Het financiële plaatje van preventie van mentale problemen

Preventief investeren in mentaal welbevinden voorkomt hogere kosten later. 

Een bevolking die zich mentaal niet goed voelt (bv. Van depressie en burn-out tot zich ongelukkig voelen) heeft invloed op alle niveaus: van gezinnen tot hele economieën. OESO-cijfers tonen dat psychische aandoeningen tot 4% van het BBP kunnen kosten. Niet enkel door zorguitgaven, maar ook door productiviteitsverlies, hogere werkloosheid en schooluitval. 

Dit biedt kansen, want veel van deze lasten zijn vermijdbaar. Door mentale gezondheid prioriteit te geven, voorkomen we niet alleen persoonlijk leed, maar creëren we ook economische ruimte voor andere maatschappelijke uitdagingen. 

Die investering lijkt zich te vertalen in een 1 op 4 (en sommige gevallen zelfs 5) verhouding: 
1 geïnvesteerde dollar kan een besparing van 4 tot 5 dollar opleveren, doordat mensen bijvoorbeeld langer actief blijven, minder zorg nodig hebben en beter functioneren op school en werk. 

Uit Nederlands cijfers blijkt dat wanneer we de mentale gezondheid van de bevolking met slechts 1% zouden verhogen, de maatschappelijke kosten met zo’n €50 per persoon per jaar zouden verlagen. Dit zou neerkomen op een jaarlijkse  besparing van €500 miljoen.