Verenigd Koninkrijk kiest voor generatieverbod op tabak: straks ook bij ons?
Het Britse parlement keurde een wet goed die handelaars verbiedt om tabak te verkopen aan jongeren geboren na 2008. Maar wat betekent dat precies? En moet deze wet ook in België worden ingevoerd? “Het generatieverbod is een ambitieuze maatregel die sterk inzet op preventie en toekomstige generaties beschermt, maar de impact is vooral zichtbaar op lange termijn”, zegt Pieter Debognies van Gezond Leven.
Het Verenigd Koninkrijk (VK) zet een grote stap richting een rookvrije generatie. Met brede politieke steun keurde het parlement de Tobacco & Vapes Bill goed. Die wet bevat verschillende maatregelen, zoals de invoer van een licentiesysteem voor verkopers, strengere regels voor de uitstalling van tabaksproducten en e-sigaretten, een verbod op verkoop via automaten en rookvrije zones rond scholen, ziekenhuizen en speelterreinen.
De meest opvallende maatregel gaat echter nog een stap verder: een generatieverbod op tabak. Dit betekent dat jongeren die na 2008 geboren zijn, er nooit legaal tabak kunnen kopen, ook niet als ze achttien of ouder zijn, want het generatieverbod vervangt de klassieke minimumleeftijd.
“Het generatieverbod doorbreekt het achterhaalde idee dat tabaksgebruik zou horen bij volwassen worden”
Er is geen veilige leeftijd om te roken
De maatregel heeft een duidelijke bedoeling: voorkomen dat nieuwe generaties ooit beginnen met roken. Tegelijk geeft ze een krachtig signaal: er bestaat geen veilige leeftijd om te roken. Het doorbreekt ook het achterhaalde idee dat tabaksgebruik zou horen bij ‘volwassen worden’. Voor huidige volwassen rokers, verandert er in het VK niets: zij kunnen tabak blijven kopen. Tegelijk worden er extra middelen voor rookstopondersteuning voorzien, onder meer door beloningen voor vrouwen die proberen te stoppen met roken tijdens hun zwangerschap. Een niet-stigmatiserende aanpak van de huidige rokers wordt zo gekoppeld aan een felle denormalisering bij toekomstige generaties.
En wat met de e-sigaret?
Voor e-sigaretten blijft de leeftijdsgrens voor verkoop in het Verenigd Koninkrijk voorlopig 18 jaar, al bevat de wet ook strengere regels om de zichtbaarheid voor, marketing naar en gebruik bij jongeren te beperken. De e-sigaret is een effectief rookstopmiddel dat in Engeland, maar ook meer en meer in België, wordt gebruikt en er al vele tienduizenden rokers hielp om te stoppen met tabak roken. Het tabaksontmoedigingsbeleid in het VK zet ook expliciet in op de e-sigaret als rookstopmiddel. Tegelijk bestaat er terechte bezorgdheid over het toenemende gebruik bij jongeren. Daarom kiest men ervoor om vapes beschikbaar te houden voor volwassenen die roken, terwijl men tegelijk de aantrekkelijkheid voor jongeren probeert te beperken.
Waarom is deze maatregel nodig?
Roken is één van de belangrijkste oorzaken van gezondheidsongelijkheid – mensen uit kwetsbare groepen roken vaker – en het is in onze samenleving de belangrijkste oorzaak van vermijdbare ziekte en sterfte. Geen enkel ander consumentenproduct doodt twee derde van haar gebruikers. In België is roken gelinkt aan meer dan 9.000 sterfgevallen per jaar. Die vroegtijdige sterfte komt overeen met meer dan 200.000 verloren levensjaren. Mensen die roken verliezen tien jaar levensverwachting of ongeveer één jaar voor elke vier jaar dat ze roken. De medische kosten van wie rookt of dat langdurig deed, liggen gemiddeld 20% tot 27% hoger dan bij wie nooit rookte. Eens verslaafd, is stoppen moeilijk.
Roken veroorzaakt schade gedurende het hele leven en door passief mee te roken, kan het ook gevolgen hebben voor de gezondheid van anderen. Blootstelling aan tabaksrook tijdens en na de zwangerschap verhoogt de kans op complicaties en aandoeningen (bv. doodgeboorte en astma bij kinderen) aanzienlijk. De maatschappelijke kosten hiervan zijn enorm en bedragen in het VK jaarlijks ongeveer 10 miljard pond.
Op naar de eerste rookvrije generatie
Het VK heeft, net zoals België en verschillende andere Europese landen, de ambitie om tegen 2040 een eerste rookvrije generatie te creëren. In België streeft de overheid ernaar om tegen dan ervoor te zorgen dat nog maximum 5% van de bevolking ouder dan 15 jaar nog dagelijks rookt. Voor de jongste leeftijdsgroep (15 tot 24 jaar) is de ambitie om naar 0% dagelijks gebruikers te gaan.
“Het generatieverbod zet in op preventie: het viseert de leeftijdsperiode waarin mensen kwetsbaar zijn om verslaafd te raken aan roken”
Hoewel het tabaksgebruik daalt en er zowel in het VK als in België al heel wat antitabaksmaatregelen gelden, tonen projecties aan dat dit niet snel genoeg gaat om de vooropgestelde doelstellingen te behalen. Er zal dus een tandje bijgeschakeld moeten worden. Dat vraagt onder meer sterkere inspanningen op vlak van preventie en net daar zet het generatieverbod op in. Het viseert de leeftijdsperiode waarin mensen kwetsbaar zijn om verslaafd te raken aan roken. Bijna 9 op de 10 rokers staken vóór hun 21ste hun eerste sigaret op. Om de rookvrije generatie te bereiken, zijn er uiteraard ook inspanningen nodig om de mensen die vandaag roken te helpen stoppen, zodat ze er meer gezonde levensjaren bijkrijgen in plaats van vroegtijdig overlijden.
Werkt zo’n maatregel?
Op de Malediven geldt er al zo’n generatieverbod, maar het Verenigd Koninkrijk is het eerste land ter wereld dat deze maatregel op zo’n grote schaal invoert. Er is dus nog geen bewijs dat dit echt werkt, al zijn daar wel sterke aanwijzingen voor.
De overheid heeft het mogelijke effect van de maatregel vooraf ingeschat a.d.h.v. mogelijke scenario’s. Op basis van advies van gezondheidsorganisaties en academici vertrekt ze in haar prognose van een eerder gematigd scenario. Het uitgangspunt is dat het aantal mensen dat begint met roken in de betreffende leeftijdsgroep elk jaar met 30% daalt. Dit geldt voor de groep aan wie wettelijk geen tabak meer verkocht mag worden. Daarbij wordt aangenomen dat er in de tussentijd geen invloed is van andere beleidsmaatregelen of maatschappelijke veranderingen.
“Men gaat ervan uit dat er elk jaar minder jongeren beginnen met roken omdat het steeds moeilijker wordt om aan tabak te geraken”
Belangrijk is dat het effect van het generatieverbod zich opstapelt. Eenvoudig uitgelegd: men gaat ervan uit dat er elk jaar minder jongeren beginnen met roken omdat het steeds moeilijker wordt om aan tabak te geraken. De sociale norm om niet te roken wordt almaar sterker en het leeftijdsverschil tussen jongeren/jongvolwassenen en de populatie die (nog) rookt wordt steeds groter. Elk jaar daalt het aantal starters met 30% bij de mensen die geen tabak meer mogen kopen. Concreet: in 2027 beginnen 30% minder 18-jarigen te roken. In 2028 zijn dat er opnieuw 30% minder dan het jaar voordien, en in 2029 nog eens 30% minder. Jaar na jaar wordt de verkoop dus illegaal voor een steeds groter wordende groep.
Elk jaar minder starters
Die 30% afname komt trouwens overeen met de daling die men vaststelde bij de 16-17-jarigen toen in 2007 de wettelijke leeftijdsgrens van 16 naar 18 werd verhoogd. Het is ook de afname die men in de verenigde Staten vaststelde bij de 18- tot 20-jarigen bij het verhogen van de grens van 18 naar 21 jaar. Het enige verschil is dat het in die scenario’s om een eenmalige daling ging, die erna constant bleef. Bij het generatieverbod wordt verwacht dat het aantal starters elk jaar opnieuw verder zal afnemen. De impact is daardoor vooral op lange termijn groot. In de eerste jaren verandert er weinig, maar naarmate nieuwe generaties opgroeien zonder toegang tot tabak, daalt het aantal rokers sterk. Tegen 2040 wordt verwacht dat er nog amper 18-jarigen zullen zijn die beginnen met roken. Dit zou tegen 2050 resulteren in een rookprevalentie van (bijna) 0% bij iedereen onder de 30 jaar.
“Tegen 2050 zou de prevalentie bij de 18-jarigen en ouder nog op 2% liggen, om pas in 2100 volledig uit te doven”
Omdat het generatieverbod niet van toepassing is op volwassenen die vandaag al roken, is de impact ervan op de algemene prevalentie bij de 18-jarigen en ouder beperkter: tegen 2050 zou de prevalentie bij hen nog op 2% liggen, om uiteindelijk pas in 2100 volledig uit te doven. Zonder extra maatregelen die de beschikbaarheid en vraag naar tabak bij deze groep verminderen, betekent dit ook dat de inkomsten via accijnzen en het aantal verkooppunten niet direct zullen dalen t.g.v. het generatieverbod.
Daarom benadrukken experten dat dit geen wondermiddel is. Het werkt alleen als onderdeel van een breder tabaksbeleid, met onder meer preventie, prijsmaatregelen en ondersteuning bij rookstop.
Is er draagvlak voor deze wet?
Zeker en vast! Tijdens de voorbereiding van de wet kregen burgers, gezondheidsorganisaties en onderzoekers in het VK uitgebreid de kans om input te geven. Antitabaksorganisaties, kankerstichtingen en medische beroepsgroepen spraken zich duidelijk uit vóór de maatregel. Dat vertaalt zich ook in de publieke opinie: 7 op 10 Britten steunen het generatieverbod. Ook onder rokers is er steun (42% voor, 31% twijfelt nog). Die laatste groep is belangrijk om nog mee te krijgen. Gerichte communicatie kan hen mogelijk nog overtuigen.
“Jongeren zien de wet eerder als een kans om hun generatie te bevrijden van een schadelijke verslaving dan als een vrijheid die hen wordt afgepakt”
Zeer belangrijk is dat ook jongeren zich uitspreken voor het generatieverbod. Sommige jongeren vrezen echter dat de maatregel op zichzelf onvoldoende zal zijn en pleiten ook voor een gelijktijdige inperking van de verkooppunten. De meeste jongeren zien het verbod eerder als een kans om hun generatie te bevrijden van een schadelijke verslaving dan als een vrijheid die hen wordt afgepakt. Ook bij de Britse jongeren die momenteel roken vinden 6 op 10 het generatieverbod een goed idee.
Heel wat mensen die roken geven zelf aan dat ze liever nooit waren begonnen en willen niet dat jongeren hetzelfde meemaken. Dit geldt ook bij erg jonge rokers: 64% van de 11- tot 17-jarige Britten die roken wilde dat ze nooit die eerste sigaret hadden gerookt.
“Ook bij ons heeft handelsfederatie Comeos zich al voorstander van het generatieverbod getoond”
Opvallend is ook dat ongeveer de helft (51%) van de kleine verkooppunten de maatregel steunt. Voor hen zijn tabaksproducten vaak minder winstgevend dan andere producten, wat mogelijk meespeelt in hun houding. Ook bij ons heeft handelsfederatie Comeos zich al voorstander van de maatregel getoond. Ervaring leert bovendien dat het draagvlak voor antitabaksmaatregelen vaak toeneemt na invoering. Zo groeide ook in ons land de steun voor het rookverbod in de horeca nadat die maatregel van kracht werd. Als hier in de toekomst over wordt gecommuniceerd, is het belangrijk om te kaderen hoe het generatieverbod bijdraagt aan het realiseren van enkele fundamentele mensenrechten, zoals het recht op gezondheid.
Wat levert dit op?
Heel wat, zowel voor individuele burgers als voor de hele samenleving:
- De prevalentie van roken bij Britse volwassen zal vermoedelijk dalen van 11,6% in 2023 naar 1,6% in 2056, en vervolgens verder afnemen tot vrijwel nul tegen 2100. Dit komt overeen met maar liefst 1,7 miljoen minder rokers in 2056. Aangezien er nog vaker gerookt wordt in kwetsbare groepen, verwacht men ook een sterke afname van de tabaksgerelateerde gezondheidsongelijkheid. Belangrijk daarbij is wel dat extra aandacht gaat naar handhaving in gebieden met hoge prevalentie en een grote dichtheid van verkooppunten.
- Tegen 2033 wordt verwacht dat er jaarlijks 10.000 vrouwen minder zullen roken tijdens de zwangerschap. Wat resulteert in minder gezondheidsproblemen voor (ongeboren) kinderen door passief roken.
- Door de maatregel wordt verwacht dat 150.000 sterfgevallen en bijna 500.000 ziektegevallen vermeden zullen worden tegen 2100. Dit bespaart heel wat menselijk leed en zal ook de vermijdbare kosten voor het zorgsysteem fors naar beneden trekken.
- Het zorgt ook voor een hogere productiviteit en meer inkomsten voor mensen die anders mogelijk waren beginnen roken en gezondheidsproblemen zouden ontwikkelen. Mensen die roken nemen rookpauzes, hebben gemiddeld een 33% hoger ziekteverzuim en nemen jaarlijks drie extra ziektedagen op. Het budget dat zij niet meer aan tabak spenderen, kan op andere manieren, idealiter via gezondere consumptie, winst opleveren voor andere economische sectoren.
- Verder zullen er ook veel minder peuken in omloop zijn, wat een positieve impact heeft op het milieu en de kosten voor brandbestrijding.
- De accijnzen zullen op termijn wel fors dalen en dat leidt tot minder overheidsinkomsten, maar dit is geen verdedigbaar argument. Accijnzen dienen om rookstop te stimuleren en als preventief middel. Het is ook fout om te denken dat deze inkomsten hoger zijn dan de maatschappelijke kosten. Zelfs als je rekening houdt met de lagere pensioenuitgaven door de hogere sterfte van rokers, was de maatschappelijke kost van roken in het VK in 2024 bijna 10 miljard pond, dik 3 miljard meer dan de inkomsten via accijnzen. Het generatieverbod zou tegen 2100 maar liefst 57 miljard pond winst opleveren voor het VK.
Wat met handhaving?
Sceptici vragen zich af of het generatieverbod wel te handhaven valt. De Britse overheid voorziet daarom extra middelen voor controle en handhaving (ongeveer 30 miljoen pond per jaar). Verkopers moeten, net zoals vandaag, de leeftijd van klanten controleren en riskeren boetes bij overtredingen. Ze zullen ook duidelijk moeten aangeven dat het verkoopverbod bij hen geldt. Het generatieverbod maakt het voor de handelaars trouwens makkelijker: in plaats van een identiteitskaart te controleren en vervolgens de leeftijd te berekenen, moet nu enkel de geboortedatum worden nagekeken. Er is geen berekening meer nodig. Die geboortedatum zal ook staan op de signalisatie van de wet die ze moeten aanbrengen.
“Ook als iemand aan wie wel legaal tabak mag verkocht worden, dit doorverkoopt aan iemand aan wie dat niet mag, zal die beboet worden”
Controleurs krijgen ook de nieuwe bevoegdheid om bij inbreuken meteen een boete van 100 pond uit te schrijven. Bij meerdere overtredingen zal het gerecht nog hogere boetes opleggen. Zelfs een verbod om een jaar lang nog tabak te mogen verkopen en in het ergste geval gevangenisstraffen, behoren tot de mogelijkheden. Ook als iemand aan wie wel legaal tabak mag verkocht worden, dit doorverkoopt aan iemand aan wie dat niet mag, zal die beboet worden. Dit zijn afschrikmechanismen, die voor veel verkooppunten waarschijnlijk niet nodig zullen zijn, gezien het draagvlak dat ook bij hen leeft. Via het invoeren van een licentiesysteem, zal de overheid bovendien beter kunnen nagaan hoeveel verkooppunten er zijn en die ook systematisch afbouwen in de toekomst. Het is mogelijk dat na verloop van tijd het aantal verkooppunten of hun spreiding spontaan afneemt. De verkoop kan dalen of (nog) minder winstgevender worden, waardoor het sop de kool niet meer waard is voor de verkoper.
Meer controles
Anderzijds kunnen we ons wel afvragen of de investeringen in handhaving voldoende gaan zijn. Volgens de beleidsmakers in het VK kan een doeltreffende communicatiecampagne er ook voor zorgen dat tabaksontmoedigingsmaatregelen goed worden nageleefd, waardoor ze grotendeels zichzelf handhaven. In België zien we dat momenteel zeker nog niet bij de verkooppunten: uit controles in 2025 bleek nog steeds dat 54% van de gecontroleerde zaken tabak of e-sigaretten verkochten aan minderjarigen. Jongeren weten ook waar ze illegaal tabak kunnen kopen en 9 op 10 weten dat de leeftijdsgrens voor tabak op 18 jaar ligt. Toch geeft een derde van de jongeren onder de 16 jaar aan makkelijk aan tabak te geraken. Bij jongeren ouder dan 16 is dat 7 op 10, wat ook opvallend hoog is aangezien de meerderheid van die groep de wettelijke minimumleeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft. Zolang de straffen voor het overtreden van de wet niet streng genoeg zijn, bestaat de kans dat verkopers ze ook na het invoeren van een generatieverbod zullen zien als risico’s van het zakendoen.
Het aantal jongeren dat begint met roken verschilt sterk per regio in het VK. Het lijkt ons daarom ook noodzakelijk dat de extra middelen voor handhaving en voorlichting gericht worden ingezet, door bijvoorbeeld al extra te controleren op plaatsen waar vandaag veel jongeren (beginnen te) roken én waar men in het verleden al vaststelde dat de leeftijdsgrens niet wordt nageleefd.
Zal de zwarte markt groeien?
Dat er een zwarte markt voor tabak bestaat, klopt. Maar er zijn weinig aanwijzingen dat dit soort maatregelen die markt doet groeien. Toen het VK in 2007 de minimumleeftijd verhoogde van 16 naar 18 jaar, had dat geen negatieve impact op de illegale verkoop. Integendeel, het aantal illegale sigaretten daalde nadien met 25%. Omdat het gros van de jongeren achter het generatieverbod staat, kunnen we ook verwachten dat ze vanzelf minder op zoek gaan naar illegale manieren om aan tabak te geraken.
Op langere termijn zorgde een doorgedreven aanpak van smokkel ervoor dat de illegale tabaksmarkt met bijna 90% kromp in de afgelopen 25 jaar. De meest effectieve manier om die markt verder terug te dringen, blijft bovendien simpel: minder vraag creëren door mensen te helpen stoppen met roken. Daarnaast blijft tabak legaal beschikbaar voor volwassenen die vandaag al roken, wat de druk op een mogelijke zwarte markt beperkt.
Weg met de vrije keuze?
Sommigen zien deze nieuwe wet als een beperking van de vrije keuze. Dat argument wordt ook frequent gebruikt door de tabaksfabrikanten en hun bondgenoten. Maar roken is geen vrije keuze. Veel mensen die roken, ook jongeren, hebben spijt dat ze er ooit mee begonnen. In Vlaanderen wil de helft van de dagelijkse rokers stoppen, maar slechts 40% gelooft dat dit het komende jaar zal lukken. Ze zitten gevangen in hun verslaving. Het beleid in het VK wil net voorkomen dat toekomstige generaties in die situatie terechtkomen.
Is het trouwens echt een beperking van de vrijheid om de kans op ziekte en vroegtijdig overlijden te verkleinen? Er zijn andere, breed aanvaarde beleidsmaatregelen die een zekere inperking van vrijheid inhouden in ruil voor het beschermen van levens: denk aan snelheidslimieten of de wapenwetgeving. Net zoals bij het generatieverbod, is de winst voor de hele bevolking belangrijker dan de verminderde ‘vrijheid’ van individuen.
Moeten we dit ook in België invoeren?
In België rookt nog steeds bijna 1 op de 6 volwassenen. Ook bij jongeren en jongvolwassenen (15–24 jaar) gaat het om ongeveer 1 op de 8. Hoewel het tabaksgebruik daalt, tonen prognoses van Sciensano aan dat we aan dit tempo de doelstellingen van een rookvrije generatie, zoals opgesteld door alle overheden in 2022 en verwoord in de Interfederale strategie voor een Rookvrije Generatie 2022-2028, niet zullen halen.
“In België werd nog nooit publiekelijk campagne gevoerd voor de invoer van een generatieverbod, wat ongetwijfeld een positief effect zou hebben op het draagvlak”
Er liggen dus al belangrijke maatregelen op tafel, onder meer in de de interfederale strategie voor een Rookvrije Generatie 2022–2028. Maar de vraag is of die volstaan. Een generatieverbod kan een interessante bijkomende piste zijn. Het is een ambitieuze maatregel die sterk inzet op preventie en die toekomstige generaties beschermt. In 2022 bleek uit de Rookenquête van Stichting tegen Kanker dat iets minder dan de helft van de Belgen (44%) voorstander was van de invoer van een generatieverbod. Mensen die niet rookten (51% voor) waren vaker voor dan wie rookte (35%) of dat in het verleden deed (42%). In België werd echter nog nooit publiekelijk campagne gevoerd voor de invoer hiervan, wat ongetwijfeld een positief effect zou hebben op dit draagvlak.
Politiek is er geen draagvlak bij de huidige beleidsmakers. Dat blijkt uit een bevraging in 2024. Van de huidige federale regering toonde zich toen een minderheid, namelijk enkel Vooruit en Les Engagés, voorstander van zowel een generatieverbod als het optrekken van de minimumleeftijd naar 21 jaar. Drie van de vijf regeringspartijen (CD&V, N-VA en MR), waaronder de twee grootste, zijn tegen.
De grootste impact van de maatregel komt geleidelijk en de grootste winsten (bv. de daling van de tabaksgerelateerde ziekte en sterfte) liggen voornamelijk op de lange termijn omdat het verbod geen betrekking heeft op de huidige rokerspopulatie. Het lijkt daardoor onwaarschijnlijk dat enkel deze extra maatregel voldoende zal zijn om de doelstellingen van de rookvrije generatie te bereiken tegen 2040. Wij zijn echter wel grote voorstander van het generatieverbod, maar enkel als bijkomende maatregel bovenop bestaande en nog andere te nemen maatregelen.
Voer extra maatregelen versneld in
Vanuit de Alliantie voor een Rookvrije Samenleving pleiten we daarom al langer voor een versnelde invoering van extra maatregelen waarvan bewezen is dat ze werken, zoals substantiële accijnsverhogingen. Die zijn volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de meest doeltreffende manier om tabaksgebruik te verminderen. Ook een verdere en drastische beperking van het aantal verkooppunten op basis van locatie, dichtheid of type is aan de orde. Die maatregelen hebben bovendien zowel een effect op het terugdringen van beginnen met roken als op rookstop door huidige rokers. Jammer genoeg verschilt het politieke draagvlak voor die maatregelen ook nogal tussen partijen.
Het wordt steeds belangrijker, gezien de nakende deadline, om na te gaan of de al bestaande maatregelen en de maatregelen uit de interfederale strategie die tegen 2028 gepland zijn, wel volstaan. Willen we de rookvrije generatie alsnog tegen 2040 realiseren, dan is het nodig om een versnelling hoger te schakelen. Een evaluatie van de interfederale strategie en een vervolg voor de periode na 2029 dringt zich op. Op dit moment wordt de prevalentie van tabak slechts om de vijf jaar opgevolgd. Daardoor kunnen we niet snel genoeg inschatten welk effect nieuwe maatregelen hebben. Er is dus nood aan een jaarlijkse opvolging van de prevalentie én aan een inschatting van het effect van nieuwe maatregelen op een daling van die prevalentie.
Naast prevalentiecijfers zal het opvolgen van veranderingen in de sociale norm rond roken ook noodzakelijk zijn omdat het sneller dan de gebruikersdata een indicatie kan geven van de impact van nieuwe maatregelen.
Andere aandachtspunten
Daarnaast zijn er ook enkele andere belangrijke aandachtspunten bij het generatieverbod. Zo vraagt de uitvoering ervan ook investeringen in communicatiecampagnes, handhaving en ondersteuning. In het VK wordt daarvoor extra budget vrijgemaakt. Is België bereid gelijkaardige keuzes te maken? In ons land wordt relatief weinig geïnvesteerd in preventie, zeker in vergelijking met het OESO-gemiddelde en de internationale aanbevelingen van de WHO. Het algemeen budget dat vandaag naar tabaksbestrijding gaat, is al laag. De vraag is dan ook in welke mate de overheid extra investeringen wil doen. Nochtans veranderen de maatschappelijke kosten van tabaksgebruik niet, die blijven torenhoog.
“Inkomsten uit tabaksaccijnzen kunnen gerichter worden ingezet voor rookstopbegeleiding en preventie”
Voor de financiering van het tabaksbeleid zien we enkele opties. Zo kunnen inkomsten uit tabaksaccijnzen gerichter worden ingezet voor rookstopbegeleiding en preventie, in plaats van ze te laten opgaan in de algemene begroting. Daarnaast moeten we ook bekijken hoe we tabaksfabrikanten financieel verantwoordelijk kunnen stellen voor de gigantische kosten die hun producten veroorzaken voor de gemeenschap (gezondheid, milieu, economie, sociaal), en dit op basis van het principe ‘de vervuiler betaalt’. De discussie daarover is wereldwijd bezig.
Niet één, maar verschillende maatregelen
Het klopt dat er weinig praktijkervaring is met dit systeem, maar dat hoeft geen reden te zijn om het debat niet te voeren of de maatregel verder te verkennen. We zullen alvast met veel interesse vorderingen in het Verenigd Koninkrijk en in Nederland, waar een verhoging van de leeftijdsgrens naar 21 jaar in het regeerakkoord staat, verder opvolgen. Het verscherpt het debat en zet ons aan tot nadenken over hoe we de volgende generatie beter kunnen beschermen tegen de schadelijke gevolgen van roken.
“Ook in België is het draagvlak voor bijkomende maatregelen groot”
Eén ding staat vast: dat lukt alleen met een samenhangend pakket van sterke maatregelen, met zowel aandacht voor preventie als voor ondersteuning van mensen die vandaag roken en waar een generatieverbod deel van kan uitmaken. Wat alvast wel duidelijk is, is dat het draagvlak voor bijkomende maatregelen ook in België groot is. Zo blijkt uit een rapport van Stichting tegen Kanker (2022) dat 86% vindt dat kinderen het recht hebben om rookvrij op te groeien. 79% denkt dat de regering maatregelen moet nemen die bijdragen aan een rookvrije generatie en 78% dat de overheden meer moeten inzetten op het verminderen van tabaksgebruik.