De meeste mensen die roken zijn er als tiener mee begonnen. Volgens de gezondheidsenquête van Sciensano rookt de Vlaming zijn eerste volledige sigaret op de leeftijd van ongeveer 16 jaar.

Van niet-roker naar dagelijkse roker

Niemand zegt ooit: "Ik word een kettingroker!" Nee, elke roker start met één sigaretje. Maar met de jaren komen er vaak meer en meer sigaretten bij. Gemiddeld zit er twee à drie jaar tussen de eerste sigaret en regelmatig roken. Het traject naar een dagelijks pakje verloopt in verschillende fases. Namelijk:

  • Fase 1: van niet-roker naar het eerste trekje
  • Fase 2: van het eerste trekje naar experimenteren
  • Fase 3: van experimenteren naar regelmatig roken
  • Fase 4: van regelmatig roken naar dagelijks roken

Per fase zijn er andere factoren die beïnvloeden of iemand al dan niet blijft roken. Een belangrijke factor die van iemand een dagelijkse roker maakt, is de verslavende stof nicotine die van nature in tabak aanwezig is. Nicotine maakt in de hersenen een grote hoeveelheid dopamine vrij, waardoor de roker in een gelukkige roes komt. Hoe meer je rookt, hoe meer je lichaam gewend raakt aan nicotine en dus ook dopamine. Gevolg: je moet méér roken om diezelfde gelukkige roes te krijgen. Zeker voor jongeren is de nicotineshot van sigaretten gevaarlijk. Ontdek hier hoe dat komt. Naast nicotine zijn er nog andere factoren die het rookgedrag beïnvloeden.

Welke factoren hebben een invloed op je rookgedrag?

Nieuwsgierig naar een (e-)sigaret? Moeite om een aangeboden trekje te weigeren? Blijf je roken? Dat hangt af van verschillende factoren die het gedrag beïnvloeden. Om eender welk gedrag te stellen, moet er aan drie voorwaarden voldaan worden. Voor rookgedrag geldt dit ook. Het Gedragswiel vat deze voorwaarden samen:

  1. De competenties: de vaardigheden, zowel fysiek als psychologisch, om de sigaret te weigeren en rookvrij te blijven.
  2. De drijfveren: motivatie die je hebt om die sigaret al dan niet aan te nemen, de drang om te blijven roken of het voornemen (de wil?) om ermee te stoppen.
  3. De context: datgene dat het mogelijk maakt om te roken, om niet te (blijven) roken of die er zelfs toe aanzet.

Er kan op deze voorwaarden ingespeeld worden. Zo kan jij helpen om de kans op een rookvrij leven voor jou en je omgeving te vergroten. Lees hier hoe je dit doet.

Daarnaast is ook het genetische materiaal dat je van je ouders hebt geërfd belangrijk. Je genen bepalen mee of je al dan niet gevoelig bent voor nicotine. 

1. Competenties

Competenties zijn vaardigheden, zoals kritisch kunnen omgaan met informatie over gezondheid. Maar het is ook de nodige kennis hebben om een bepaald gedrag te stellen of je gedrag te veranderen of af te leren. Het houdt bovendien in dat je in staat bent om je eigen gedrag (bij) te sturen en met tegenslagen om te gaan. 

Omgaan met stress en negatieve emoties

Uit internationaal onderzoek blijkt dat er een verband is tussen roken en gelukkig zijn. Zo roken mensen die gelukkiger zijn minder. Voor vele rokers wordt de sigaret een manier om met tegenslagen en stress overweg te kunnen. Rokers die willen stoppen, moeten een andere manier vinden om met hun stress om te gaan. Lees meer over roken en stress.

2. Drijfveren

Een drijfveer is iets wat je motiveert om een gedrag te stellen, zoals roken. Drijfveren kunnen bewust zijn, iets waar je over hebt nagedacht, zoals: “Ik vind het belangrijk om gezond te zijn, daarom rook ik niet.” Vaak zijn drijfveren ook automatisch en impulsief, bv. zonder nadenken een sigaret opsteken omdat je nerveus bent of omdat je gezelschap het ook doet). In vele gevallen ontstaat er een tweestrijd tussen de bewuste, rationele drijfveren (vaker gericht op gezond gedrag) en de automatische, impulsieve drijfveren (meestal gericht op ongezond gedrag). 

Automatische impulsen

Waarom neem je die sigaret aan die je aangeboden wordt op een fuif? Je denkt er vaak niet bewust bij na. Iedereen trekt aan die sigaret, jij dus ook. We zitten vol met vertekende patronen die onze keuzes beïnvloeden. Zo zijn we geneigd om de optie te kiezen die de meerderheid kiest. Dus als iedereen aan die sigaret trekt, is de kans groter dat jij het ook zal doen. Dat is een automatisch proces.

Ook gewoontes spelen een rol. Als je een paar keer op het perron een sigaret opsteekt, dan doe je dat na een tijdje automatisch van zodra je op het perron komt. Want er wordt een link gelegd tussen roken en het perron. Je voelt op die plek een enorme drang naar een sigaret. 

Je lichaam snakt naar nicotine

Roken is een verslaving. Een van de criteria die roken een verslaving maakt, is het verlies van controle over je rookgedrag. Je wilt niet meer roken, maar voor je het goed en wel beseft, sta je daar weer met een sigaret in de hand. Een ander voorbeeld van dit controleverlies: je begint met eentje op een fuif en een jaar later sprint je, zonder het goed te beseffen, van zodra je kan naar buiten om een sigaret op te steken. Nicotine is bijna even verslavend als crack en heroïne. Bij veel rokers beheerst tabak dus al snel hun hele leven. 

Daarnaast zorgt nicotine voor een goed gevoel als je rookt. Hoe meer je rookt, hoe meer je lichaam gewend raakt aan deze stof en er steeds meer van wilt. Als je dan niet rookt en er dus geen nicotine in je bloed komt, krijg je het onaangename verlangen naar een sigaret. Je drang om te roken wordt groter. 

Daarnaast hebben sigarettenfabrikanten hun producten zo ontworpen dat de nicotine zo snel mogelijk in de hersenen komt. Hierdoor stijgt de kans op verslaving.

Bewuste motieven om (niet) te roken

De attitude die je tegenover roken hebt, of je opvatting erover, bepaalt mee of je een sigaret al dan niet aanneemt. Ben je radicaal tegen roken, dan is de kans kleiner dat je ermee begint. Denk je eerder dat een sigaret geen kwaad kan, dan is drempel om de aangeboden sigaret aan te nemen lager. 

Hetzelfde geldt voor het verwachte resultaat van het roken van een sigaret. Zo kan je een sigaret proberen omdat de jongen of het meisje waar je een oogje op hebt ook rookt. Je hoopt zo gemakkelijker een date te scoren. Of je rookt omdat je denkt dat je erdoor vermagert. Vaak wordt roken een deel van mensen hun identiteit. Het wordt een kenmerk van wie ze zijn. Dat maakt stoppen extra moeilijk. Daarnaast blijkt dat jongeren zich niet zien als ‘rokers’. Ze verschuilen zich achter termen zoals ‘gelegenheidsroker’ of ‘sociale roker’. Ze willen niet dat roken deel uitmaakt van hun identiteit. Tot het moment waarop ze wel moeten toegeven dat ze verslaafd zijn.

Naast de kortetermijngevolgen zoals gele tanden, sneller buiten adem zijn, zich minder goed kunnen concentreren, minder smaken … zijn de meeste gevolgen van roken pas op lange termijn merkbaar.  Denk aan kankers, hart- en vaatziekten … Veel jongeren zijn niet bezig met die langetermijngevolgen. Wanneer je een sigaret aangeboden krijgt, lijken de mogelijke gevolgen nog ver weg. Maar bij een sigaret komen er meer dan 4.000 chemische stoffen in je lichaam, waarvan er minstens 250 schadelijk zijn. Ook wordt vaak onderschat hoe verslavend de sigaret is en hoe gevoelig je voor de schadelijke gevolgen bent. Eentje kan dus echt wél kwaad. 

Het vertrouwen dat je hebt in jezelf om een sigaret te weigeren bepaalt mee of je begint met roken of niet. Heb je veel vertrouwen dat je een sigaret kan weigeren, dan ga je dit ook effectief sneller doen. Dit vertrouwen kan doorheen de tijd veranderen.

3. Context

Ook factoren buiten jou bepalen mee of je die eerste sigaret aanneemt of niet. Je wordt sterk beïnvloed door je omgeving, zeker bij jongeren is dit het geval. Er worden vier soorten context onderscheiden: fysieke, sociale, economische en politieke context. Allen hebben ze een invloed op het al dan niet beginnen met roken.

Fysieke context: sigaretten kan je overal kopen

Het is gemakkelijk om aan sigaretten te geraken. In ons land zijn ze overal verkrijgbaar. Onderzoek bewijst dat er een link is tussen het aantal verkooppunten en het rookgedrag. Als er veel verkooppunten in je buurt zijn, is de kans groter dat je eens een sigaret probeert en ermee experimenteert. Met een mogelijke verslaving tot gevolg. Doordat de vele verkooppunten in je buurt tabak zichtbaar uitstallen, wordt roken gezien als iets doodnormaals. En dat terwijl het eigenlijk een dodelijke verslaving is.

Sociale context: als vrienden en familie roken, is de kans dat jij het ook doet veel groter

De norm die er heerst rond roken, of hoe je deze ervaart, bepaalt mee of je begint met roken. Als jongeren veel mensen zien roken, gaan ze roken als iets normaals beschouwen en sneller een aangeboden sigaret aannemen. Zien roken doet roken. Jongeren kopiëren gedrag. Uit onderzoek van de VAD blijkt dat veel jongeren denken dat veel mensen al eens aan een sigaret hebben getrokken. 

Ook de druk of invloed die je van anderen ervaart, kan ervoor zorgen dat je die eerste sigaret zal aannemen. Jongeren zijn vaak op zoek naar hun plaats in de groep. Ze willen zich profileren en kunnen door hun omgeving gepusht worden om die eerste sigaret aan te nemen als deze door vrienden wordt aangeboden. Door te roken willen ze volwassener overkomen. 

Ouders en vrienden hebben ook een belangrijke invloed. Want jongeren met rokende ouders hebben een positiever beeld van sigaretten en zijn al gewoon aan sigaretten(rook). Zij zullen dus gemakkelijker naar een sigaret grijpen. Het is wetenschappelijk bewezen dat er een link is tussen het hebben van rokende ouders en vrienden en zelf roken. Zien roken, doet  zelf roken. Sommige jongeren hebben het idee dat ze evengoed zelf kunnen roken omdat ze opgegroeid zijn in een huis vol rook. Volgens hen hebben ze toch al gezondheidsschade. 

Ook op sociale media, in films, games en videoclips vind je berichten en beelden die roken promoten. Denk maar aan celebrities die foto’s waarop ze roken posten op hun Instagram. Jongeren kijken op naar deze mensen. Roken wordt in die posts vaak voorgesteld als iets sexy en plezierigs, iets wat gelijk staat aan vrij en onafhankelijk zijn. Roken wordt voor hen dan positiever. Dit is gratis reclame voor de tabaksindustrie (of de tabaksindustrie betaalt ervoor). Op die manier kan een jongere geïnteresseerd geraken om het zelf te proberen.

Economische context: reclame en lage prijs zetten je aan het roken

De prijs van een pakje sigaretten bepaalt mee of je begint met roken en of je ermee stopt als je al rookt. In België is de prijs voor een pakje sigaretten laag in vergelijking met de buurlanden. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is een prijsverhoging een van de meest effectieve manieren om jongeren van de sigaret weg te houden. 

Daarnaast mogen verkooppunten nog altijd reclame maken voor tabak. Kinderen en jongeren die deze reclame geregeld zien in hun krantenwinkel bijvoorbeeld, die experimenteren vaker met roken dan jongeren die die tabaksreclame minder zien. 

Politieke context: maatregelen kunnen beter

De politieke context is het geheel van regels, wetten en aanbevelingen die overheden maar ook scholen, verenigingen, ziekenhuizen … volgen. Denk aan maatregelen zoals de tabaksverkoop toestaan aan minderjarigen, (het invoeren van) neutrale standaardverpakkingen, het rookverbod op school … Maar het kan ook een bedrijf zijn dat zijn terrein rookvrij maakt of een gemeente die tabak op haar speeltuinen verbiedt. 

Bezint voor je begint

Verschillende factoren samen bepalen dus of je ooit een dagelijkse roker wordt. Een ‘onschuldige’ sigaret kan leiden tot een levenslange verslaving. Door een aantal van deze factoren aan te pakken, vergroot jij je kans en die van mensen in je omgeving om rookvrij te blijven. Ontdek hoe je dit doet