“Inzetten op positieve gezondheid? Dat is ook werken aan gezondheidsvaardigheden”
Inzetten op ‘positieve gezondheid’ en tegelijk groeien als gezondheidsvaardige organisatie: de Leuvense wijkgezondheidscentra (WGCa) willen de patiënt zo centraal mogelijk stellen. “Het gaat erom patiënten te laten reflecteren over hun gezondheid en hen te motiveren om acties te ondernemen. Wij zien positieve gezondheid als een cadeau”, zegt Femke Deboutte, kinesist en gezondheidspromotor bij WGC De Ridderbuurt.
“Om gezondheidsvaardiger te worden, hebben wij vooral ingezet op positieve gezondheid” zegt Femke. “Dat betekent dat gezondheid meer is dan de afwezigheid van ziekte. Het richt zich vooral op wat mensen wél kunnen. En dit over verschillende domeinen heen, zoals mentaal welbevinden, zingeving en levenskwaliteit. Die domeinen stellen we voor als een spinnenweb.”
“Tijdens een multidisciplinair overleg + heeft de patiënt de regie. De zorgverleners nemen een passievere houding aan”
Femke Deboutte, kinesist en gezondheidspromotor bij WGC De Ridderbuurt
Hoe hebben jullie precies ingezet op die positieve gezondheid?
“We hebben verschillende vormingen over het thema georganiseerd voor onze zorgverleners en administratief personeel. En om positieve gezondheid in de individuele zorggesprekken te krijgen, maken we gebruik van een eenvoudige vragenlijst. Daar staan vragen in zoals: ‘slaap je goed?’’ Of heb je mensen die je kunnen helpen?’ Het is de bedoeling dat de patiënten die op voorhand invullen. Daarna gaan ze in gesprek met de zorgverlener over de resultaten. Het is zeker geen scoring, het gaat erover wat de patiënt zelf van zijn gezondheid vindt. Deze flyers en vragenlijsten liggen in de wachtkamer en in elk kabinet van een zorgverlener. We organiseerden ook een MDO+ voor bepaalde patiënten.”
Wat is een MDO+?
“Een multidisciplinair overleg over positieve gezondheid. Tijdens zo’n MDO+ hebben we een gesprek van een uur met de patiënt over zijn spinnenweb. De patiënt komt met een ondersteuner of vertrouwde zorgverlener en er wordt gereflecteerd over zijn gezondheid. De patiënt heeft de regie, dat is heel belangrijk. De patiënt staat centraal en de zorgverleners nemen een passievere houding aan. Het gaat erom reflectie te stimuleren en patiënten te motiveren om acties te ondernemen.”
“Patiënten moeten ook voldoende cognitieve gezondheids- en taalvaardigheden hebben om het gesprek te kunnen aangaan”
Femke Deboutte, kinesist en gezondheidspromotor bij WGC De Ridderbuurt
Wat zijn randvoorwaarden voor een goed MDO+?
“We vertrekken niet vanuit een specifieke zorgnood, dat is een verschil met een standaard MDO. Het draait om zelfreflectie. Dat vraagt ook een mindshift bij zorgverleners. Een collega zei mij dat ze het soms moeilijk vond om niet steeds zelf het woord te nemen. Patiënten verwachten dit soms ook. Zij moeten ook voldoende cognitieve gezondheidsvaardigheden en taalvaardigheden hebben om het gesprek te kunnen aangaan.”
Welke effecten had dit?
“De patiënt was altijd tevreden na zo’n MDO+. Zo durfde één van hen bijvoorbeeld voor de eerste keer de stap zetten naar een psycholoog. Er is ook al eens doorverwezen naar een Bewegen Op Verwijzing-coach of GTB, dat is begeleiding naar werk of studies. Maar een MDO+ is niet resultaatsgericht, het doel is niet om nieuwe acties te ondernemen. Het gaat over inzicht verwerven en de doelen van de patiënt in kaart brengen.”
“Positieve gezondheid is nu geïntegreerd in de opleiding voor nieuwe medewerkers en patiëntenparticipatie kreeg een prominente plaats in het beleidsplan”
Femke Deboutte, kinesist en gezondheidspromotor bij WGC De Ridderbuurt
Welke acties ondernamen jullie nog meer naar patiënten toe rond positieve gezondheid?
“We hebben de wachtzaal aangepast, het spinnenweb op de muur geschilderd en de icoontjes van positieve gezondheid in onze flyers gezet. Bij de inschrijving in ons centrum wordt er ook verwezen naar positieve gezondheid. We organiseerden ook workshops samen met de gezondheidsconsulenten van de CM. Dit is allemaal gebaseerd op materiaal dat al in Nederland bestond.”
En op organisatieniveau?
“We hebben een e-learning van het Vlaams Instituut Gezond Leven gevolgd om te groeien als gezondheidsvaardige organisatie. Door groeidoelen en acties te bepalen, is positieve gezondheid nu geïntegreerd in de opleiding voor nieuwe medewerkers. Patiëntenparticipatie heeft ook een prominente plaats gekregen in het beleidsplan en de term ‘gezondheidsvaardige organisatie’ is opgenomen in ons beleidskompas. Daarnaast proberen we de buurt te ondersteunen om te werken rond positieve gezondheid.”
Op welke manier?
De Leuvense buurtwerkingen kregen een vorming over positieve gezondheid. Dat zijn belangrijke partners en zo waren zij op de hoogte van onze plannen en visie. De buurtwerkingen zijn ook gaan kijken welk aanbod er is op elk domein van positieve gezondheid. Daarna hebben we via sessies met buurtwerkers én buurtbewoners nagedacht over wat er nog nodig is. We hebben samen met een patiënt ook een artikel geschreven voor WijZijnStaf, een magazine dat begeleid wonen ondersteunt. Die patiënt had een MDO+ gevolgd en wou hierover vertellen.”
“Om draagvlak te creëren bij je team, moet je goed weten wat er bij hen leeft en waar er energie zit”
Femke Deboutte, kinesist en gezondheidspromotor bij WGC De Ridderbuurt
Wie was nu allemaal bij dit project betrokken?
“De acties zijn vooral ondernomen door drie projectmedewerkers uit de drie verschillende WGC: Caleido, de Ridderbuurt en de Central. Zij werden ondersteund door een interne werkgroep van enkele medewerkers uit het WGC. Deze mensen waren een belangrijke succesfactor. Om draagvlak te creëren bij het team, moet je immers goed weten wat er bij hen leeft en waar er energie zit. Daarnaast hadden we ook nog een ruimere stuurgroep met externe partners, zoals een Leuvense buurtwerker en de UCLL Hogeschool. Zij ondersteunden ons op het Leuvense niveau.”
Hielp de werkgroep ook met het draagvlak binnen het WGC?
“Ja, we hebben het ook echt voorgesteld als een cadeautje, zowel voor de patiënten als voor de zorgverleners. Dat hielp om collega’s mee op de kar te krijgen. Via een focusgroep hebben we de patiënten ook bevraagd over hoe we dit thema kunnen laten leven in het WGC. Zij vonden de zichtbaarheid zeer belangrijk.”
“We willen allemaal lang over positieve gezondheid praten met patiënten, maar de tijdsdruk is enorm, zeker bij huisartsen”
Femke Deboutte, kinesist en gezondheidspromotor bij WGC De Ridderbuurt
Welke drempels ervaren jullie?
“Het is niet voor iedereen evident om een gesprek over positieve gezondheid te starten met een patiënt. Je moet dat oefenen en sommigen gebruiken het al meer dan anderen. Daarom houden we twee keer per jaar refresh-momenten, zodat het niet op de achtergrond verdwijnt. We halen het spinnenweb er weer bij en wisselen gesprekstechnieken uit. We willen ook zeker niet de verantwoordelijkheid bij het individu leggen, dat is de valkuil met zo’n model. De maatschappij moet ervoor zorgen dat mensen kunnen investeren in die verschillende pijlers.”
Wat nog?
“Ik denk vooral: tijd. We willen allemaal lang over positieve gezondheid praten met patiënten, maar de tijdsdruk is enorm, zeker bij huisartsen. Daarom dat we het ook breder hebben getrokken dan het individueel consult. We hebben het laten leven in de wachtzaal met flyers en tijdens het MDO+. Het model blijft voor sommige patiënten ook moeilijk begrijpbaar, wegens cognitieve vaardigheden, wegens taal. Een patiënt moet ook de mentale ruimte hebben om aan zelfreflectie te doen.”
Hoe willen jullie in de toekomst verder groeien als gezondheidsvaardige organisatie?
“We willen deze werking nog meer verankeren. De UCLL heeft voor ons ook aanbevelingen geformuleerd, op basis van interviews met patiënten en zorgverleners. Het concept van positieve gezondheid moet namelijk in de eerste plaats duidelijk zijn voor de patiënt. Daarnaast moeten we de onderlinge samenwerking versterken, zowel in eigen huis als erbuiten, zoals met buurwerkingen. Misschien kunnen we daar zaadjes planten, zodat ook zij aan de slag gaan met positieve gezondheid. Hoe meer hierrond leeft, hoe makkelijker het voor de patiënt wordt om mee te zijn met het concept.”
Welk advies heb je voor andere eerstelijnsorganisaties?
“Het is belangrijk om draagvlak te creëren. Onderneem niets als je de goesting en energie niet voelt bij de medewerkers. Informeer ook je partners over wat je doet en nodig hen uit om mee te participeren. Je moet ook op elk niveau investeren om iets te laten groeien, zowel op dat van de patiënt en de zorgverlener als dat van de organisatie. Daarnaast is het ook belangrijk om de aandacht voor het thema in functies te gieten, zodat het in het takenpakket zit van een gezondheidspromotor of een zorgcoördinator en dat het structureel op de agenda komt. Anders verwateren dingen.”
Aan de slag!
Wil je zelf groeien als gezondheidsvaardige organisatie binnen de eerste lijn?