Ben je al aan de slag gegaan met de materialen van de bewegingsdriehoek of met het informatiedossier en heb je zin in meer? Probeer dan deze werkvormen om de leerinhouden over beweging in je klas aan te brengen:

Klasgesprek

Start een gesprek over:

  • bewegingsactiviteiten die leerlingen kunnen doen tijdens de pauze
  • redenen en ideeën om ook te bewegen tijdens de les
  • bewegen als alternatief voor televisiekijken of gamen
  • redenen en ideeën om meer te voet of met de fiets of het openbaar vervoer naar school te komen

Geef de leerlingen zo ook inspraak in het schoolbeleid. 

Doe het klasgesprek staand. Of ga naar buiten met je leerlingen voor extra beweging en wat frisse lucht.

Collage, tekening of kunstwerk

De leerlingen zoeken in kranten en tijdschriften leuke bewegingsactiviteiten in de ruime zin (cultuur, vrije tijd en sport, verplaatsingen …). Ze knippen die uit en kleven ze op grote bladen. Of ze tekenen hun ideeën en maken een kunstwerk rond het thema. 

Plaatsen zoeken die beweging verhinderen 

De leerlingen zoeken in de klas of in de rest van de school plaatsen die ervoor zorgen dat ze minder kunnen bewegen. Jongere leerlingen markeren die plekken met een sticker, oudere leerlingen fotograferen ze met hun smartphone. Ontdek ook de leuke PhotoVoice-methodiek als sensibiliserende werkvorm.

Bewustmaking 

Maak via leuke opdrachten de leerlingen bewust van hun eigen beweeggedrag en de voordelen van voldoende bewegen.

  • De leerlingen noteren wanneer en hoelang ze op een gewone weekdag bewegen. Ze schrijven ook op welke beweegactiviteiten ze doen en hoe intensief. Voor het secundair onderwijs kunnen daarvoor de werkblaadjes van het informatiedossier ‘I <3 to move it!’ gebruikt worden.
  • De leerlingen denken na over wat hun beweeggedrag beïnvloedt. Daarvoor kun je de werkvormen van het informatiedossier ‘Beweegvriendelijke school’ gebruiken.
  • De leerlingen brengen zelf hun vervoersmogelijkheden en -keuze in kaart om zich van en naar school te verplaatsen. Ze kunnen daarvoor de schoolroutekaart gebruiken in de klas. De leerlingen kunnen routes voor verplaatsingen te voet of met de fiets uitstippelen om daarna de moeilijke knelpunten in de praktijk te oefenen. Je vindt hier meer informatie over in het informatiedossier ‘Beweegvriendelijke school’.
  • De leerkracht gebruikt het 10op10-meetinstrument om de verplaatsingswijze van de leerlingen te meten. Hij of zij noteert per klas het aantal leerlingen per vervoersmiddel en het meetinstrument doet de rest. Je kunt de resultaten per klas, graad of school bekijken en zichtbaar maken met diagrammen en grafieken. De school kan de resultaten gebruiken om hun verkeersbeleid vorm te geven en ouders te informeren, en ook in hun overleg met de gemeente.
  • Leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs gaan aan de slag met een betrouwbare stappenteller om bewust te worden van het aantal stappen dat ze zetten. We raden aan om deze werkvorm pas toe te passen in de derde graad omdat de aanbeveling van 10.000 stappen per dag alleen voor volwassenen geldt.

Onderzoek

Laat de jongeren zelf eens op zoek gaan naar (betrouwbare) informatie. Maak bijvoorbeeld een lijst met vragen die ze moeten beantwoorden en waar ze hun bron bij moeten vermelden: Waar vind je de gezondheidsaanbeveling voor beweging? Wat houdt die in? Noem vijf organisaties die meer bewegen promoten. Wat zijn de gezondheidsvoordelen? … Je kan hen ook op pad sturen om naar de beweeggewoontes van medeleerlingen of mensen op straat te vragen. Onderwijs hen over betrouwbare bronnen, statistieken, steekproeven, variabelen …

Ook bij kinderen is dat mogelijk, maar dan aangepast aan hun niveau. Laat hen afbeeldingen, boekjes en foto’s opzoeken over beweging en gezondheid. Bespreek het achteraf klassikaal.

Bewegend leren

Past het thema beweging niet in je planning en lessen? Dan kun je beweging ook gemakkelijk integreren in andere lessen. Zo leren de leerlingen niet alleen over beweging, maar zijn ze ook actief bezig én blijft hun concentratie hoog. Leer (cognitieve) vaardigheden aan via beweging. Enkele voorbeelden:

Talen

  • Een oefening spelling (bv. au of ou) waarbij de leerlingen een bal in de juiste cirkel moeten werpen of aan de juiste kant van de klas moeten gaan staan.
  • Een gedicht maken en uitbeelden.
  • Synoniemen oefenen op basis van uitdagingen (spurtje, op één been staan, touwspringen …) tegen elkaar. Wie de uitdaging wint, krijgt de woordkaart van de tegenstander. Op het einde probeert elke leerling met de verzamelde woordkaarten zo veel mogelijk samenstellingen, tegengestelden en synoniemen te maken.
  • Fouten in een tekst aanduiden waarbij de leerlingen per gevonden fout een estafette moeten afleggen. 
  • Een grammaticaoefening waarbij de leerlingen een bepaalde beweging uitvoeren bij een woordtype (bv. bijvoeglijk naamwoord, onderwerp, werkwoord …).

Wiskunde

  • Een wiskundeoefening waarbij de leerlingen een bal naar een hoepel met de juiste oplossing gooien of aan de juiste kant van de klas gaan staan (bv. optellen, maaltafels …).
  • Een wiskundeoefening op een Twister-tapijt.
  • Maaltafels via trapleren.

Geschiedenis, esthetica, kunst

  • Gebeurtenissen uitbeelden tijdens de les geschiedenis.
  • Foto’s nemen van voorwerpen op school in verschillende perspectieven.

Fysica en chemie

  • Proefjes buiten in de natuur.
  • Zwaartekracht van vallende objecten (buiten).

Andere

  • Koppel ja-neevragen aan zitten of staan.
  • Laat tijdens een debat de voor- en tegenstanders elk aan een kant van de klas staan.
  • Laat groepjes rechtopstaand werken rond een tafel.
  • Bespreek of herhaal de leerstof klassikaal terwijl iedereen mag rechtop staan.
  • Maak een wedstrijdje van de herhalingsles. Iedereen neemt een moeilijke houding aan (bv. plankoefening, in zithouding staan …) en alleen wie het juiste antwoord op de vraag weet, mag opstaan. 
  • Stel meerkeuzevragen waarbij de leerlingen gaan staan of een beweging doen gekoppeld aan een bepaald antwoord.
  • Gebruik werkvormen waarbij je moet doorschuiven.
  • Leer de leerlingen kloklezen door ze de wijzers te laten uitbeelden op de grond.
  • Laat de leerlingen bewegingen uitvoeren als ze nadenken over een oplossing.

Meer info:

  • Voor kleuters vind je meer informatie in het boek ‘Leren in beweging: Activiteiten bewegingsintegratie voor kleuters’ (uitgeverij ACCO). 
  • www.klascement.net – bewegend leren

Buitenklassen

Buiten les volgen is ook een vorm van bewegend leren. Uit onderzoek blijkt dat buitenklassen de motivatie van de leerlingen vergroot. Daarnaast zijn de leerlingen ook gezonder en gelukkiger. Meer informatie over buiten lesgeven vind je op www.buitenlesdag.be.