen. Het is immers niet omdat we weten dat iets schadelijk is, dat die kennis ons gedrag zal bepalen of veranderen. En dat geldt niet alleen voor kinderen, maar voor élke leeftijd. Onze keuzes hangen niet alleen af van wat we weten, maar ook hoe we ons ergens bij voelen. Ook de omgeving speelt hierbij een rol.  

Effectieve preventie op jonge leeftijd draait vooral om kinderen sterker te maken. Dat betekent werken aan sociaal-emotionele vaardigheden zoals:

  • omgaan met gevoelens en stress;
  • zelfvertrouwen ontwikkelen;
  • grenzen leren stellen;
  • kritisch leren nadenken en keuzes maken.

Zo maak je ze weerbaar tegen situaties die later wel zullen voorkomen. 

Met Geluk in de klas kan je hier op een positieve manier rond werken. Je bouwt aan een sterke basis, zonder te focussen op roken of vapen zelf. 

Wanneer kan je het wél bespreken in het lager onderwijs?

In de derde graad kan het zinvol zijn om er klassikaal op in te gaan als het echt leeft in de klas. Bijvoorbeeld na een concreet voorval, een nieuwsbericht op Karrewiet waar iedereen het over heeft of gesprekken tussen leerlingen.

Gaat het om één of enkele leerlingen? Dan is een individueel gesprek of een gesprek in kleine groep vaak passender. Deze gespreksfiche geeft je concrete handvaten. 

Preventie gaat verder dan de klasdeur

Preventie stopt niet bij de klasdeur. Een gezonde schoolomgeving doet veel:

  • een schoolteam dat het goede voorbeeld geeft;  
  • duidelijke regels die consequent worden toegepast en gecommuniceerd.

Kinderen laten zich niet alleen beïnvloeden door kennis en regels, maar ook door wat ze zien. Als roken of vapen nergens normaal is, worden niet-roken en niet-vapen vanzelf de norm. 

Ouders ondersteunen in hun preventieve rol

Daarnaast zijn ouders een prioritaire partner van de school. We merken dat ouders hun invloed soms onderschatten, terwijl zij net een grote impact hebben op hoe hun kinderen later omgaan met middelen.  

Als school kan je ouders daarin versterken door:

  • te tonen welke sociaal-emotionele vaardigheden op school worden aangeleerd;
  • hen te betrekken bij klasprojecten;
  • praktische handvaten en advies te geven.  

Op die manier toont de school ook duidelijk welke inspanningen ze zelf doet om een gezonde, toffe leefomgeving te creëren.

Een voorbeeld is de vorming ‘Als kleine kinderen groot worden’, ontwikkeld door het VAD en Gezond Leven, voor ouders van 10- tot 15-jarigen. Ouders krijgen meer vertrouwen in de invloed die ze op hun kinderen hebben en leren hoe ze grenzen kunnen stellen, het goede voorbeeld geven en open communiceren. 

Heb je interesse in de vorming ‘Als kleine kinderen groot worden’? Neem dan contact op met het regionaal preventiewerk tabak, alcohol en andere drugs, verbonden aan de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg. 

Tot slot

De bezorgdheid rond roken en vapen is begrijpelijk. Maar in plaats van kinderen te vroeg te confronteren met dit thema, is het beter om hen te versterken. Door te investeren in vaardigheden, gezonde gewoonten en een duidelijke norm, help je hen later bewuste en gezonde keuzes maken, zonder dat je nu al expliciet moet waarschuwen.

De meeste kinderen in het lager onderwijs roken of vapen nog niet. Laten we dat vooral zo houden. 

Voor meer info of vragen kan je terecht bij magali.robbe@gezondleven.be.