Beweging in de eerstelijnszorg: het Zweedse model

05.07.2019

“Beste patiënt, voor jouw gezondheid zou het echt goed zijn als je meer gaat bewegen.” Een eenvoudige boodschap die artsen in theorie dagelijks kunnen uitspreken. Heeft zo’n korte gezonde aansporing zin bij inactieve patiënten? Niet als garantie op gedragsverandering, wel als eerste duwtje in de rug. Om beweging duurzaam te verankeren in het gedrag van mensen, biedt Bewegen Op Verwijzing de beste kansen. Dat illustreert een review van de Zweedse variant van Bewegen Op Verwijzing.

“Probeer wat meer te bewegen, beste patiënt, dat zou echt goed zijn voor je gezondheid.” Een zin die heel wat artsen dagelijks kunnen uitspreken. Maar is het eigenlijk nuttig dat artsen dit thema aansnijden? De meeste Vlamingen weten dat bewegen goed is voor hun gezondheid. Tussen weten en willen, gaapt echter vaak een kloof. Met een welgemikt, motiverend duwtje in de gezonde richting kan de (huis)arts de patiënt helpen om die kloof te (beginnen) overbruggen.

Attitude en intentie

De attitude en de intentie tegenover meer bewegen kan dankzij een eenvoudige, maar belangrijke zin positief veranderen. Toch volstaat één zin zeker niet. Dat merken ook heel wat artsen: “Het heeft geen zin dat ik erover begin, de patiënt is toch niet gemotiveerd.” Hoewel het gedrag (nog) niet bijgestuurd is, is de verandering in attitude en intentie toch positief voor de toekomst. Dat laatste vergroot immers de kansen op verandering.

Gedragsverandering

Uiteraard lijkt het klinisch niet relevant om enkel in te spelen op attitude en intentie. We willen de mensen in beweging krijgen! Welnu, een systematische review van een Zweeds model voor inactieve patiënten brengt goed nieuws. Begeleiding binnen een Bewegen-Op-Verwijzing-traject naar Zweeds model wérkt. 

Zweeds model doorgelicht

Het effect op beweging werd gerapporteerd in 7 artikels uit 5 gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT) en een cohortstudie met een totaal van 642 proefpersonen. Er werd steeds een vergelijking gemaakt tussen patiënten die een normale begeleiding kregen en patiënten die het Zweedse model volgden.

De meerderheid van de studies gebruikte zelf-rapportage om de hoeveelheid fysieke activiteit te meten. De duur van de studies wisselde. Minimale follow-up was 12 weken maar verschillende studies rapporteerden follow-up na 6 maanden en twee studies rapporteerden follow-up na 18 of 36 maanden. Drie van de vijf RCT’s en de cohortstudie vertoonden positieve significante effecten voor beweging in het voordeel van de interventiegroep. In geen enkele studie werd een verminderen van beweging gerapporteerd na de interventie. Deze systematische review toont aan dat het Zweedse model waarschijnlijk de hoeveelheid beweging verhoogt bij inactieve patiënten.

5 kernelementen

Eind mei bezochten het Vlaams Instituut Gezond Leven en Domus Medica het Zweedse agentschap voor publieke gezondheid. Het Zweedse model voor inactieve patiënten bestaat al bijna 20 jaar. Een schat aan ervaring dus, waaruit Vlaanderen veel kan leren. Het Zweedse model bevat volgende 5 kernelementen.

  1. Geschreven voorschrift
  2. Persoonsgerichte coaching
  3. Follow-up
  4. Ondersteunend netwerk buiten de zorg
  5. Beweegrichtlijnen per pathologie op basis van wetenschappelijke bewijzen. 

Bovenstaande kernelementen worden ook grotendeels toegepast in Bewegen Op Verwijzing in Vlaanderen. De huisarts geeft een geschreven verwijzing (1) aan de patiënt. De patiënt krijgt coaching die echt op hem als persoon gericht (2) is. Hierna is er een ruime mogelijkheid voor follow-up (3). Dit alles is ingebed in een intersectoraal netwerk (4) waarbij men de brug slaat tussen het lokaal bestuur, beweegaanbod en de eerste lijn. De aanbevelingen per pathologie (5) zijn in Vlaanderen minder concreet dan de beweegrichtlijnen per pathologie in Zweden. Maar de ondersteuningstool voor een verwijsbrief helpt huisartsen wel veilig door te verwijzen bij verschillende pathologieën.

De review en gelijkenissen tussen het Zweedse model en Bewegen Op Verwijzing tonen aan dat Bewegen Op Verwijzing inactieve patiënten actiever kan maken. Daarbij blijft die eerste aansporing belangrijk: “Beste patiënt, voor jouw gezondheid zou het echt wel goed zijn als je meer gaat bewegen.”