Je goed voelen

Je goed voelen: wat begrijpen we daar precies onder? Is dat ‘je niet slecht voelen’? Of: ‘constant op wolkjes lopen’? Geen van beide eigenlijk. Ontdek hier wat een goed gevoel hebben betekent. En waarom het zo baanbrekend belangrijk is.

Wanneer we in het dagelijkse leven spreken over ‘geluk’, dan bedoelen we meestal dat we genot ervaren en dat we ons goed voelen. Hiermee verwijzen we naar het ervaren van positieve emoties: vreugde, blijdschap, hoop … Deze positieve gevoelens dragen inderdaad sterk bij tot ons geluk en niet alleen omdat ze ons een prettig gevoel geven. Ze zorgen ervoor dat we creatiever denken, meer interesse tonen, onze blik verruimen … Dat zorgt er dan weer voor dat we boeiende dingen doen en meemaken, kansen zien (en grijpen), waardevolle contacten leggen met anderen … allemaal dingen die ons een goed gevoel geven.

Het bouwblok ‘je goed voelen’ in de geluksdriehoek omvat meer dan alleen het ervaren van positieve gevoelens. Het gaat ook over het toelaten, aanvaarden en omgaan met negatieve gevoelens. Want die zijn er ook. We kunnen ze niet uit ons leven bannen en als we dat toch proberen, zullen we daar zo hard op focussen dat er niet veel ‘geluk’ meer overblijft. Geluk zit dus ook in het kunnen aanvaarden van en omgaan met negatieve emoties. Verdriet, boosheid, jaloezie … hebben ook bestaansrecht en dragen bij tot wie we zijn. Zolang ze draaglijk blijven en in balans zijn met de positieve gevoelens, natuurlijk.

Goesting hebben in … en content zijn met … zijn woorden en uitdrukkingen die we vaak gebruiken en die we terecht linken aan ons geluksgevoel. Tevreden zijn met je leven, er zin in hebben, nieuwsgierig zijn en interesse tonen in wat het leven biedt, dragen dan ook sterk bij tot je goed voelen.

In het bouwblok ‘je goed voelen’ staan drie icoontjes met telkens een vraag bij. Deze icoontjes verwijzen naar een bepaald gedrag of competentie: wat kan je doen of wat moet je kunnen om deze blok stevig op te bouwen?

‘Je goed voelen’ heeft te maken met de competenties ‘aandachtig, niet beoordelend aanwezig zijn in het hier en nu’, ‘mild zijn voor jezelf’ en ‘emotioneel evenwicht bereiken’. Ze zitten vervat in volgende drie vragen:

  • De vraag ‘Wat helpt je om je gedachten los te laten?’ gaat in de eerste plaats over het bewust aandacht geven aan wat er hier en nu is, zonder daar meteen een oordeel of mening over te hebben. Een belangrijke, maar vervelende eigenschap van ons hoofd is dat onze gedachten de neiging hebben om af te dwalen. Dat gegeven op zich is al jammer, maar het feit dat onze gedachten vooral afdwalen naar vervelende zaken is dat des te meer. Het vermogen om in het hier-en-nu aanwezig te zijn en de zaken bewust te beleven, beschermt je daartegen. Je zal de zaken ook veel helderder beleven, waardoor deze eigenschap sterk bijdraagt tot dit bouwblok. Regelmatig je gedachten en emoties loslaten wil zeggen dat je ze ‘vanop afstand’ bekijkt. Zo verliezen ze ook impact en worden ze minder belangrijk. Het gevolg is dat je ze gemakkelijker kunt accepteren waardoor je (emotioneel) in evenwicht blijft.
  • ‘Ben je soms niet te streng voor jezelf?’ gaat over mildheid tonen naar jezelf. Heel wat mensen kennen wel dat stemmetje in hun hoofd dat hen non-stop influistert wat ze niet goed doen. Ze zijn gefocust op alles wat niet goed gaat. Door wat zachter of milder te zijn tegenover jezelf, toon je dat je jezelf aanvaardt. En dat zorgt voor een énorm sterk goed gevoel!
  • We stellen de vraag ‘Waar krijg jij energie van?’ bij dit bouwblok, omdat inzetten op die dingen die jou energie, goesting, een drive … geven voor een heel arsenaal aan positieve gevoelens kan zorgen. Als je goed weet welke dingen dat zijn en erop inzet, kan je én het goede gevoel vasthouden én ervoor zorgen dat een minder moment (dat er absoluut kan en mag zijn) minder impact heeft op je geluksgevoel. Het uiteindelijke doel is dat je erin slaagt een evenwicht te vinden tussen aangename en onaangename gevoelens, waarbij je kan genieten van de aangename gevoelens en je niet laat omverblazen door de onaangename gevoelens.