Waarom roken mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties méér?
Mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties roken vaker door vier samenhangende factoren. Ten eerste spelen ongunstige sociale determinanten zoals armoede, slechte woonomstandigheden en stress een grote rol. Ten tweede beïnvloedt een rokende sociale omgeving het gedrag en maakt zij stoppen moeilijker. Daarnaast is de tabaksafhankelijkheid bij deze groepen vaak sterker, mede doordat roken als copingmechanisme wordt gebruikt. Tot slot zijn antitabaksmaatregelen en campagnes minder aangepast aan hun noden, waardoor ze minder effect hebben en ongelijkheden blijven bestaan.
Sociale determinanten van gezondheid
Gezondheidsdeterminanten beïnvloeden de gezondheid van individuen en sociale groepen. Sommige daarvan zijn sociale determinanten. De verschillen in gezondheid die in grote mate samenhangen met de omstandigheden waarin mensen geboren zijn en opgroeien, kunnen vermeden worden. De WHO stelt duidelijk dat deze gezondheidsverschillen onrechtvaardig zijn.
Roken gedijt goed in moeilijkere levensomstandigheden
Slechtere leef-, woon- en werkomstandigheden, gebrek aan sociale steun, minder toegang tot de gezondheidszorg, … hangen sterk samen met meer en intensiever roken.
De negatieve impact van de sociale omgeving
Het lukt rokers in maatschappelijk kwetsbare situaties minder goed om te stoppen dan andere mensen die roken. Dat kan deels door persoonlijke factoren komen, zoals te weinig geloof in eigen kunnen, stress en verveling en moeilijkheden bij het volhouden van rookstopbehandeling. Soms lijkt roken inderdaad een deel van iemands individuele identiteit. Maar de vraag moet meteen worden gesteld: wat is individueel en wat wordt bepaald door de omgeving?
Roken wordt immers zeer sterk bepaald door de sociale omgeving.
Sociaal-culturele omgeving heeft enorme impact op rookgedrag
Zijn er veel rokende vrienden? Roken de ouders? Groeit iemand op of leeft iemand in een cultuur waarin roken nog vaak voorkomt of zelfs de norm is? Dan is de kans dat iemand zelf ook begint te roken of niet stopt met roken veel groter.
Uit het kwalitatieve onderzoek TabakTalks van Sciensano blijkt opnieuw hoe sterk de sociale omgeving rookgedrag meebepaalt. Die kan een dubbele rol spelen:
- een rookvrije omgeving of steun van de omgeving (partner, vrienden, familie …) kunnen stoppen met roken vergemakkelijken;
- of een rokende omgeving en sociale situaties waarin roken normaal is, kunnen het verlangen naar een sigaret net versterken. Sociale druk beïnvloedt dan vaak de keuze om niet te stoppen. Een rokende omgeving belemmert de motivatie om te stoppen.
Hoe oefent iemands sociaal-culturele omgeving invloed uit?
- Via de sociale norm: deze geeft weer welk soort gedrag wel of niet aanvaardbaar en gewenst is, en dit op basis van ingeburgerde regels, de mening van de meerderheid in de samenleving of die van een bepaalde groep. Roken wordt vandaag door de brede samenleving niet meer aanvaard (en gedaan), maar vaker wel nog in de sociale omgeving van risicogroepen die méér roken.
- Via sociale invloed: deze verwijst naar de steun of druk die mensen ervaren m.b.t. roken/niet-roken vanuit de onmiddellijke omgeving (vrienden, familie, collega’s, …) of vanuit de ruimere sociale context (verenigingsleven, cultuur, rolmodellen, …). Die invloed kan positief of negatief zijn, maar is voor mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties veeleer negatief.
- Via culturele invloeden: aangezien onze samenleving superdivers is, is het ook belangrijk om rekening te houden met het rookgedrag en de houding tegenover roken binnen verschillende culturen. Bij interventies kunnen mogelijke culturele drempels en taalbarrières in rekening worden gebracht.
Dat rookgedrag sterk wordt gestuurd en bepaald door een rokende sociale omgeving geldt voor de drie pijlers van elk tabaksbeleid: preventie, rookvrije omgevingen en stoppen met roken. Beginnen met roken gebeurt significant méér in een rookvriendelijke omgeving. Stoppen is voor volwassen rokers veel moeilijker in zo’n omgeving omdat die hen eigenlijk aanmoedigt om ermee door te gaan. Roken kan een gedeelde cultuur zijn, geassocieerd met affectie. Stoppen met roken kan dan ervaren worden als een afwijzing van de eigen (culturele) identiteit.
Directe omgeving voorspelt rookgedrag bij jongeren
In preventie speelt de omgeving een essentiële rol. Veel jongeren experimenteren met roken in de stap naar volwassenheid, maar slechts een minderheid wordt regelmatige en dagelijkse roker. Jongeren die toch blijven roken groeien vaak op in een omgeving met rokende ouders en vrienden. Hoe meer rokende ouders en hoe meer rokende en vapende vrienden jongeren hebben, hoe meer ze het zelf ook zullen doen.
Jongeren uit gezinnen waar beide ouders roken, hebben tot viermaal meer kans om zelf ook te beginnen roken. Ook uit de leerlingenbevraging (VAD) blijkt dat het rookgedrag van de ouders sterk het rook-en vapegedrag van jongeren bepaalt.
In rookvriendelijke gezinnen wordt roken vaak van generatie op generatie doorgegeven, in een proces dat al start vanaf de geboorte van het kind. Rookgedrag wordt er vaak bestendigd via socialisatie van tabaksvriendelijke waarden en normen. In die generatiecyclus wordt de jongste generatie vertrouwd gemaakt met tabak roken. Jongeren die opgroeien in een rokersomgeving denken vaak ook dat er in de brede samenleving veel meer rokers zijn dan in werkelijkheid het geval is.
Beginnen en blijven roken gebeurt dus dikwijls in een specifieke context. Sociale normen en invloeden spelen een heel belangrijke rol.
Niet meer de norm in de brede samenleving, wel nog in specifieke omgevingen
Een samenleving die steeds meer rookvrij wordt stimuleert en helpt:
- jongeren om niet te beginnen met roken;
- rokers om de klik te maken naar een rookvrij leven en een volgende stoppoging te doen (op weg naar de definitieve stop).
Hoewel sigaretten in ons land op te veel plaatsen verkrijgbaar blijven en zo nog steeds de indruk gewekt wordt dat het doodnormale producten zijn, is roken in de brede samenleving vandaag niet langer de norm. Dat is het gevolg van een halve eeuw strijd tegen roken en van de wetgeving rond rookvrije omgevingen die de voorbije decennia in voege trad. Denk aan het invoeren van een wettelijk rookverbod in cafés en restaurants. Dat heeft in ons land wellicht flink bijgedragen aan een compleet andere kijk op roken.
De norm van wél roken is er echter ook nog steeds vandaag, zij het minder zichtbaar, want gelinkt aan bepaalde sociale omgevingen waarin roken nog meer wordt geaccepteerd.
De auteurs van de laatste Gezondheidsenquête (Sciensano, publicatie 2025) omschrijven het zo: ”De resultaten van het onderzoek 2023-2024 bevestigen een algemene trend in de richting van minder roken in België. Deze positieve ontwikkelingen getuigen van een zekere doeltreffendheid van het antirookbeleid dat sinds 2006 wordt gevoerd. De afname van het roken vertraagt echter ten opzichte van de vorige periode (2008-2018), waardoor het bereiken van de doelstelling van de Interfederale strategie, die streeft naar minder dan 10% rokers in 2028, in gevaar komt. Er zullen inspanningen moeten worden geleverd om de preventie onder jongeren op te voeren, de toegang tot stoppen met roken – wat een lang proces is – te verbeteren voor de meest verslaafde rokers en de rokers uit de meest achtergestelde milieus, en sociale en regionale ongelijkheden te bestrijden door de maatregelen aan te passen aan de specifieke kenmerken van de regio's en kwetsbare groepen.”
Er moet inderdaad worden beklemtoond dat de percentages rokers in specifieke groepen aanzienlijk hoger zijn en blijven. Tegelijk geven veel mensen die roken aan zich vandaag geviseerd te voelen door de maatregelen die genomen worden om roken te ontmoedigen. Sommigen voelen zich de paria’s van de samenleving. Een signaal dat we ernstig moeten nemen, want we mogen rokers niet viseren. We moeten hen net helpen en ondersteunen. De meeste mensen die roken geven ook aan te willen stoppen.
Tabaksgebruik verder denormaliseren moet gebeuren zonder mensen die roken te stigmatiseren. In de literatuur hierover wordt gewezen op dat gevaar, vooral bij risicogroepen die méér roken.
De sterkere tabaksafhankelijkheid
Roken is een drug en gebruik leidt tot een sterke afhankelijkheid (verslaving). Roken is geen vrije keuze. Deze afhankelijkheid speelt nog meer bij mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. Omdat ze moeilijkere levensomstandigheden kennen, zijn ze gevoeliger voor verslaving. Die versterken de afhankelijkheid.
Zij krijgen te maken met een sterkere nicotineafhankelijkheid, er worden door hen meer sigaretten gerookt per dag, ze kennen meer zware rokers, ...
De Preventiebarometer van Sciensano (2025) bevestigt dat stoppen met roken een zware klus is (geworden):
- significant minder dagelijkse rokers dan in 2022 willen de komende 12 maanden volledig stoppen met roken;
- van de huidige rokers probeerden bijna 4 op 10 (38,9%) om minder te roken in het afgelopen jaar, maar nog geen 3 op 10 (27,4%) deden een poging om volledig te stoppen;
- in de komende 12 maanden hebben slechts 4 op 10 huidige rokers (40,7%) de intentie om minder te roken en maar 1 op 3 (35,6%) wil volledig stoppen;
- meer dan 7 op 10 (74,3%) huidige rokers die willen minderen, denken ook dat het niet zal lukken. Bij stoppen gaat het om meer dan de helft (55,4%). De grootste obstakels zijn eerdere mislukte pogingen (33,9%) en de fysieke afhankelijkheid van tabak (29,1%). Dagelijkse rokers vermelden deze twee redenen ook vaker dan in 2022;
- steun van vrienden en familie is voor rokers zeer belangrijk, ook dit werd vaker aangegeven dan in 2022;
- occasionele rokers tot slot, vinden stoppen veel minder moeilijk dan dagelijkse rokers.
Uit de meest recente Gezondheidsenquête (Sciensano, 2025) blijkt dat slechts 36% van de dagelijkse rokers probeerde te stoppen in het jaar voorafgaand aan de Gezondheidsenquête, maar er niet in slaagde. Slechts 13,4% van de dagelijkse rokers denkt dat ze in de komende 12 maanden zeker zullen stoppen, 25,4% ziet het als een mogelijkheid, 20,6% is het niet van plan en 40,6% weet het niet.
Het aandeel dagelijkse rokers dat in het afgelopen jaar een of meer stoppogingen heeft ondernomen, is hoger bij degenen met een diploma hoger onderwijs. En een sterkere stopintentie hangt ook samen met een hogere opleidingsgraad. Ook komt tabaksverslaving volgens deze Gezondheidsenquête significant vaker voor bij dagelijkse rokers met een lagere scholingsgraad.
Uit onderzoek blijkt dat bij stoppogingen door kortgeschoolden de kans op terugval groter is. Dat heeft dus ook te maken met factoren die direct gelinkt zijn aan de tabaksafhankelijkheid zélf, die sterker is.
Bron van troost en plezier in moeilijke levensomstandigheden
Uit TabakTalks, een kwalitatief onderzoek van Sciensano bij rokers en ex-rokers, blijkt dat mensen die roken naast negatieve ook positieve zaken associëren met tabaksgebruik: ontspanning, troost, plezier, … Roken werkt voor hen als een copingmechanisme, een manier om met moeilijke situaties om te gaan. Ook al zorgt roken op fysiek vlak net voor méér stress, het wordt toch als rustgevend ervaren.
Roken kan ook een (rituele) manier zijn om de tijd in te delen, met vaste rookmomenten tijdens de dag. Momenten die het verlangen naar een sigaret en het ritueel in stand houden.
Tabaksafhankelijkheid is ingewikkeld. Roken is ambivalent gedrag. Het leidt tot ziekte en sterfte en de meeste rokers willen af van de sigaret, maar tegelijk is het vaak een vorm van troost en genot, meer nog voor mensen en groepen in maatschappelijk kwetsbare situaties. Tabaksgebruik wordt door hen vaak ervaren als een manier om fysieke en psychologische pijn en stress te verminderen, een middel om de eigen stemming te verbeteren.
De sterkere afhankelijkheid, gelinkt aan fysieke en psychologische mechanismen, maakt het voor hen extra moeilijk om rationele keuzes te maken. Stoppen is ook daardoor vaak geen evidente optie.
Interventies om roken te ontmoedigen en stoppen aan te moedigen waren minder op maat van risicogroepen
Interventies om roken terug te dringen hielden in het verleden onvoldoende rekening met mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. Relatief meer rokers uit hoger opgeleide groepen stopten omdat interventies en campagnes hen meer bereikten.
Onderzoek toont aan dat bestaande interventies om te stoppen met roken nog steeds meer op maat van mensen met een diploma hoger onderwijs en mensen met beter ontwikkelde gezondheidsvaardigheden zijn. En dat interventies in die zin nog kunnen verbeteren.
Nemen we proportioneel universalisme als richtinggevend principe, dan kunnen we stellen dat mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties moeilijker bereikt worden met algemene en klassieke sensibilisering. Een aanbod dat voor iedereen toegankelijk (universeel) is, bereikt hen weliswaar ook, maar tegelijk is het nodig om in de toekomst sterker en bijkomend het aanbod (van interventies) te variëren, in functie van de specifieke ondersteuningsbehoeften van deze doelgroepen (proportioneel). Een aanpak die dus meer op maat is.