Roken of vapen? Jongeren doen het steeds vaker allebei

06.10.2026

Jongeren die nicotine gebruiken, doen dat steeds vaker op verschillende manieren. Uit de nieuwe VAD-leerlingenbevraging , afgenomen in het schooljaar 2024-2025, blijkt dat bijna zes op de tien jongeren die het afgelopen jaar nicotine gebruikten, roken en vapen combineerden. Tegelijk blijft het nicotinegebruik opvallend stabiel: ongeveer één op vier jongeren gebruikte het afgelopen jaar tabak en/of een e-sigaret. De cijfers tonen zo een duidelijke verschuiving: niet zozeer hoeveel jongeren nicotine gebruiken verandert, maar vooral hoe ze dat doen. 

Het afgelopen jaar gebruikte één op de vier jongeren (24,3%) minstens één geïnhaleerd nicotineproduct. Sinds 2017-2018, toen naast tabak voor het eerst ook het gebruik van e-sigaretten werd bevraagd, blijft het totale nicotinegebruik opvallend stabiel: ongeveer één op de vier jongeren gebruikt jaarlijks tabak en/of een e-sigaret. 

Achter die stabiele cijfers schuilt echter een duidelijke verschuiving. Jongeren roken steeds minder vaak uitsluitend sigaretten, terwijl de e-sigaret een steeds belangrijker onderdeel wordt van hun nicotinegebruik. Vandaag gebruikt 1,2% van de jongeren uitsluitend sigaretten, tegenover 7,5% in 2017-2018. 9,2% gebruikte het afgelopen jaar uitsluitend een e-sigaret en 13,9% combineerde roken en vapen. 

Uitsluitend roken wordt zeldzamer

Opvallend is dat het klassieke roken bij jongeren echter niet is verdwenen. Voor het eerst sinds het schooljaar 2018-2019 neemt het aandeel jongeren dat rookt opnieuw licht toe. 18,9% van de jongeren rookte ooit al een sigaret en 15,1% deed dat het afgelopen jaar. Voordien was dat respectievelijk 18% en 14,6%. 

Toch zijn jongeren die enkel roken, een kleine minderheid geworden: slechts 1,2% rookte het afgelopen jaar enkel de klassieke tabakssigaret. 

Ook tussen jongens en meisjes zijn er verschillen. Het aandeel dat ooit al rookte of een e-sigaret gebruikte, ligt dicht bij elkaar, maar bij recent gebruik wordt het verschil groter: jongens roken vaker, terwijl meisjes vaker vapen. In totaal gebruikte 24,9% van de meisjes en 23,8% van de jongens het afgelopen jaar tabak en/of een e-sigaret. 

Duaal gebruik is de meest voorkomende vorm van nicotinegebruik

Van de jongeren die het afgelopen jaar nicotine gebruikten, combineerde zes op de tien roken met vapen. Duaal gebruik is daarmee vandaag de meest voorkomende vorm van nicotinegebruik bij jongeren. 

De overlap tussen beide producten is groot. Van de jongeren die het afgelopen jaar rookten, gebruikte ongeveer negen op de tien ook een e-sigaret. Omgekeerd rookte ongeveer zes op de tien jongeren die een e-sigaret gebruikten ook sigaretten. 

“De cijfers tonen dat we roken en vapen bij jongeren niet los van elkaar kunnen bekijken. Het gaat steeds vaker om nicotinegebruik waarbij jongeren verschillende producten combineren en van product wisselen”, zegt Pieter Debognies van Gezond Leven.  

De frequentie van het gebruik wijst op een steeds prominentere rol voor de e-sigaret. Bij jongeren die beide producten gebruiken, gebruikt 55,8% regelmatig een e-sigaret, tegenover 30,8% die regelmatig rookt. De populairste manier waarop duale gebruikers de e-sigaret en sigaret combineren is door beide producten wekelijks te gebruiken. Maar liefst één op vier kiest voor dit patroon. 

Neemt sterke groei e-sigaret af?

De e-sigaret neemt dus duidelijk aan belang toe. 23,1% van de jongeren gebruikte het afgelopen jaar een e-sigaret, tijdens de laatste maand was dat 14,7%. 9,8% vapet regelmatig en 6,9% dagelijks. Het aandeel regelmatige gebruikers ligt daarmee bijna vijf keer hoger dan bij de eerste meting in 2017-2018. 

Tegelijk zijn er voorzichtige signalen dat de sterke groei van de voorbije jaren mogelijk afneemt. Zowel het aandeel jongeren dat ooit een e-sigaret gebruikte als het aandeel regelmatige gebruikers steeg in het schooljaar 2024-2025 minder sterk dan in de twee voorgaande schooljaren. Het laatstejaars- en laatstemaandgebruik lijkt te stabiliseren. Bij de jongste (12-14 jaar) en oudste leeftijdsgroep (17-18 jaar) daalde het laatstejaarsgebruik zelfs tegenover het schooljaar 2023-2024. Of dit het begin is van een trendbreuk, zal uit volgende metingen moeten blijken. 

Preventie moet verder gaan dan product en omgeving

De resultaten tonen niet alleen dat jongeren nicotine gebruiken, maar ook dat de manier waarop ze dit doen, veranderd is. Dat vraagt om een bredere blik dan de klassieke focus op afzonderlijke producten:

  1. Kijk naar het nicotinegebruik, niet enkel naar de afzonderlijke producten. Wie alleen vraagt of een jongere rookt óf een e-sigaret gebruikt, kan een belangrijk deel van het nicotinegebruik missen. Dat geldt voor onderzoek en monitoring, maar ook voor preventie en begeleiding. Tegelijk mag de groeiende aandacht voor e-sigaretten er niet toe leiden dat tabaksgebruik naar de achtergrond verdwijnt. De sigaret is bij jongeren steeds minder vaak het enige nicotineproduct, maar roken is daarmee niet verdwenen. Het gebruik van beide producten door jongeren wordt uiteraard sterk afgeraden. 
  2. Onderzoek naar waarom jongeren producten combineren, overstappen of stoppen, is nodig. De VAD-leerlingenbevraging brengt vooral het gebruik in kaart. Meer inzicht in de motieven en factoren achter het starten, combineren, overstappen en stoppen kan helpen om preventie en begeleiding beter te laten aansluiten bij de leefwereld van jongeren. 
  3. Kennis alleen is niet voldoende. Jongeren weten dat roken en vapen schadelijk zijn. Bijna negen op de tien weten ook dat de wettelijke minimumleeftijd voor de verkoop van tabak. Toch leidt deze kennis niet tot ander gedrag. Jongeren hebben ook vaardigheden, ondersteuning en een omgeving nodig die hen helpt om kritisch naar nicotineproducten te kijken. 

Beschikbaarheid, marketing en handhaving aanpakken

Preventie moet daarom meer doen dan alleen informeren en ook de omgeving van jongeren beïnvloeden: de beschikbaarheid en zichtbaarheid van producten, sociale normen en blootstelling aan marketing en sociale media spelen mee. 

Zo is er in fysieke verkooppunten ruimte voor verbetering. Controles van de FOD Volksgezondheid tonen aan dat één op de drie gecontroleerde handelszaken het verbod op illegale e-sigaretten niet naleefde. Daarbij werden 140.000 illegale wegwerp-e-sigaretten in beslag genomen. Eén op de vijf gecontroleerde handelszaken volgde het uitstalverbod voor tabaks- en nicotineproducten niet. Ook de naleving van de leeftijdsgrens blijft een uitdaging: in de helft van de gecontroleerde handelszaken werd dit met de voeten getreden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat drie op de tien jongeren onder de zestien zegt makkelijk aan tabak te geraken. 

De omgeving van jongeren is bovendien steeds meer digitaal. Via websites en sociale media komen jongeren in contact met marketing en promotie van nicotineproducten, onder meer via influencers. Producten worden er soms ook rechtstreeks aangeboden en verkocht. Onlinecontrole en -handhaving zijn daarom minstens zo belangrijk als controles in fysieke verkooppunten. De initiatieven van de inspectiedienst van de FOD Volksgezondheid om online verkoop en promotie van nicotineproducten strenger op te volgen, zijn dan ook noodzakelijk. 

Een brede aanpak is nodig

De nieuwe VAD-leerlingenbevraging maakt duidelijk dat nicotinegebruik bij jongeren niet verdwenen is, maar van vorm verandert. Jongeren gebruiken steeds minder vaak uitsluitend sigaretten, terwijl de e-sigaret een prominentere plaats inneemt. Vooral de combinatie van roken en vapen is vandaag wijdverspreid. 

“Een doeltreffende aanpak moet daarom verder gaan dan alleen het product”, zegt Pieter Debognies. “Roken en vapen moeten sámen bekeken worden. We moeten jongeren vaardigheden leren om kritisch te kijken naar nicotineproducten en om te gaan met deze producten als ze hen worden aangeboden. Anderzijds moeten we ook de omgeving waarin jongeren hiermee in aanraking komen, minder toegankelijk en aantrekkelijk maken, door bijvoorbeeld het verkoopverbod te handhaven.” 

Tip voor journalisten

Ook journalisten spelen een belangrijke rol in hoe jongeren en hun omgeving naar nicotinegebruik kijken. Door verantwoord verslag uit te brengen, kunnen ze bijdragen aan een constructieve beeldvorming en preventie. Het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs stelde hiervoor een aantal vuistregels voor journalistieke berichtgeving op. Wil je zeker zijn dat jouw verslaggeving constructief bijdraagt? Bekijk de richtlijnen op vad.be/voor-de-pers/vuistregels-journalisten.  

Lees meer over: