Een gezonde leefstijl is meer dan een individuele keuze of verantwoordelijkheid. Meer kennis over wat gezond is, leidt niet automatisch tot gezonder gedrag. Alles begint bij een omgeving die gezonde keuzes makkelijk maakt. Vandaag zijn een overaanbod van ongezonde voeding en een gebrek aan beweegmogelijkheden vaak de norm. Onze leefomgeving werkt overgewicht in de hand en wordt daarom ook wel ‘obesogeen’ genoemd. 

Lokale besturen kunnen hier mee verandering in brengen door de publieke ruimte in hun gemeente gezonder in te richten. Denk aan veilige wandel- en fietspaden, groene speelplekken en een betere toegang tot gezonde voeding, zeker in buurten waar het ongezondere aanbod overheerst en er weinig kansen tot bewegen zijn.

 Belangrijk om te weten: gezondheid is ongelijk verdeeld. Daarom dat investeringen óók best ongelijk verdeeld worden. Dit principe van proportioneel universalisme betekent dat lokale besturen disproportioneel meer investeren in buurten waar de nood het hoogst is: wijken met beperkte toegang tot basisvoorzieningen, buurten met veel sociale huurwoningen, een hoge concentratie éénoudergezinnen of andere indicatoren van maatschappelijke kwetsbaarheid. Precies daar kan een gezondere leefomgeving de grootste gezondheidswinst opleveren. 

Hoe begin je hier concreet aan?

Lokale besturen kunnen, binnen hun bevoegdheden, inzetten op acties binnen zes samenhangende strategieën om de publieke ruimte gezonder te maken: 

  • gezond aanbod toevoegen;
  • bestaand aanbod gezonder maken;
  • gezond aanbod zichtbaarder en bekender maken;
  • gezond aanbod toegankelijk en bereikbaar maken;
  • de beweegvriendelijkheid van de publieke ruimte verbeteren;
  • gezond aanbod betaalbaarder maken. 

Deze strategieën vormen het inhoudelijke kader om te evolueren naar een gezonde publieke ruimte en zijn vervat in de Toolbox voor een gezonde publieke ruimte.

Deze toolbox, ontwikkeld binnen het pilootproject Hap & Stap (gefinancierd door Kom op tegen Kanker), ondersteunt lokale besturen om gericht, onderbouwd en stapsgewijs toe te werken naar een gezonde publieke ruimte. De toolbox reikt concrete handvaten en inspiratie aan om, binnen de eigen mogelijkheden en bevoegdheden, acties op te zetten die gezondheid bevorderen én expliciet rekening houden met inwoners in een maatschappelijk kwetsbare situatie.  

 

In wat volgt, vatten we samen hoe lokale besturen, binnen hun bevoegdheden zoals ruimtelijke ordening, welzijn, armoedebeleid en sport, deze acties duurzaam kunnen verankeren in hun beleid, zodat ze bijdragen aan een omgeving die uitnodigt om gezonder te eten en meer te bewegen. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de inzichten en ervaringen uit de pilootprojecten van Hap & Stap.  

Aanbevelingen op lokaal niveau 

 

Ga na welke beleidsdomeinen aan de slag kunnen gaan met acties rond een gezonde publieke ruimte en in welke bestaande plannen jullie acties voor meer beweging en een gezonder voedingsaanbod kunnen opnemen. Denk aan: klimaatbeleid, mobiliteitsplan, ruimtelijk beleid, gezondheidsplan of armoedebeleid. 

 

1 - Breng de ‘obesogene omgevingen’ in kaart

Obesogene omgevingen zijn buurten waar een overaanbod aan ongezonde voeding samengaat met beperkte kansen om te bewegen. Onderzoek toont aan dat deze omgevingen vaker voorkomen in buurten met een hoger aandeel inwoners in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals kinderen, jongeren, ouderen en sociaal-economisch kwetsbare inwoners. Deze groepen worden disproportioneel beïnvloed door een ongezonde leefomgeving, wat bestaande gezondheidsongelijkheden verder kan versterken. 


Gebruik objectieve data om deze buurten gericht te identificeren. Kijk daarbij onder meer naar: 

  • de kwaliteit van de voedselomgeving; 
  • de beweegvriendelijkheid of walkability (bijvoorbeeld de bereikbaarheid van basisfuncties, woondichtheid en een goed netwerk voor stappers en trappers); 
  • het aandeel inwoners in een sociaal-economisch kwetsbare situatie; 
  • én het percentage sociaal-economisch kwetsbare inwoners

Maak gebruik van de Buurtscan om deze risicobuurten in kaart te brengen.

IMG 0589 min

2 - Zet in op participatie van inwoners en organisaties om de toegankelijkheid te vergroten.

De objectieve data zijn maar een startpunt. Een gezonde voedsel- en beweegomgeving moet voor iedereen betaalbaar, bekend, bereikbaar, bruikbaar, beschikbaar, begripvol, begrijpbaar en betrouwbaar zijn (de 8 B’s). Een buurt kan objectief gezien gezond lijken, maar subjectief ontoegankelijk: te duur, onbekend, onbereikbaar of niet bruikbaar.  


a) Ga het terrein op en verzamel ‘subjectieve data’ door actief in gesprek te gaan met inwoners met verschillende sociaal-economische achtergronden. Hun ervaringen, percepties en drempels geven inzicht in hoe toegankelijk de leefomgeving écht is en welke noden er bestaan. Zo sluiten geplande interventies beter aan bij wat alle inwoners belangrijk vinden. 
Dit kan via interviews, participatieve werksessies of gesprekstafels over het huidige aanbod, toegankelijkheid, verwachtingen en wensen voor een gezonde publieke ruimte.

De toolbox gezonde publieke ruimte bevat materialen die lokale besturen helpen om participatieve momenten te organiseren, waaronder een leidraad voor werksessies en terreinonderzoek. 

HS interviewleidraad

b) Breng lokale organisaties die actief zijn in de buurt in kaart en werk nauw met hen samen. Denk aan armoedeorganisaties, wijkgezondheidscentra, wijk- en straathoekwerkers, lokale dienstencentra en sleutelfiguren uit diverse geloofsgemeenschappen. Deze partners hebben een goed zicht op de leefwereld van inwoners. Ze kunnen helpen om de inwoners te bereiken en met het duiden van drempels die ze ervaren. Samen kunnen jullie de toegankelijkheid en bruikbaarheid van lokale initiatieven aanzienlijk versterken.  

Om de toegankelijkheid van (lokale) voedselinitiatieven zoals buurtrestaurants of volkstuinen in kaart te brengen en concrete verbeterpunten te identificeren, kan je gebruik maken van de toegankelijkheidsscan voeding voor lokale besturen. Deze scan kan je samen met welzijnsorganisaties invullen.  

8bs

3 - Werk aan een gemeenschappelijk gezondheidsverhaal over de beleidsdomeinen heen. 

 

Een gezonde voedsel- en beweegomgeving realiseren, vraagt om samenwerking over beleidsdomeinen heen (Health in All Policies). Lokale uitdagingen rond voeding, beweging, welzijn, mobiliteit, ruimtelijke ordening en armoede zijn nauw met elkaar verweven. Door te werken aan een gemeenschappelijk gezondheidsverhaal ontstaat een gedeeld kader waarin elke dienst, vanuit zijn eigen programma en bevoegdheden, kan bijdragen en verantwoordelijkheid kan opnemen. Deze overkoepelende aanpak maakt het bovendien mogelijk dat één interventie bijdraagt aan meerdere gezondheidswinsten.
 

Gezondheidsmakers zijn hierin een sterke lokale partner om het lokaal beleid vanuit een gezondheidsbril te benaderen. Naast omgevingsinterventies voor een gezondere buurt wordt gezonder eten en meer bewegen bij de bewoners gestimuleerd via het versterken van voedsel- en beweegvaardigheden en motivatie: 

  • volkstuintjes combineren met kookworkshops in een gemeenschapskeuken; 
  • bij de aanleg van nieuwe fietspaden ook investeren in fietsvaardigheidstrainingen, vooral bij maatschappelijk kwetsbare groepen (MMKS), zodat deze infrastructuur ook daadwerkelijk door iedereen wordt gebruikt. 

De toolbox Hap & Stap biedt inspiratie om dergelijke koppelkansen te maken. 

4 - Veranker gezonde voeding en beweging in lokale beleidsplannen.

Er zijn heel wat mogelijkheden om beweging en gezonde voeding te verankeren in lokale beleidsplannen:
 

  1. Neem in lokale gezondheids-, mobiliteits- en ruimtelijke plannen acties op om de publieke ruimte beweegvriendelijk te maken: voetgangerszone, woonerf, fietsstraat, schoolstraat, zone 30, ruimtelijke planning en inrichting van speelweefsel en verbindingsweefsel, …
  2. Neem in de lokale voedselstrategie of beleidsdoelstellingen rond voeding acties op die de gezonde voedselomgeving versterken, vooral in socio-economisch kwetsbare buurten waar de gezonde opties vaak minder bereikbaar, beschikbaar of betaalbaar zijn. Zet in op interventies die het aanbod van gezonde en milieuverantwoorde voeding vergroten en/of het ongezonde aanbod reguleren.

    Zijn jullie nog niet zo ver of is jullie voedselstrategie nog pril? Het Local4Food-project, een initiatief van de Vlaamse Overheid in uitvoering van de Vlaamse voedselstrategie Go4Food, ondersteunt lokale beleidsmakers in het ontwikkelen van slimme, sociale en duurzame voedselstrategieën.
     
  3. Neem in de beleidsdoelstellingen rond beweging omgevingsinterventies op die bewegen bevorderen, vooral in socio-economisch kwetsbare buurten waar de beschikbaarheid en toegankelijkheid tot een beweegvriendelijke publieke ruimte van groot belang is. Zet in op maatregelen die bewoners uitnodigen om meer te bewegen, zowel via actieve mobiliteit (wandelen, fietsen) als via actieve vrije tijd

Merk op: werk maken van een gezonde voedsel- en beweegomgeving kan een lokaal bestuur niet alleen.

Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Een aantal bevoegdheden en randvoorwaarden voor het realiseren van een gezonde voedselomgeving op lokaal niveau situeren zich op andere, bovenlokale beleidsniveaus.

Daarom geven we aanvullend hierbij een overzicht van randvoorwaarden en maatregelen waarmee het Vlaamse, federale en Europese beleid aan de slag kunnen gaan om een gezonde voedsel- en beweegomgeving mogelijk te maken en lokale besturen hierin te ondersteunen. 

Vlaams niveau

Wat kan Vlaanderen doen om lokale besturen te versterken? 

  • Geef lokale besturen meer slagkracht.
    • Ontwikkel duidelijke, juridische instrumenten zodat gemeenten kunnen ingrijpen in hun voedselomgeving (bv. regels rond aanbod, reclame in de publieke ruimte, vestiging van zaken zoals fastfoodketens).
    • Ondersteun de uitrol van een veilige infrastructuur die aanzet tot actief transport, waardoor mensen sneller gaan wandelen of fietsen. Voorzie middelen, opleiding en ondersteuning om bestaande kaders, zoals Gezonde Gemeente, effectief toe te passen.
    • Ondersteun en inspireer lokale besturen om interventies op te zetten die de voedsel- en beweegomgeving verbeteren. Denk aan betaalbare en gezonde maaltijden, volkstuinen of deelmobiliteit voor sociaal-economisch kwetsbare groepen.
        
  • Integreer gezondheid in bestaande Vlaamse beleidsplannen.
    • Zorg dat gezondheid en sociale ongelijkheid (zoals voedselongelijkheid en vervoersarmoede) meegenomen worden in mobiliteits-, ruimtelijke en voedselstrategieën.
    • Verbind acties uit verschillende beleidsdomeinen in één overkoepelend plan met duidelijke rolverdeling. 
       
  • Beoordeel initiatieven in het kader van de Vlaamse voedselstrategie, mobiliteitsstrategie en ruimtelijke planning altijd aan de hand van de armoedetoets.
     
  • Stimuleer combimobiliteit (openbaar vervoer, fiets, …). 

Federaal niveau

Wat kan België doen om gezonde keuzes makkelijker te maken? 

 

  • Reguleer reclame in publieke ruimtes.
    • Beperk reclame voor ongezonde voeding, zeker gericht op kinderen en jongeren, op straat en bij evenementen. 
       
  • Stel duidelijke criteria voor voeding bij overheidsopdrachten.
    • Zorg dat instellingen zoals scholen, zorginstellingen en OCMW’s gezonde en duurzame voeding aanbieden via hun catering en aankopen. 
       
  • Gebruik fiscale en economische hefbomen.
    • Stimuleer gezonde keuzes via prijsbeleid, fiscale maatregelen (bv. afbouw subsidiering bedrijfswagens), subsidies of afspraken met de retailsector (bv. supermarkten, horeca).
    • Werk samen met de voedingssector om gezonde voeding beter beschikbaar en betaalbaar te maken. 
       
  • Geef in de wegcode meer prioriteit aan actieve weggebruikers. 
     
  • Stimuleer combimobiliteit (openbaar vervoer, fiets, …). 

Interfederaal niveau

Hoe kunnen we over beleidsniveaus heen samenwerken? 

 

Werk aan een gezamenlijke gezondheidsstrategie  

  • Zorg voor samenwerking tussen beleidsdomeinen (gezondheid, mobiliteit, onderwijs, …) én bestuursniveaus (lokaal, Vlaams, federaal). 
  • Breng acties samen in één strategisch plan met gedeelde doelen en duidelijke verantwoordelijkheden. 

Europees niveau

Wat kan de EU doen om lokale besturen te ondersteunen? 

Om het voor lokale besturen juridisch mogelijk te maken om ongezonde aanbieders (zoals fastfoodketens) te weigeren in bepaalde zones, is een aanpassing van de Europese Dienstenrichtlijn nodig. Die heeft de vrijheid van vestiging en non-discriminatie als uitgangspunten en laat daardoor vandaag niet toe dat lidstaten (lokale) gezondheidsoverwegingen mee laten spelen bij vergunningen en vestigingsbeleid.