Rookgedrag hangt sterk samen met maatschappelijke kwetsbaarheid. Mensen met een lager inkomen, beperkte scholing, mentale gezondheidsproblemen of een instabiele leefsituatie roken vaker en intensiever. Factoren zoals armoede, stress, sociale omgeving en beperkte toegang tot hulp versterken dit gedrag. Kwetsbaarheden stapelen zich vaak op, waardoor de kans op roken en de gezondheidsrisico’s toenemen. Deze ongelijkheden beginnen al vroeg in het leven en blijven doorwerken, wat leidt tot grotere verschillen in gezondheid en levensverwachting tussen sociale groepen. 

Hoe kwetsbaarder iemands positie en leefsituatie is, hoe groter de kans dat deze persoon rookt. En hoe groter de kans op ziekte en vroegtijdige sterfte als gevolg van roken. De mensen die vandaag nog roken, horen steeds meer tot groepen die bepaalde risico’s kennen, waarbij die risico’s elkaar ook kunnen versterken.

Roken en welvaart

Sciensano toont in een recente studie aan hoe de link tussen roken en welvaart in ons land bestaat. Welvaart en sterfte hangen sterk samen. De hogere sterftegraad in de minst welvarende wijken en de oorzaken van die sterfte hebben vooral te maken  met tabaksgerelateerde doodsoorzaken. 

In Vlaanderen beschikken we niet over concrete cijfergegevens die de link tussen roken en welvaart en armoede verduidelijken. Maar we hebben wel cijfers over het verband tussen roken, inkomensgroep en huishoudelijk budget. Dat laatste is wellicht een tijdelijke parameter voor iemands financiële toestand.  

Op basis van eigen analyses van het Huishoudbudgetonderzoek (HBS) stellen we vast dat de gemiddelde jaarlijkse uitgave voor tabak per huishouden in Vlaanderen 209 euro bedraagt. Dat is 0,5% van de totale consumptie, die 45.234 euro bedraagt).

Als we kijken naar de inkomenskwartielen, zien we dat de huishoudens met een inkomen dat zich situeert in de laagste twee kwartielen gemiddeld relatief dubbel zoveel van hun gezinsbudget uitgeven aan tabak, in vergelijking met huishoudens met een inkomen uit het hoogste kwartiel.

Een aantal andere opvallende gegevens:

  • In éénoudergezinnen gaat, in vergelijking met gezinnen met twee ouders, gemiddeld een dubbel zo groot aandeel van het gezinsbudget naar tabak. 
  • Kijken we naar de cijfers op basis van de beroepsstatus van de referentiepersoon van het huishouden30, dan wordt in huishoudens met een referentiepersoon die ‘werkloos’ is of een ‘andere niet-actieve’, een veel hoger aandeel van het gezinsbudget aan tabak besteed: bijna vijf keer hoger voor de categorie ‘werkloos’ en drieënhalf keer hoger voor de categorie ‘andere niet-actieve’, in vergelijking met de categorie ‘loontrekkende’. 
  • In huishoudens waar de referentiepersoon huurder i.p.v. eigenaar is, is het aandeel van het gezinsbudget dat naar tabak gaat gemiddeld vier keer hoger. 
  • In huishoudens met twee of meer actieven is het aandeel van het gezinsbudget voor tabak de helft minder dan in huishoudens waar niemand of één iemand werkt. 

Onderzoek in andere landen toont dat er een sterke link is tussen roken en armoede.

  • Zo leeft in Engeland een derde van de huishoudens waar wordt gerookt in armoede.
  • In Schotland zouden 63.000 mensen uit armoede kunnen raken als ze stopten met roken.
  • In het Verenigd Koninkrijk zouden een miljoen mensen niet langer in armoede leven als er niet meer werd gerookt.

Roken en mentale gezondheid

Vlaamse rokers geven vaker dan niet-rokers aan dat ze een slechte mentale gezondheid hebben.35 41% van de huidige (dagelijks + occasionele) rokers doet dit, 43% van de dagelijkse rokers, 24% van de ex-rokers en 28% van de niet-rokers. In de volledige volwassen bevolking in Vlaanderen gaat het over 29%. 

Personen met een slechte geestelijke gezondheid roken significant vaker dan personen met een goede geestelijke gezondheid, respectievelijk 19,8% versus 11,8%. Als we kijken naar de geslachten, dan zien we dat 22,8% van de mannen met een slechte geestelijke gezondheid rookt versus 13,2% van de mannen met een goede geestelijke gezondheid. Bij de vrouwen gaat het over 17,6% versus 10%. 

Personen met een slechte geestelijke gezondheid roken ook vaker elke dag dan mensen met een goede geestelijke gezondheid, respectievelijk 13,4% en 7,2%. Bij de geslachten zien we opnieuw dezelfde trends: 14,8% van de mannen met een slechte geestelijke gezondheid rookt dagelijks versus 7,4% van de mannen met een goede geestelijke gezondheid. Bij de vrouwen gaat het over 12,3% versus 6,8%. 

Een factsheet over ‘roken en mentale gezondheid’ van de Engelse rookstoporganisatie ASH-UK36 legt de vinger op de wonde:  

  • Mensen met een mentale aandoening roken veel meer. 
  • Ze leven tien tot twintig jaar minder lang. 
  • Die verloren jaren zijn vooral het gevolg van het roken, niet van de aandoening zelf. 

Ongeveer een derde van de tabaksconsumptie in het Verenigd Koninkrijk gebeurt door mensen met een mentaal gezondheidsprobleem. Vergeleken met de algemene populatie is de tabaksprevalentie in deze groep meer dan het dubbele. Ook cijfers uit de Verenigde Staten tonen deze grote verschillen aan. 

De link tussen roken en mentale gezondheidsproblemen wordt sterker als het probleem ernstiger wordt, met de hoogste rookcijfers bij patiënten in psychiatrische centra. Maar de factor mentale gezondheid speelt vaker en overal: er is een bredere link tussen méér roken en verschillende gradaties van ‘minder goed in zijn vel zitten’. En vermoedelijk in twee richtingen: roken zélf heeft waarschijnlijk ook een negatieve impact op (het verslechteren van) het mentaal welbevinden.

In het Verenigd Koninkrijk is de tabaksprevalentie zeer hoog bij arme volwassenen met een mentale stoornis, in vergelijking met de algemene groep van volwassenen met deze stoornis. Tussen de 900.000 en 1.200.000 mensen met een ‘common mental disorder’ leven er in armoede én roken. Waarom die sterke link tussen mentale gezondheid, armoede, gezondheidsongelijkheid en roken?

  • De risicofactoren van mensen met mentale gezondheidsproblemen zijn sterk gelinkt aan sociale ongelijkheid en sociaaleconomische status (SES). Mensen met psychische aandoeningen zijn vaker werkloos, krijgen vaker financiële steun en leven meer in armoede.
  • Omgekeerd leidt armoede tot een hoger risico op problemen met mentale gezondheid. Mensen in deze situatie roken ook veel meer.
  • Roken hangt voor kwetsbare groepen, die een relatief groot deel van hunt inkomen besteden aan tabak, samen met een extra risico op armoede.

Engels onderzoek schat dat rokers met psychische aandoeningen wel 2.200 pond per jaar aan tabak uitgeven, waardoor naar schatting 130.000 mensen met een veel voorkomende psychische stoornis in armoede terechtkomen.

Bredere kwetsbaarheid en roken

Niet alleen een kwetsbare mentale gezondheid en armoede, ook veel andere, en vaak onderling samenhangende, aspecten van een maatschappelijk kwetsbare identiteit hangen samen met méér roken.  

Volgens de Engelse rookstoporganisatie ASH-UK zijn de volgende indicatoren van deprivatie en marginalisatie gelinkt aan hogere cijfers voor tabaksgebruik:  

  • werkloosheid 
  • dakloosheid 
  • gevangenschap 
  • in contact komen met justitie 
  • wonen in een sociale woning 
  • ongeschoold zijn 
  • alleenstaande ouder zijn 
  • behoren tot de LGBT-gemeenschap 
  • behoren tot bepaalde groepen met een andere etnische achtergrond 
  • verblijven in de bijzondere jeugdzorg 

Ongelijkheden door tabak spelen een heel leven

Ongelijkheden die samenhangen met tabaksgebruik beginnen voor de geboorte en spelen gedurende de hele levensloop een rol: 

  • in de kindertijd; 
  • bij het beginnen met roken op (doorgaans) minderjarige leeftijd; 
  • bij het stoppen met roken; 
  • en bij het ontstaan van de gezondheidsproblemen als gevolg van roken.  

Hieronder vind je een voorbeeld van een levensloopbenadering toegepast op roken door de WHO. Dit laat duidelijk zien hoe de risico’s op ongezondheid als gevolg van rookgedrag zich opstapelen doorheen de verschillende levensfasen, dus over de tijd en generaties heen:  

Deze visuele voorstelling verheldert een aantal patronen:  

Kindertijd 

  • Meer blootstelling aan ouders die roken/rolmodellen die roken 
  • Meer kans op een moeder die rookt tijdens de zwangerschap 

Initiatie roken (beginnen roken) 

  • Meer kans op samenwonen en samenwerken met mensen die roken 
  • Minder bekend met de schade van roken 
  • Minder het gevoel controle te hebben over het eigen leven 
  • Meer kans op het ervaren van chronische stress 

Stoppen met roken 

  • Sterkere nicotineafhankelijkheid 
  • Minder kennis over hoe aan goede hulp te raken 
  • Ervaren van minder aanmoediging en sociale steun bij het stoppen 
  • Minder kans dat er geld is voor rookstopmedicijnen van de apotheek (nicotinevervangers die gebruikt worden bij het stoppen met roken of NRT) 

Gezondheidsproblemen door roken 

  • Hogere kans op andere gezondheidsproblemen die verergeren door roken 
  • Hogere kans op wonen in een slechte woning 
  • Hogere kans op beperkte toegang tot gezondheidsdiensten 
  • Hogere kans op financiële problemen als gevolg van ziekte 

In deze voorstelling wordt al duidelijk welke factoren een rol spelen bij méér roken door mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties:  

  • de sociale determinanten van gezondheid; 
  • omgevingsfactoren die een negatieve impact hebben; 
  • de sterke tabaksafhankelijkheid. 

Meerdere kwetsbaarheden = meer kans op roken

Binnen deze levensloop speelt er ook een cumulatief effect: negatieve invloeden stapelen zich op en versterken elkaar. 

Het opstapelen van factoren en kenmerken die kwetsbaarheid bepalen, hangt zo samen met een hogere kans op tabaksgebruik. De meest kwetsbare mensen in onze samenleving hebben de grootste kans om roker te zijn.  

Lees hier meer over maatschappelijke kwetsbaarheid en risicogroepen