Met GELO+, een vorming die ze samen met Thomas More en drie eerstelijnszones ontwikkelden, wil Gezondheidsmakers hun kennis over gezondheidsvaardigheden verbeteren. Tegelijk kunnen ook eerstelijnsorganisaties de opleiding gebruiken om hun medewerkers bewust te maken van lage gezondheidsvaardigheden en hen te leren hoe ze daarmee omgaan. “Het is voor patiënten cruciaal dat het netwerk van zorgverleners rondom hen een toegankelijke taal gebruikt”, zegt Joke Delepierre van Gezondheidsmakers.

Gezondheidsmakers, de vroegere Logo’s, ondersteunt lokale besturen, scholen, bedrijven en zorg- en welzijnsorganisaties om een gezonder beleid en acties uit te werken. “We doen dat niet vanuit het idee: ‘Oh, leuke actie, laten we dat doen!’, maar vanuit een onderbouwde visie, waarbij we de hele context bekijken en op zoek gaan naar wat er allemaal al bestaat”, zegt gezondheidspromotor Joke Delepierre van Gezondheidsmakers. “Op die manier is ook GELO+ ontstaan, in samenwerking met drie eerstelijnszones en Thomas More Hogeschool, waar Leen Haesaert docent en onderzoeker is. Leen heeft een brede expertise rond alles wat te maken heeft met heldere en inclusieve communicatie. En ze is eigenlijk een missionaris in Vlaanderen wat betreft gezondheidsvaardigheden.”

Foto interview GELO train de trainer 1
Foto interview GELO Joke 1

“Als bij 30 tot 40% van je doelgroep je boodschap niet aankomt, moet je daar wel rekening mee houden en ingrijpen”

Joke Delepierre, Gezondheidsmaker

Wat betekent het voor jullie om een gezondheidsvaardige organisatie te zijn?

“Wij spelen in op maatschappelijke uitdagingen en één daarvan is gezondheidsongelijkheid. Wij sensibiliseren de burger, met campagnes als ‘Laat je vaccineren’. Maar als bij 30 tot 40% van je doelgroep die boodschap niet aankomt, moet je daar wel rekening mee houden en ingrijpen. Hetzelfde met de eerstelijnszones. Bij hen staat de patiënt centraal. Het is voor die mensen cruciaal dat het netwerk van zorgverleners rondom hen een toegankelijke taal gebruikt. Daaraan werken is ook werken aan gezondheidsongelijkheid.”  

Zie je een verschil met vroeger?

“Ja, in de beginjaren lag de focus vooral op het gezondheidsvaardiger maken van de burger. Nu ligt die op de organisaties. We moeten niet meer proberen om alle brievenbussen aan te passen, we moeten het formaat van de brieven aanpassen. Met andere woorden: we moeten ons niet meer specifiek richten op het gezondheidsvaardiger maken van de burger, maar we moeten zelf ook gezondheidsvaardiger worden. Wij moeten op een toegankelijke manier communiceren en op een toegankelijke manier bereikbaar zijn.”

Waarom die switch?

“Voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Er werden tien bouwstenen om te werken aan gezondheidsvaardigheden gedefinieerd en die vonden meer en meer ingang. Wat het voor ons ook extra gemakkelijk maakt, is dat organisaties gezondheidsvaardig maken, zichtbaarder is dan de burger gezondheidsvaardig maken. Je kan bijvoorbeeld een webtekstje van een organisatie nemen, dat door een tool laten analyseren en die zal je dan vertellen of de organisatie op een begrijpelijke manier communiceert. Op het niveau van de burger is dat veel moeilijker om te doen. Plus: burgers gezondheidsvaardig maken, is een werk van lange adem, terwijl organisaties met een aantal kleine dingen al veel stappen vooruit kunnen zetten.” 

Foto interview GELO Joke 1

“Iederéén heeft baat bij duidelijke, heldere communicatie, ook mensen die hoogopgeleid zijn”

Joke Delepierre, Gezondheidsmaker

Het is ook een gedeelde verantwoordelijkheid: niet alleen de burger is verantwoordelijk voor zijn gedrag, ook organisaties spelen een rol.

“Klopt. Er zijn momenten waarop we allemáál lage gezondheidsvaardigheden hebben, bijvoorbeeld bij een slechtnieuwsgesprek. Dan kom je buiten en kan je niet zomaar alles herhalen wat er net tegen je werd gezegd. Hulpverleners hebben er dus alle baat bij dat dergelijke gesprekken op een toegankelijke manier gebeuren. Of neem patiënten die keer op keer hun afspraak missen. Dan moeten organisaties zich afvragen hoe dat komt en er niet per definitie vanuit gaan dat het probleem bij de patiënt ligt. Misschien communiceren zij zelf wel niet duidelijk genoeg. Iederéén heeft baat bij duidelijke, heldere communicatie, ook mensen die hoogopgeleid zijn.” 

Welke concrete acties hebben jullie ondernomen om gezondheidsvaardiger te worden?

“Leen Haesaert gaf in het verleden al vormingen over gezondheidsvaardigheden in de regio. Dankzij de projectoproep – specifiek gericht op gezondheidsvaardigheden in de eerste lijn – konden we hier een vervolg aan geven. We betrokken ook de eerstelijnszones, zodanig dat we allemaal dezelfde taal spreken. We hebben eerst een nodenbevraging gedaan. Daaruit bleek dat vooral de partners die zich richten naar ouders als zij die werken met ouderen op zoek waren naar concrete tools en handvaten. Met die twee groepen zijn we aan de slag gegaan. Het resultaat is een verzameling van modules, elk met een eigen doel.” 

Wat houden die modules in?

“De belevingsmodule neemt je mee in een wereld die je niet goed kent en laat je voelen hoe het is om weinig gezondheidsvaardigheden te hebben. Door je bijvoorbeeld moeilijke teksten voor te schotelen. In de basismodule leer je wat lage gezondheidsvaardigheden zijn en hoe je de risicogroepen kan herkennen. En de verdiepingsmodule richt zich op de organisaties zelf, die hun eigen materiaal, zoals website, brochures, … gaan verbeteren. Ondertussen hebben we al 26 lesgevers opgeleid.” 

Foto interview GELO dragertje
Foto interview GELO Joke 1

“Er zijn al mooie initiatieven uit GELO+ ontstaan, zoals woonzorgcentra die hun onthaalbrochures hebben aangepast”

Joke Delepierre, Gezondheidsmaker

Hoe enthousiast zijn organisaties om met die modules aan de slag te gaan?

“Tijd is vaak een drempel. Medewerkers vinden het allemaal wel interessant, maar de dag nadien ligt er weer een hoop werk op hun bureau en zijn ze weer bezig met brandjes te blussen. Maar we drukken hen met de neus op de feiten: als mensen hun afspraak niet nakomen, als ze niet therapietrouw zijn of als je iets zeven keer moet uitleggen, verlies je als organisatie óók veel tijd. Dat is voor sommigen wel een eyeopener. In één van onze sessies hebben we bijvoorbeeld een tekst door een tool laten checken op begrijpelijkheid. Dat bleek taalniveau C1 (vergelijkbaar met de taalbeheersing van een academisch geschoolde moedertaalspreker), C2 te zijn! Als je hen daarop wijst, snappen ze wel dat het anders moet.” 

Zien jullie ook enig effect van jullie gezondheidsvaardige aanpak?

“Zeker. Omdat we GELO+ hebben gemaakt op vraag van en in samenwerking met het werkveld en omdat het doorspekt is met voorbeelden uit de praktijk, wordt het ook gedragen door het werkveld. En daar zijn mooie initiatieven uit ontstaan, zoals woonzorgcentra die hun onthaalbrochures hebben aangepast. Of sociaal werkers die nu getraind zijn om lage gezondheidsvaardigheden te herkennen en hun communicatie daarop af te stemmen.” 

Wat kan helpen om nog meer impact te genereren?

“Interne werkgroepen oprichten die verantwoordelijk zijn voor de gezondheidsvaardige aanpak. Een ziekenhuis heeft bijvoorbeeld een complexe structuur. Sommige communicatiemedewerkers zijn bezig met de brochures, anderen met de bewegwijzering of de website. Daarnaast zijn er de onthaalmedewerkers die mondeling communiceren én de artsen met hun vakjargon. Al die mensen hebben aparte noden rond gezondheidsvaardigheid. Dan heb je een werkgroep nodig, trekkers die zeggen: ‘Ik geef de opleiding op spoed, verpleegkundige X die op oncologie.” 

Foto interview GELO Joke 1

“Door iedereen te betrekken, horen we soms collega’s al spontaan zeggen: ‘Is dit wel gezondheidsvaardig?’ Dat is fijn”

Joke Delepierre, Gezondheidsmaker

Geven jullie ook interne vormingen?

“Ja, voor het personeel van de drie eerstelijnszones en Gezondheidsmakers, want we willen uiteraard het goede voorbeeld geven. Het is de bedoeling dat alles wat bij ons de deur uitgaat, gezondheidsvaardig is. Door iedereen daarin te betrekken, horen we soms collega’s al spontaan zeggen: ‘Is dit wel gezondheidsvaardig?’ Dat is fijn.” 

Welke kleine stappen kunnen organisaties zetten zonder grote investeringen?

“Plan een vorming en zorg ervoor dat er verschillende disciplines aan tafel zitten. In een woonzorgcentrum kan dat bijvoorbeeld een communicatiemedewerker zijn, iemand die contact heeft met de ouderen en iemand die de gesprekken met de families voert. Op die manier heb je verschillende visies en kan je die mensen als ambassadeurs gebruiken. Zij kunnen dan op hun beurt andere medewerkers betrekken. Wij nemen na zo’n vorming ook nog altijd een keer contact op om te horen hoe het loopt. Zo valt het niet meteen stil en kan je stap voor stap het beleid aanpakken.” 

Foto interview GELO kick off
Foto interview GELO Joke 1

“Op korte termijn kost het misschien wel wat tijd om te investeren in gezondheidsvaardigheden, maar op lange termijn zal het je alleen maar winst opleveren”

Joke Delepierre, Gezondheidsmaker

Wat is je ultieme advies voor andere zorg- en welzijnsorganisaties die ook willen werken aan hun gezondheidsvaardigheden?

“Denk niet te snel: ‘Ah nee, weer iets dat erbij komt.’ Zie je dat mensen niet naar hun afspraak komen? Leg je daar niet bij neer, maar vraag je af waarom dat zo is. Misschien gebruik jij een andere tijdsaanduiding dan zij. In de vorming zitten tips om daarmee om te gaan. Misschien werk je met routes en is route 117 moeilijk te vinden, waardoor dit voor mensen echt een drempel is om binnen te komen. Als iemand aan jou vraagt om iets te lezen omdat hij zelf z’n bril niet bijheeft, wees dan alert. Hoe komt het dat die persoon jou dit laat lezen? Stel die dingen in vraag. Op korte termijn kost het misschien wel wat tijd om te investeren in gezondheidsvaardigheden, maar op lange termijn zal het je alleen maar winst opleveren.” 

Foto interview GELO logobanner
Kompas detail

Aan de slag!

Wil je zelf groeien als gezondheidsvaardige organisatie binnen de eerste lijn?