Jongeren starten niet met roken als dat hen niet interesseert of als ze er negatief tegenover staan. Sterke (en subtiele) sensibiliseringsacties zijn daarom nodig zodat jongeren niet zouden gaan experimenteren met sigaretten, vapors en de waterpijp. 

De eerste preventiecampagnes om jongeren over de gevaren van roken te informeren dateren van de jaren 80-90. Het uitgangspunt toen was: als jongeren de gevaren van roken kennen, zullen ze er nooit aan beginnen. Maar vandaag is dat niet meer voldoende. Zo goed als alle jongeren die nu roken, weten dat je er kanker van krijgt. Hen alleen informeren is dus niet genoeg: er is meer nodig om hen te overtuigen om niet te roken. Maar wat? Onderzoek wijst uit dat je beter meer inzet op attitudes/gevoelens, vaardigheden en de bestaande sociale norm, eerder dan te focussen op kennis

Jaren 90

Scholen en sociale media vormen annno 2020 dé plek bij uitstek om kinderen en jongeren te sensibiliseren. Hoorde je bijvoorbeeld al van het scholenproject ‘Bullshit Free Generation’ dat jongeren (12-18jaar) wil versterken als kritische, weerbare en rookvrije generatie? Of van de YouTube-campagne ‘Vloggers vs. Sigaretten’ die vieze stoffen uit sigaretten hekelt? Of de Instagram-serie ‘Instagefikst’ waar roken subtiel in aan bod komt?

Bfg

Dergelijke sensibilisering is noodzakelijk, maar niet dé allesomvattende oplossing. Want tegelijkertijd wil de tabaksindustrie jongeren aan het roken en vapen krijgen. Kinderen en jongeren zijn de lievelingetjes van de tabaksfabrikanten. Zij moeten de rokers die vroegtijdig sterven vervangen zodat hun winstmarges behouden blijven. In geheime documenten worden ze de ‘replacement smokers’ genoemd. Want als je jongeren verslaafd kunt krijgen aan (e-)sigaretten, dan heb je consumenten voor het leven. Er is dus veel meer nodig dan sensibilisering om op te botsen tegen de tabaksreuzen die er alles aan doen om kinderen en jongeren te doen starten met roken.